Column: Schrijf en lees!
03 Mar, 00:59
foto
De gewezen Assembleevoorzitter Jennifer Geerlings-Simons heeft het verslag van het zittingstermijn 2015-2020 aangeboden aan haar opvolger, Marinus Bee.


Weer eens stond Jennifer Geerlings-Simons in de spotlight. Zeer terecht zei de voorzitter van ons parlement, Marinus Bee: Geef ere aan wie ere toekomt. Het initiatief om wat er in ons parlement gebeurt vast te leggen, had zij – onze gewezen parlementsvoorzitter - genomen. Er zijn weinigen die zo bevlogen ons parlement hebben getransformeerd naar de eisen en de geest van de tijd zoals zij dat deed. Ze heeft het parlement getransformeerd naar wat het hoort te zijn: Een huis van en voor het volk. Haar inspanningen hebben ertoe geleid dat wij vandaag alle openbare vergaderingen van DNA door middel van beeldverbinding kunnen volgen. Ze heeft nog veel meer gedaan voor ons parlement, maar nu werd ze in het zonnetje gezet omdat ze gedaan heeft wat veel Surinamers niet doen; gebeurtenissen vastleggen op papier of anderszins.

Het was groots van voorzitter Bee om het eerste exemplaar van het in boekvorm uitgebracht verslag van de zittingstermijn DNA 2015-2020 aan Jennifer Simons – die nu van oppositionele huize is - aan te bieden. Velen in Suriname doen er alles aan om geen grani te geven aan mensen met wie zij – op dat moment – (politiek) van mening verschillen.

Het is te hopen dat steeds meer organisaties zich geroepen zullen voelen om regelmatig verslag te doen van hun activiteiten. Jaarverslagen produceren is voor menig organisatie in ons mooi land een luxe. Hoe vaak komt het niet voor dat er vergaderd wordt zonder dat er wordt genotuleerd, terwijl de functie van secretaris soms in tweevoud is ingevuld, een eerste en een tweede secretaris.

Door niet vast te leggen waait onze geschiedenis weg als stof of we laten die uiteindelijk bepalen door enkelen die toevallig wat opschreven of die uit de losse pols wat fantaseren. Niet zelden komen die enkelen uit den vreemde.
Sommigen praten over het herschrijven van onze geschiedenis maar komen niet verder dan te dagdromen over boeken die zij zouden hadden kunnen willen schrijven. Nu zijn toch wij aan de beurt om onze geschiedenis op te schrijven zoals wij vinden dat het hoort?

De ironie wil dat dankzij het feit dat de Nederlanders zo goed hun geschiedenis hebben vastgelegd nazaten van mensen die in slavernij gehouden waren nu zo nauwgezet kunnen weergeven wat decennia geleden plaatsvond en zich daarover ook erg boos kunnen maken. Maar door dat vastleggen weten wij nu ook welke grote werken Nederlanders en ander Europeanen hebben verricht. Later werd bij die geschiedschrijving kanttekeningen geplaatst, maar die wijze van vastleggen heeft haar eenzijdige positieve uitwerking niet gemist. Trots marcheren nog steeds de nazaten van de toenmalige vastleggers door de wereld.

Ook het werk van Duitse dominees van de Evangelische Broedergemeente (EBG) geeft ons een heel duidelijk beeld van het dagelijks leven van de Afrikanen die in slavernij werden gehouden. Heel gedetailleerd schreven zij in hun diaria en specialiën hoe het de leden van de EBG - die hoofdzakelijk Afrikanen waren - verging.
Zouden wij die schrijftraditie niet weer tot leven moeten wekken in een tijd waarin veel mensen alfabeet zijn en wij over verschillende apparaten beschikken om te schrijven? Zou niet elke politicus die een belangrijke positie heeft bekleed zich verplicht moeten voelen om de opgedane ervaringen te boek te stellen? Dat zou toch een goede tegenprestatie zijn aan de samenleving aan wie hij/zij die positie ontleende. Wat dat betreft staat – voor zover mij bekend - André Haakmat, die ooit superminister in Suriname is geweest, met zijn 3 publicaties tot nu toe, op een eenzame hoogte.

Maar als er vastgelegd wordt, geschreven wordt dan moet er anderzijds ook gelezen worden. In Suriname heeft het kopen van boeken geen hoge prioriteit. Ter vergoelijking van de Surinamer kan gezegd worden dat boeken in Suriname wel wat minder duur zouden mogen zijn. De overheid heeft de plicht om daar wat aan te doen.
Maar hoe dan ook, Surinamers moeten vaker een boek kopen en meer gaan lezen. Dat kan natuurlijk ook een e-book zijn.

Ik heb mij vaak afgevraagd of het volgende voorval exemplarisch is voor onze leescultuur? Om en nabij één jaar na mijn promotie werd ik gebeld door een bekende Surinamer; een echte BS-er. Dat voelde goed aan. "Meneer Breeveld, ik heb begrepen dat u in uw proefschrift wat geschreven heeft over Pengel en de vakbeweging. Dat gaat zeker ook over de politiek en de vakbeweging?" Dat klopt, was mijn antwoord. "Ik heb uw boek niet, maar ik moet spoedig naar het buitenland om een inleiding te houden over politiek en vakbeweging. Mijn vraag is of u zich vrij kan maken om uw boek - en met name dat deel over de vakbeweging aan mij te willen vertellen?"

Laten we meer vastleggen en meer lezen.

Hans Breeveld
Advertenties