Naar aanleiding van de dramatische gebeurtenissen in het district Commewijne en de reacties van de ministers Monorath en Pokie, die zich bedienen van wat kan worden gekenschetst als gespeelde verontwaardiging over de samenwerking tussen hulpinstanties en justitiële autoriteiten, met daarbij het begrip integrale benadering als dekmantel voor onprofessionaliteit, het volgende.

Deze Surinaamse regering beroept zich steeds vaker op een zogenoemde integrale benadering van het landsbestuur. Het begrip wordt gretig ingezet in beleidsdocumenten, toespraken en interviews, alsof het een keurmerk is van modern en doordacht bestuur. In werkelijkheid rijst echter de fundamentele vraag of men binnen de regering wel begrijpt wat een daadwerkelijke integrale benadering inhoudt, laat staan of men deze toepast.

Een integrale benadering van landsbestuur veronderstelt samenhang, visie en consistentie. Het betekent dat beleid op korte, middellange en lange termijn op elkaar is afgestemd, dat sectoren elkaar versterken in plaats van tegenwerken en dat besluiten voortkomen uit een doordachte analyse van maatschappelijke, economische en institutionele verbanden. Precies daaraan ontbreekt het in Suriname.

Wat men in de praktijk ziet, is het ontbreken van zowel deugdelijk kortetermijnbeleid als een geloofwaardige langetermijnvisie. Dit zijn kernkenmerken van eerdere NDP-regeringen die ook vandaag de dag nog gretig worden toegepast.

Beleidsmaatregelen lijken vaak reactief en ingegeven door acute druk van binnen- of buitenlandse actoren, zonder duidelijke verankering in een breder strategisch kader. Nog zorgwekkender is het vrijwel volledig ontbreken van samenhang tussen beleidsdomeinen. Economisch beleid staat los van sociaal beleid, institutionele hervormingen worden niet gekoppeld aan goed bestuur en duurzaamheid blijft steken in een vrijblijvende slogan.

Op zichzelf is dat niet verwonderlijk, aangezien wij te maken hebben met een regering die bestaat uit verschillende politieke segmenten, elk met een eigen politiek belang en niet zelden ook met uitgesproken eigenbelang.

De zogenoemde integrale benadering reduceert zich daarmee tot een hol begrip. Het is geen samenhangend beleidsraamwerk, maar een retorisch etiket dat wordt geplakt op een reeks losstaande maatregelen. In plaats van integratie zien we fragmentatie; in plaats van samenhang overheerst improvisatie.

Het beeld dat zich opdringt, is dat van een nietje dat een paar A4-velletjes bijeenhoudt. Op papier vormen zij een dossier, maar inhoudelijk ontbreekt elke interne logica. De velletjes bestaan uit populistische ketens: beloftes zonder beleidsfundament, plannen zonder uitvoeringsstrategie en ambities zonder institutionele capaciteit. Het nietje houdt alles bij elkaar, maar bij de minste druk valt het geheel uiteen.

Een werkelijk integrale benadering vereist politieke moed, bestuurlijke discipline en inhoudelijke deskundigheid. Zolang deze voorwaarden ontbreken, blijft het gebruik van de term niet meer dan window dressing. Het risico daarvan is groot: niet alleen wordt het publiek misleid, maar ook wordt een essentieel bestuursconcept uitgehold.

Suriname heeft geen behoefte aan modieuze begrippen of semantische schijnzekerheid. Het land heeft behoefte aan samenhangend beleid, gebaseerd op realistische analyses en gedragen door competente instituties. Pas dán kan men spreken van een integrale benadering.

Alles daarvoor is niet meer dan een nietje door een stapel papier.

Iwan Mahadew