De mentale en geestelijke gezondheid moet per direct beleidsprioriteit nummer één worden. Niet als intentie, niet als beleidsnota voor later, maar als beleid dat nú in uitvoering wordt gebracht. Daarbij moet de bescherming van kinderen centraal staan en moet het Kinderrechtenverdrag niet alleen worden onderschreven, maar daadwerkelijk worden nageleefd. Dat is geen vrijblijvende wens, maar een politieke én maatschappelijke verplichting tegenover de samenleving.

Die verplichting ontstaat niet pas na een tragedie. De recente drama’s in Commewijne en aan de Calcuttastraat in Abrabroki hebben het debat opnieuw aangewakkerd, maar ze zijn geen incidenten op zichzelf. Ze zijn pijnlijke uitingen van een structureel probleem dat al jaren bekend is, gedocumenteerd is en herhaaldelijk genegeerd. Wie verder kijkt dan de emotie van het moment, ziet dat mentale en geestelijke ongezonde situaties in Suriname al lange tijd leiden tot geweld, verwaarlozing, trauma en uiteindelijk tot dodelijke escalaties, waarbij kinderen de eerste en grootste slachtoffers blijken te zijn. 

Nationaal en internationaal is hierover veel data beschikbaar. Rapporten en onderzoeken van onder meer UNICEF, het Institute for Graduate Studies and Research (IGSR) en onderzoeken in samenwerking met De Nationale Assemblee laten weinig ruimte voor interpretatie. In het rapport Violence Against Children in Suriname wordt vastgesteld dat het geweld waarmee kinderen te maken krijgen schrikbarend hoog is. Volgens MICS-gegevens is 86 procent van de kinderen tussen 2 en 14 jaar slachtoffer geweest van ten minste één vorm van mentale of fysieke bestraffing door iemand in het huishouden. Zes op de tien kinderen krijgen te maken met lijfstraffen.

Dit zijn geen cijfers voor in een rapportenlade. Dit zijn kinderen die opgroeien in angst, stress en normalisering van geweld. Kinderen die later vaak zelf vastlopen — als slachtoffer, maar soms ook als dader. Mentale en geestelijke ongezondheid werkt door, van generatie op generatie.

Hetzelfde patroon zien we bij geweld tegen vrouwen en meisjes, en bij mannen die vastzitten in een maatschappij waarin kwetsbaarheid wordt afgestraft en hulp zoeken wordt gezien als zwakte. Huiselijk geweld, relationele conflicten en psychische ontregeling raken alle lagen van de samenleving. Het heeft niets te maken met etniciteit, politieke kleur, regio, opleiding of sociale klasse. Het is een maatschappelijk vraagstuk dat structurele antwoorden vraagt.

Wat we daarom vooral níét moeten doen, is deze problematiek reduceren tot partijpolitiek of het zoeken naar een snelle schuldige. Regeringen zijn gekomen en gegaan, maar structureel is er gefaald om een professioneel, effectief en samenhangend systeem op te zetten voor mentale gezondheidszorg: met preventie, opvang, begeleiding, nazorg, wetgeving en institutionele borging. Sommige voorzieningen bestaan, maar functioneren niet of nauwelijks. Hulplijnen zijn niet altijd bereikbaar. Opvang is versnipperd. Preventie is onderontwikkeld. 

Mentale gezondheidszorg vraagt om instellingen die 24 uur per dag laagdrempelig toegankelijk zijn. Om veilige opvang voor vrouwen en meisjes. Om bescherming van kinderen die nu nog dagelijks slachtoffer zijn van geweld achter gesloten deuren. En ja, het vraagt ook om begeleiding van daders en mensen met ernstige psychische problemen, vóórdat geweld escaleert. Preventie is geen luxe, het is noodzaak.

Als samenleving kunnen we niet blijven doen alsof mentale gezondheidszorg pas urgent wordt na een tragedie. Dan zijn we binnen enkele dagen weer uitgepraat, tot het volgende drama zich aandient. Een klein onderzoek over mentale en geestelijke geweld over de afgelopen vijf tot 10 jaar toont een reeks van gevallen die, net als nu dreigt te gebeuren binnen enkele dagen snel tot het verleden hebben behoord.

Echte verandering vraagt politieke moed, beleidsdiscipline en maatschappelijke volwassenheid. De vraag is niet of Suriname zich dit kan veroorloven. De vraag is hoe lang we het ons nog kunnen veroorloven om niets te doen. De Dag van Nationale Rouw vandaag moet een blijvende verandering in het land brengen, anders blijft het slechts bij mooie woorden die nooit waargemaakt worden. 

Wilfred Leeuwin