Toespraak DNA-lid Wahki in historisch perspectief
16 Oct, 02:48
foto


Wij moeten ons als land zeer diep schamen voor de wijze waarop er o.a. door landgenoten op social media is gereageerd op de toespraak van het DNA-lid Renet Wahki op 12 oktober jl. in DNA. Het was totaal verwerpelijk en idiotisch. Het is meer beschamender en pijnlijker dat Marron-nakomelingen zich ook tot de zogenaamde critici behoren, terwijl Marrons en Inheemsen de meest ontwikkelingsachtergestelde etnische groepen zijn in Suriname.

Terwijl velen zich op social media negatief uitlaten over dit DNA-lid, kan de Trio-gemeenschap waartoe hij behoort voor hem niet in de bres springen, want ze hebben daar in het zuidwesten geen toegang tot 1 x 24 uur elektriciteit en internet. Terwijl wij in Paramaribo en randdistricten kunnen studeren tot en met de universiteit, kunnen vele kinderen in het binnenland (w.o. dhr. Wahki) helemaal buiten hun schuld om, de school maar tot de zesde klas (nu achtste leerjaar) bezoeken. Terwijl wij in bepaalde districten de hele avond met elektriciteitsverlichting kunnen studeren, hebben dhr. Wahki en ik het in het binnenland gedaan met kaarsen en ‘kokolampu’.

Het optreden van het DNA-lid was tweedelig t.w.:
• Hij heeft aandacht gevraagd om het onderwijs in het binnenland duurzaam te verbeteren.
• Hij heeft met zijn optreden duidelijk ‘het geleverde product’ van het huidig onderwijs in het binnenland, gepresenteerd aan de samenleving.

In het optreden van dhr. Wahki zie ik mij zelf terug toen ik in augustus 1989 naar Paramaribo kwam voor vervolgonderwijs. In die periode heb ik ook uitspraken gedaan als ‘die meisje’, ‘dat jongen’, ‘het moeder’, ‘de huis’, ‘het auto’ etc. Ik woonde toen in Kinderhuis Saron, (van 1989 tot 1995) en bezocht de Selectaschool, waar ik toen ook constant werd bespot door de andere pupillen en leerlingen vanwege mijn zeer gebrekkige Nederlands. Door wijlen dhr. Walter Tolud (hij was directeur van zowel Kinderhuis Saron als Selectaschool) werd ik geadviseerd om veel te lezen in mijn vrije tijd, zodat ik mijn Nederlands kon verbeteren. Zo ben ik begonnen met het lezen van de krant in 1989 (De Ware Tijd) en tot vandaag aan de dag koop ik elke ochtend alle dagbladen (De Ware Tijd, Dagblad Suriname en Times of Suriname).

Feitelijk moeten politici die ooit in het machtscentrum waren zichzelf een spiegel voor houden, omdat het optreden van dhr. Wahki het resultaat is van hun gevoerd beleid richting de achtergestelde gebieden. Laten zij zich afvragen wat zij hebben gedaan aan duurzame ontwikkeling van het binnenland. Iedere deskundige weet dat onderwijs de sleutel tot ontwikkeling is, maar nationaal is de uitvoering van het onderwijsbeleid nog steeds regionaal gebonden.

De partijen die hun roots hebben in het binnenland (NDP, ABOP, SEEKA en BEP) gaan in deze ook niet vrij uit. De ABOP en BEP prediken steeds weer dat zij bij verkiezingswinst gaan voor duurzame ontwikkeling van het binnenland, maar nooit hebben deze partijen bij regeringsformalisering belangstelling getoond in het ministerie van Onderwijs, Wetenschap & Cultuur. Steeds zien wij dat prioriteit voor deze partijen is het ministerie van Regionale Ontwikkeling (& Sport). De NDP heeft als beheerder van MOWC in het verleden ook niets duurzaams gedaan ter kwaliteitsverhoging van het onderwijs in het binnenland. Ik denk persoonlijk dat de ABOP (mijn partij) binnen de huidige regering veel meer zou kunnen doen met het onderwijs voor het binnenland dan met het Ministerie van Justitie & Politie (Juspol). Het is de hoogste tijd dat o.a. de NDP, ABOP en BEP in DNA moeten pleiten voor het instellen van een Directoraat Onderwijs Binnenland in deze regeerperiode.

De politiek heeft de binnenlandbewoners bewust achtergehouden in hun ontwikkeling, waardoor ze steeds weer als stemvee konden worden gebruikt door de oude politiek. Hierdoor is het binnenland gedropt van een ontwikkelingsgebied naar een verzorgingsgebied. Er is een immense taak weggelegd voor o.a. de NDP, ABOP en BEP om het binnenland terug te brengen van verzorgingsgebied naar ontwikkelingsgebied en vanuit die positie beleidsmatig te werken naar een ontwikkeld gebied.  

Het is de hoogste tijd dat DNA-leden de ruimte moeten krijgen om zich in DNA vrijelijk te kunnen uiten in hun moedertaal (of Sranan Tongo) als zij de Nederlandse taal niet machtig zijn. Ze zijn door het volk gekozen en er moeten dus geen belemmeringen zijn om hun werk te kunnen doen in belang van land en volk. Het DNA-lid Wahki heeft daar alle recht op, omdat de Inheemsen de eerste bewoners zijn van dit land. Alle overige etnische groepen en de Nederlandse taal zijn ‘importproducten’. Het Nederlands mag daarom geen barrière zijn dat een Inheemse zich niet thuis voelt in DNA, waardoor hij/zij niet actief kan participeren aan de debatten. Laat de leiding van DNA zorgen voor tolken en aanpassing van de wetgeving. De huidige DNA-voorzitter komt ook uit het binnenland, dus op hem rust nu de taak om wetten aan te nemen die het functioneren van alle 51 DNA-leden vergemakkelijken.

Ruben Ravenberg, Ph.D, MBA
rub_rav@yahoo.com


Advertenties