Kwestie Hoefdraad: Bij 2e vordering pg ook 28 producties
24 Jul, 00:00
foto
In het dossier zijn er 28 producties overgelegd. Diverse documenten zijn toegevoegd waaruit blijkt dat de Staat onroerend goed heeft verkocht aan de CBvS.


Het tweede proces-verbaal (pv) dat procureur-generaal (pg) Roy Baidjnath Panday heeft gestuurd naar De Nationale Assemblee met de hernieuwde vordering, heeft net als het eerste, 28 producties. De vordering omvat eveneens 17 pagina's. Nieuw in de overwegingen van de pg is dat intussen drie verdachten in verzekering zijn gesteld. Het gaat om de gewezen governor van de Centrale Bank van Suriname (CBvS), Robert van Trikt, zijn zakenpartner Ashween Angnoe en Faranaaz Hausil, eveneens topper van de CBvS. Daarnaast heeft hij Gillmore Hoefdraad, ex-minister van Financiën, vanaf de eerste vordering in april, als verdachte aangemerkt.

De pg heeft herhaald dat Hoefdraad als gewezen politieke ambtsdrager van 11 strafbare feiten wordt beschuldigd. De strafbare feiten zijn gepleegd in zijn ambt als minister van Financiën. De pg wenst tegen Hoefdraad een gerechtelijk vooronderzoek in te stellen op basis van de Wet In Staat Van Beschuldigingstelling en Vervolging Politieke Ambtsdragers. Het hoofd van het Openbaar Ministerie vordert dat De Nationale Assemblee onverwijld overgaat tot het beraadslagen en het nemen van het besluit om de gewezen minister in staat van beschuldiging te stellen. 

De strafbare feiten waarvan Hoefdraad verdacht wordt, zijn:
1. Het tezamen en in vereniging met één of meer anderen medeplegen van opzettelijke overtreding van het bepaalde in artikel 21 leden 2 en 4 van de Bankwet. 
2. Uitlokking tot opzettelijke overtreding van het bepaalde in artikel 21 leden 2 en 4 van de Bankwet. 
3. Medeplichtigheid tot opzettelijke overtreding van het bepaalde in artikel 21 leden 2 en 4 van de Bankwet. 
4. Het tezamen en in vereniging met één of meer anderen medeplegen van niet-opzettelijke overtreding van het bepaalde in artikel 21 leden 2 en 4 van de Bankwet. 
5. Uitlokking tot niet-opzettelijke overtreding van het bepaalde in artikel 21 leden 2 en 4 van de Bankwet. 
6. Medeplichtigheid tot niet-opzettelijke overtreding van het bepaalde in artikel 21 leden 2 en 4 van de Bankwet. 
7. Het tezamen en in vereniging met één of meer anderen medeplegen van het handelen in strijd met een of meer  wettelijke voorschriften met name het aangaan van een of meer overeenkomsten ten behoeve of ten laste van de Staat of een staatsinstelling. 
8. Uitlokking tot het handelen in strijd met een of meer wettelijke voorschriften met name het aangaan van een of meer overeenkomsten ten behoeve of ten laste van de Staat of staatsinstelling. 
9. Het tezamen en in vereniging met één of meer anderen medeplegen van verduistering van geld of geldswaardig papier gepleegd door een ambtenaar. 
10. Uitlokking tot verduistering van geld of geldswaardig papier gepleegd door een ambtenaar. 
11. Het tezamen en in vereniging met één of meer anderen medeplegen van oplichting gepleegd door een ambtenaar, door het begaan van dat strafbaar feit een bijzondere ambtsplicht is geschonden of bij het begaan van dat strafbaar feit gebruik heeft/hebben zich schuldig gemaakt van macht, gelegenheid of middel van de/die ambtenaren door het ambt geschonken. 

Intussen heeft de pg ook een uitreisverbod uitgevaardigd tegen Hoefdraad. Gelet op het onderzoeksbelang acht de pg het noodzakelijk om het uitreizen van Hoefdraad met onmiddellijke ingang te verbieden. De grensposten en de douane zijn ook op de hoogte gesteld van het verbod. Starnieuws verneemt dat de advocaat van Hoefdraad intussen contact heeft opgenomen met het Openbaar Ministerie. De Nationale Assemblee zal zich komende week buigen over de hernieuwde vordering. 
Advertenties

Wednesday 02 December
Tuesday 01 December
Monday 30 November