Handen af van de offshore olie
23 Jul, 09:41
foto


De NDP of beter gezegd, de gewezen minister van Financiën, Gillmore Hoefdraad, heeft pogingen ondernomen om delen van de bewezen olievoorraad te verkopen zonder te weten wat de werkelijke waarde is. De pogingen als voornoemd, zijn niet vreemd aan regeringen met een NDP-signatuur. In 1999 heeft president J.A.Wijdenbosch met volledige ondersteuning van de adviseur van Staat, D.D. Bouterse, nagenoeg een identieke poging ondernomen.

President Wijdenbosch was namelijk van plan het staatsbedrijf Staatsolie voor een bedrag van bijkans US$ 85 miljoen te verkopen aan Fletcher. De vakbond bij Staatsolie heeft dat snode plan middels heftig protest waaraan vele maatschappelijke organisaties hebben deelgenomen, tegengehouden. Gelukkig maar! Staatsolie is daarna gegroeid tot een miljarden bedrijf. De toen al ontslagen directeur van Staatsolie, Eddy Jharap, werd gedwongen in ere hersteld. Suriname heeft toen de strijd gewonnen. Het argument van Wijdenbosch om Staatsolie van de hand te doen, was om de armoede onder grote delen van het volk te minimaliseren c.q. op te heffen. Dat impliceert tegelijk dat de verkoopopbrengst aan niet productieve projecten besteed zou worden, dus in consumptieve sfeer.

Wat is de situatie nadat bekend is geworden dat er in offshore grote hoeveelheden olievoorraad en gas zijn gevonden? Er zijn diverse opvattingen ter zake. Een deel van de politiek leeft met de slechte gedachte om delen van de bewezen olievoorraad te verkopen, zonder te weten welke waarde de olie heeft. Terwijl de gewezen directeur Rudolf Elias bij diverse gelegenheden heeft opgeroepen om nu al te discussiëren over de duurzame aanwending van de opbrengsten van de bewezen olievoorraad, denken bepaalde politici om tot verkoop van delen van de bewezen olievoorraad over te gaan.

Men heeft kennelijk niet geleerd uit de ernstige fouten van Wijdenbosch. De drogreden die aangehaald wordt namelijk om de armoede aan te pakken, is mijns inziens niet steekhoudend. Met name vicepresident Ronnie Brunswijk hanteert dit invalide argument. Het is een goed voorbeeld van kortzichtigheid en populisme van de vp of de regering. Want, wat gebeurt er na het opraken van miljarden dollars die verkregen zijn uit de verkoop van delen van de bewezen olievoorraad?

Ik vind dat de bewezen olievoorraad met rust gelaten moet worden. Staatsolie moet conform de bedrijfsplannen invulling geven aan de beleidsdoelen. Het bedrijf moet voor geen moment zwichten voor de druk van politici om absurde beslissingen in de onderhavige zaak te nemen. De regering zou er goed aan doen het voorbeeld van Guyana voor wat betreft het omgaan met de opbrengsten uit de olie, te volgen. Tot nu toe heeft Guyana zijn olie opbrengsten niet gebruikt voor onder andere consumptieve zaken.

Suriname wees waakzaam.

Bert Eersteling
Advertenties

Saturday 16 October
Friday 15 October
Thursday 14 October