Olietankers varen door de baai van Nakhodka, nabij de havenstad Nakhodka in Rusland. (Foto: Reuters)
De olieprijzen zijn op de eerste handelsdag van 2026 gedaald, na het grootste jaarlijkse verlies sinds 2020. Zowel Brent als West Texas Intermediate (WTI) noteerden in 2025 een daling van bijna 20 procent, mede door zorgen over een aanbodoverschot dat zwaarder woog dan geopolitieke risico’s, zoals de oorlog in Oekraïne en de olieleveranties uit Venezuela.

Vrijdagmiddag noteerde Brent-olie 60,29 dollar per vat, een verlies van 55 dollarcent, terwijl WTI daalde met 53 dollarcent tot 56,89 dollar per vat.

Ondanks de voortdurende spanningen in Oekraïne, waar Kiev recent de Russische energie-infrastructuur intensiever aanvalt om Moskou’s militaire financiering te beperken, lijkt de oliemarkt relatief ongevoelig voor deze geopolitieke risico’s. Ook de recente sancties van de Amerikaanse regering tegen bedrijven en olietankers die actief zijn in Venezuela, gericht op het verder onder druk zetten van president Nicolás Maduro, hadden geen directe opwaartse druk op de prijzen.

In het Midden-Oosten is de crisis tussen OPEC-leden Saudi-Arabië en de Verenigde Arabische Emiraten over de situatie in Jemen verscherpt, nadat vluchten naar de luchthaven van Aden werden opgeschort. Dit speelt zich af in aanloop naar een virtuele bijeenkomst van de OPEC+ groep op 4 januari, waarin naar verwachting wordt besloten de productiebeperkingen in het eerste kwartaal van 2026 voort te zetten.

Analisten verwachten dat 2026 een belangrijk jaar wordt voor OPEC+ bij het balanceren van het wereldwijde oliemarkt-aanbod. Daarnaast blijft China naar verwachting zijn ruwe olievoorraden aanvullen in de eerste helft van het jaar, wat een ondersteunende factor vormt voor de olieprijzen.

Het jaarlijkse verlies van bijna 20 procent voor Brent en WTI in 2025 is het grootste sinds 2020 en markeert het derde achtereenvolgende jaar van verliezen voor Brent, een ongekende reeks. Volgens analisten weerspiegelt de relatief stabiele prijsvorming de spanning tussen kortetermijn geopolitieke risico’s en de langere termijn marktfundamenten die wijzen op een aanbodoverschot.

De wereldwijde oliemarkt wordt sterk beïnvloed door een samenspel van geopolitieke gebeurtenissen en economische factoren. Sinds het uitbreken van de oorlog in Oekraïne in 2022 zijn de energiemarkten volatieler, met verstoringen in de leveringen uit Rusland en als gevolg daarvan stijgende energieprijzen. Tegelijkertijd zorgen de productieafspraken binnen OPEC+, een groep van olieproducerende landen waaronder Saudi-Arabië en Rusland, voor een gereguleerd aanbod om de prijzen te stabiliseren.

De groeiende wereldwijde vraag naar olie wordt beïnvloed door economische ontwikkelingen, zoals het herstel na de coronapandemie en de toenemende vraag uit grote economieën zoals China en India. Echter, zorgen over een mogelijk aanbodoverschot en de toenemende investeringen in duurzame energiebronnen beperken de opwaartse prijstrend.

Daarnaast speelt de geopolitieke situatie in het Midden-Oosten, met name conflicten rondom Jemen, een belangrijke rol. Spanningen tussen OPEC-leden kunnen invloed hebben op de productie en daarmee op de wereldwijde olieprijzen.

Verder zal de energietransitie naar schonere alternatieven op de lange termijn een structurele invloed  blijven uitoefenen op de olie-industrie en de prijsvorming.