17 augustus: Onafhankelijkheidsdag Indonesië
Als we het hebben over de geschiedenis van Indonesië en van Nederlands-Indië, spelen sentimenten altijd een rol. Zelf heb ik, net als vele andere Nederlanders, ook koloniale roots: mijn grootmoeder, die ik overigens nooit gekend heb, is geboren te Pekalongan op Java. Mijn grootvader van moederskant sneuvelde als marine officier in de Slag om de Javazee, een ultieme en mislukte poging om Nederlands-Indië te beschermen tegen de Japanse invasie. Ruim 2000 geallieerde marine-mannen kwamen daarbij om.
Verdiept in verleden
Ik wil daarom wel toegeven, dat ik in eerste instantie altijd geneigd ben om te kijken naar de 'goede' kanten van Nederlands-Indië: de relatieve welvaart, de gemoedelijkheid en de grote vooruitgang in infrastructuur, volksgezondheid en onderwijs, met name tijdens de laatste decennia van het Nederlandse bewind. Maar als je je in de materie verdiept, kun je er niet aan ontkomen dat het kolonialisme een racistisch systeem was, gebaseerd op ongelijkheid en uitbuiting. Daarbij werd ook nog veel geweld toegepast, met als bekendste excessen de Atjeh Oorlog (1873 – 1914) en de politionele acties (1945 – 1949). Een gruwelijk verleden, dat we in Nederland nog steeds niet volledig onder ogen durven te zien.
De afgelopen dagen heb ik me nog eens verdiept in de Indonesische onafhankelijkheidsstrijd. Ook heb ik me verdiept in de levens van de twee grote Indonesische nationalistische leiders, Soekarno (echte naam: Kusno Sosrodihardjo) en Mohammed Hatta. Ik heb een aantal persoonlijke brieven gelezen van Hatta, die je op het internet kunt vinden.
Er ontstaat dan een beeld bij mij, dat deze twee nationalistische leiders in sommige opzichten veel Nederlandser waren dan ze misschien zelf zouden erkennen, simpelweg door hun Nederlandse opleiding. Beiden hebben de HBS gevolgd in Nederlands-Indië, Soekarno is vervolgens afgestudeerd als ingenieur en Hatta heeft economie gestudeerd in Rotterdam, in de jaren dertig. Hoewel het hun beider levensdoel was om Indonesië onafhankelijk te maken en te bevrijden van het koloniale juk, krijg je uit bepaalde interviews en brieven sterk de indruk, dat zij die dekolonisatie het liefst gedaan hadden in een meer harmonieuze en vriendschappelijke verhouding tot Nederland. Dit ondanks het gegeven, dat beide mannen in de jaren voor de Tweede Wereldoorlog meerdere keren gearresteerd zijn en langdurig in gevangenissen of strafkampen werden opgesloten door de koloniale regering.
Gemiste kans
De diplomatieke verhouding tussen Indonesië en Nederland is altijd vrij gespannen gebleven, ook toen Indonesië onafhankelijk was. Dat kwam vooral door de arrogante en vrij gevoelloze houding van Nederland, in veel opzichten. Misschien heeft het ermee te maken, dat wij Nederlanders niet graag de zwarte bladzijden van ons koloniaal verleden onder ogen zien. We fixeerden ons liever op de misdaden van de Japanners en de Duitsers tijdens de oorlog. Ook lag het emotioneel moeilijk voor de Nederlanders, dat Soekarno en Hatta in de oorlog hadden samengewerkt met de Japanners om hun doel van Indonesische onafhankelijkheid te bereiken.
Alles overwegende, is het moeilijk om aan de conclusie te ontkomen dat Nederland een grote kans gemist heeft en dat de dekolonisatie van Indonesië veel positiever - voor beide landen - had kunnen verlopen, als Nederland niet zo lang en zo verkrampt, aan het eigen gelijk had vastgehouden.
In een brief van de beroemde Indonesische leider Mohammed Hatta (later vice president ten tijde van Soekarno) van 8 september 1939 aan zijn Nederlandse vriend Johannes Post, vinden we het volgende citaat. De heren hebben in die briefwisseling een discussie over de komende wereldoorlog tussen de democratische landen en de fascistische landen onder leiding van Hitler. Hatta schrijft dan: “Nu, laten wij hopen dat de strijd beslist wordt ten gunste van de democratische landen. Ik ben geen bewonderaar van de praktijken van de Westerse democratie, maar ik hoop op een overwinning van de democratische geest. Wellicht zou deze meewerken, tot het verzwakken van het koloniale fascisme”.
Een citaat, waar je diepgaand over na kunt denken. Ik wens alle Indonesiërs, en ook alle Javaanse Surinamers, een prachtige Onafhankelijkheidsdag.
Jan Gajentaan
Vandaag
Gisteren
- VN tevreden over projectuitvoering in Suriname
- Minister Monorath belooft aanpak geluidsoverlast door tourbussen
- VSB presenteert 10 prioriteiten bij vooruitblik jaarrede president
- Simons bereidt zich voor op top in New York: goed overleg met VN-functionaris Kazana
- Khargi stapt op na conflict met Bouva
- Loze Beloftes vs Eerlijkheid: Suriname op drempel 50 jaar onafhankelijkheid
- Suriname eert 80 jaar Merdeka bij receptie Indonesische ambassade
- Onze drie machten
- Chinese ambassadeur: Vrede en rechtvaardigheid, juiste keuze voor de mensheid
- Warme dag met veel bewolking; enkele regenbuien
- Minister Noersalim stelt LVV-directeur Kalloe buiten functie
- Column: Diplomatieke posten: dure speeltuin voor familie en partijvrienden
- BLTO slaat alarm over hervorming beroepsonderwijs
Eergisteren
- Wapenvergunning ex-minister Dodson sinds 2017 vervallen
- Het schaduwkabinet van Santokhi?
- Nieuwe machines tillen ananasverwerking in Pierre Kondre naar hoger niveau
- Open brief aan het ministerie van GBB: 'De landmeter...wel'
- Waarom voelt de temperatuur warmer aan dan de weersverwachting aangeeft?
- Reactie op 'Ik neem...Suikerheren'
- Ambassadeur Khargi per direct teruggeroepen naar Paramaribo
- Twee arrestanten ontsnapt uit cellenhuis Flora
- Ministerie GBB opent klachtenunit voor betere dienstverlening
- Systeemfouten zijn nooit een excuus voor gebrek aan integriteit
- Bewolking en buien in de middaguren
- China toont zijn veerkracht: van oorlog tot wederopstanding
- Column: Er zit muziek in de jeugd
- Minister Monorath wil regels voor getinte ruiten aanscherpen