Column: Wat is mijn bijdrage?
23 Nov, 00:59
foto
Hans Breeveld


Suriname herdenkt op 25 november a.s. zijn 47e srefidensi? Veel analyses zijn er gemaakt sinds Surinames zelfstandigheid. Het interessante daarbij is dat bij het maken van die analyse door Surinamers of voormalige Surinamers zij zich vaak als toeschouwer opstellen. Ze gaan na wat anderen gedaan dan wel misdaan hebben. Vooral wat fout ging in Suriname staat daarbij centraal. De makers van die analyses stellen zich – zoals het heet – neutraal op. Opeenvolgende regeringen moeten het steeds ontgelden.

Maar wat deden wij, burgers van dit land. Allereerst verlieten drommen mensen Suriname. Onder hen die bleven waren er niet veel wereldbestormers (personen met innovatieve ideeën). Landen worden niet door regeringen tot ontwikkeling gebracht. Als het goed is besturen die regeringen; begeleiden en monitoren zij processen. Bij de ontwikkeling van een land kunnen zij katalysator zijn, maar soms ook een obstakel voor duurzame ontwikkeling. Duurzame ontwikkeling brengt het volk tot stand. Het is daarom jammer dat velen bij hun analyse de introspectie – wat is mijn bijdrage geweest - buiten beschouwing laten.

Veel Surinamers zijn beter in het aangeven van wat er niet had moeten gebeuren, wat niet gebeurt dan het noemen van wat er objectief wel aan positiefs gebeurd is. Velen nemen hun toevlucht tot het leveren van onberedeneerde kritiek, zonder na te gaan in hoeverre zij – al dan niet - debet zijn (geweest) aan dat wat door hen krachtig veroordeeld wordt.  
In een goed geordende samenleving hebben wij een zekere taakverdeling. Als iedereen zijn taak naar behoren uitvoert zal het die samenleving goed gaan. Belangrijk is dat iedereen daarbij scherp in de gaten houdt wat haar/zijn taak is en die zo goed mogelijk vervult.

Wat wij echter reeds enkele decennia in Suriname zien is dat steeds meer organisaties zich geroepen voelen om constitutionele taken op zich te moeten nemen, terwijl zij daar niet voor in het leven waren geroepen. Neem bijvoorbeeld delen van de vakbeweging. Het behartigen van de belangen van hun leden is hun corebusiness. Maar steeds vaker schijnen zij zich de vertegenwoordigers van het totale volk te wanen. Tij en ontij roepen zij de gehele burgerij op tot werkneerleging. Alsof dat niet genoeg is wordt de totale burgerij opgeroepen met hen mee te lopen om de regering te bewegen haar mandaat terug te geven. Zij schromen er niet voor te zeggen dat zij dat doen vanwege de democratische rechten die zij hebben. In welke staat leven wij?

Recentelijk hoorde ik iemand van de vakbeweging bij De Nationale Assemblee een petitie aanbieden namens het VOLK van Suriname. Dus aan De Nationale Assemblee namens het volk een petitie aanbieden. Is dit niet de wereld op zijn kop?
Er is een vakbondsleider die de politiek instapte. Hij kreeg bij de laatst gehouden algemene vrije verkiezingen – met een geheime stemming - nog geen 100 stemmen - in een district waar een kandidaat rond de 15.000 stemmen en een andere zelfs meer dan 20.000 stemmen behaalde. En toch blijft hij beweren namens HET VOLK te mogen spreken. Het is de vraag of dat deel van de vakbeweging niet eerder een deel van het probleem i.p.v. een deel van de oplossing is?

Hoeveel positiefs wordt dagelijks niet kapot gemaakt door het permanent oproepen tot stakingen en werkonderbrekingen. Hoeveel mensen in dit land moeten niet haast dagelijks onverrichter zaken naar huis terugkeren – soms zijn dat vele kilometers – omdat ze weer eens geconfronteerd worden met een niet aangekondigde werkneerlegging. Het is de hoogste tijd dat de overheid deze vakbonden bij de les houdt door het principe van no work no pay - dat wettelijk is vastgelegd - strengend toe te passen. Vakbonden die willen staken of het werk wensen neer te leggen zullen de arbeiders uit hun stakingskas moet betalen. De leden zullen hun leiders ervan doordringen dat het werk slechts dient te worden neergelegd als er een conflict is met hun werkgever.

Het parlement kan toch niet weken, maanden werk stoppen in het maken van wetten die vervolgens aan de vakbondslaars worden gelapt. In ieder geval kunnen wij niet doorgaan met Suriname kapot te laten staken. Maar natuurlijk zullen wij – inclusief het parlement en de media aan bestuurders moeten blijven vragen het principe van good governance hoog in het vaandel te dragen. Wij moeten doorgaan hen erop te wijzen dat ze niet steeds weer vrienden en familieleden moeten rekruteren. Soberheid te betrachten. Hen erop te wijzen dat het maken van onnodige buitenlandse reizen diefstal en roof van het volk is. Het is zelf gewetenloze criminaliteit als we weten welke offers dit volk heeft gebracht en nog moet brengen. Hier is een taak voor het parlement weggelegd om kritisch de regering te controleren. Volksvertegenwoordigers zijn medeschuldig aan wanbeleid verspilling en bevoorrechting indien ze misstanden van regeerders met de mantel der liefde bedekken.

Algemeen zou het credo moeten zijn: Blijft niet vragen wat de regering doet, maar laten wij elk van ons in welke sector we ook werkzaam zijn ons elke dag afvragen wat is mijn positieve bijdrage aan de ontwikkeling van Suriname.

Hans Breeveld
Advertenties