Covid-19 noopt tot inzet moderne communicatiemiddelen
16 Jul, 08:33
foto


De uitbraak van de Covid-19 pandemie en de eerste besmetting in ons land op 13 maart 2020 dwong tot maatregelen die beperkingen van de geldende mensenrechten met zich konden brengen. De in ons land geldende mensenrechten zijn in hoofdstuk 5 van de Grondwet (Gw), het Internationaal Verdrag inzake Burgerrechten en Politieke Rechten (hierna: 'IVBPR') en het Amerikaans Verdrag van de Rechten van de Mens (AVRM) vervat.

De wetgever heeft op grond van artikel 72 aanhef, onder c Gw middels de Wet Uitzonderingstoestand COVID-19 (Noodwet), voor de periode van 3 maanden de burgerlijke uitzonderingstoestand afgekondigd, welke recent met een maand, tot 9 augustus 2020 is verlengd. In het geval van een burgerlijke uitzonderingstoestand mag de Staat namelijk op grond van artikelen 23 Gw, 4 IVBPR en 27 AVRM bij wet maatregelen treffen die mensenrechten beperken, mits deze maatregelen voor een bepaalde duur zijn, niet verder gaan en langer duren dan de toestand vereist, geen discriminatie
inhouden en geen opschorting inhouden van de volgende mensenrechten:
• Het recht op leven.
• Het recht om juridisch als (natuurlijk) persoon erkend te worden.
• Het recht op een humanitaire behandeling (verbod op foltering en een onmenselijke of
vernederende behandeling of straf).
• Het recht om vrij te zijn van slavernij.
• Het recht om vrij te zijn van wetgeving met terugwerkende kracht.
• Het recht om vrij te zijn in godsdienst en levensovertuiging.
• Het recht op familieleven.
• Het recht op een naam.
• De rechten van kinderen.
• Het recht op nationaliteit.
• Het recht op actief en passief burgerschap.
• Het recht om vrij te zijn van gijzeling wegens contractbreuk.

De Noodwet voorziet in maatregelen en voorzieningen t.b.v. de volksgezondheid en de financiering daarvan. De gevolgen van de pandemie voor het rechtsverkeer zijn niet in de Noodwet meegenomen. De Wet Elektronisch Rechtsverkeer, S.B. 2017, no. 86, (WER) voorziet sinds de inwerkingtreding daarvan op 5 oktober 2017 reeds in enkele regels die toestaan dat aan een wettelijke eis van schriftelijkheid wordt voldaan d.m.v. gebruik van een elektronische vorm - onder omstandigheden mag dat zelfs wanneer de wet- of regelgeving uitdrukkelijk bepaalt dat de handeling niet in elektronische vorm mag plaatsvinden of bepaalt dat het in een originele vorm dient te worden gepresenteerd. De WER voorziet niet in gevallen waarin een notariële akte is vereist, het documenten t.b.v. de verkrijging van een paspoort betreft, een origineel document met een handgeschreven handtekening is vereist of een handeling in persoon is vereist.

De pandemie rechtvaardigt mijns inziens echter een regeling die vérgaand voorziet in een alternatieve wijze van deelname aan het rechtsverkeer, door de inzet van moderne communicatiemiddelen. Naast de pandemie noopt ook modernisering en efficiëntie dat wij zo veel als mogelijk moderne communicatiemiddelen inzetten t.b.v. het rechtsverkeer. Wij leven namelijk in de tijd van globalisatie en snakken naar een instroom van buitenlandse investeringen en inkomsten in vreemde valuta.

Gedacht kan worden aan regels die, zolang de burgerlijke uitzonderingstoestand voortduurt, in het volgende voorzien:
• Dat het horen, verhoren of ondervragen van personen plaats kan vinden door de inzet van tweezijdige audiovisuele communicatiemiddelen, die de rechter in staat stelt de identiteit van de persoon vast te stellen en rechtstreeks met hem te communiceren.
• Dat overal waar de wet vereist dat verschijning in persoon plaatsvindt, aan die eis kan worden voldaan door de inzet van moderne communicatiemiddelen.
• Dat deurwaarders ten behoeve van betekeningen hun exploten in elektronische vorm naar de procureur-generaal mogen verzenden onder bekendmaking van de betekening op de website van het Openbaar Ministerie. 
• Dat akten ten overstaan van de notaris kunnen worden verleden door de inzet van tweezijdige audiovisuele communicatiemiddelen, die de notaris in staat stelt de identiteit van de partijen bij de akte of de door hen gevolmachtigde personen vast te stellen en rechtstreeks met hen te communiceren.
• Dat de vergaderingen van alle organen van rechtspersonen kunnen plaatsvinden d.m.v. communicatiemiddelen waarmee de identiteit van de deelnemers kan worden vastgesteld en waarmee al dan niet rechtstreeks met hen kan worden gecommuniceerd.

Er kan verdere inspiratie worden gevonden in overleg met de betrokken beroepsgroepen en mogelijk in de COVID-19 wetgeving van andere landen die tot dezelfde rechtsfamilie behoren als wij, waaronder de Nederlandse Tijdelijke wet COVID-19 Justitie en Veiligheid en de Nederlandse Verzamelspoedwet COVID-19.

Een moderne impuls aan het rechtsverkeer komt zowel de bestrijding van het covid-19 virus als de concurrentiepositie van ons land ten goede.

Mr. Monique Watchman, advocaat
mwatchman@naarendorp.com