STREI! en respect voor (inter)nationale rechtsorde
16 Jan, 10:45
foto


Nadat de discussies over de veroordeling van de heer Bouterse wat naar de achtergrond zijn geëbd na het nieuws van de olievondst voor onze kust, is het weer gesprek van de dag door de gang naar de rechter voor het verzet tegen het vonnis van de krijgsraad, 22 januari aanstaande. Wie zou dat verzet moeten ondersteunen? Het Surinaamse volk?

Het lijkt STREI! goed om de burger aan enkele zaken te herinneren. Elk land heeft een nationale wetgeving, die door de burgers van dat land middels de volksvertegenwoordiging (DNA) is ingevoerd. De onafhankelijke Republiek Suriname heeft in 1975 een grondwet aangenomen, die in 1987 (na een referendum) en in 1992 werd geëvalueerd en aangepast. 

Echter is dit niet de enige wetgeving die geldt in ons land. Boven de nationale wetten staan internationale verdragen, ontwikkeld door de Verenigde Naties, om in de nasleep van de gruwelen van met name de Tweede Wereldoorlog, allerlei grondrechten en mensenrechten voor burgers te garanderen. Geen land kan het maken om deze grondrechten van de burgers te negeren, anders zou het zich buiten de internationale rechtsorde plaatsen. Dat lukt overigens (nog steeds) niet altijd, dat zien we aan huidige brandhaarden in de wereld. 

Daarnaast is het zo dat de soevereiniteit van een land gewaarborgd moet zijn, horen we de minister van Buitenlandse Zaken Beighly-Pollack regelmatig roepen op internationale fora. Echter, de Rechten van de Mens zijn wereldwijd door vele landen, ook Suriname, ondertekend en geratificeerd en bedoeld om de burgers bescherming te bieden tegen machthebbers die met geweld hun wil op proberen te leggen. Ook in de Surinaamse Grondwet zijn die rechten opgenomen. Suriname is onder meer aangesloten bij het Inter-Amerikaanse Verdrag voor de Rechten van de Mens, het Internationale Verdrag inzake Burgerrechten en Politieke Rechten (BUPO).  

Geweldplegingen hebben ook in de Republiek Suriname plaatsgevonden, zoals in 1980 en 1982. Al vrij snel na de decembermoorden heeft de OAS na een veldbezoek in 1983 een rapport opgesteld, waarin ooggetuigenverslagen staan, en is in te zien op internet. Geen enkele persoon in Suriname kan zeggen dat ze niet van die decembermoorden hebben geweten. Of op Facebook de onzinnige uitroep doen dat je er niet bij was als getuige, dus dat het daarom niet waar zou zijn. Om onder een veroordeling voor schending van mensenrechten uit te komen, is er in 2012 een wijziging van een eerdere Amnestiewet aangenomen, ondanks vele protesten internationaal en in Suriname zelf. Maar is het niet zo dat er eerst schuld moet zijn vastgesteld, voordat amnestie verleend kan worden?  

Naast alle inhoudelijke en grammaticale discussies rondom die Amnestiewet, is er tevens het aspect van de invloed van internationale verdragen. Wat in relatieve stilte is gebleven, is de reactie van het Inter-Amerikaanse Hof voor de Rechten van de Mens op 21 november 2018 in het vervolgrapport van de Moiwanazaak (er worden twijfels geuit bij de geldigheid van de Amnestiewet en er wordt tevens nogmaals benadrukt dat er geen amnestie kan worden verleend voor mensenrechtenschendingen). En de reactie van de Inter-Amerikaanse Commissie voor de Rechten van de Mens (IAHRM) op de klacht van de nabestaanden van de decembermoorden. 

De commissie (IACRM) van de (OAS) heeft de klacht van de nabestaanden van de op 8 december 1982 vermoorde 15 mannen op 26 juni 2019 in behandeling genomen en onze regering gevraagd, om te antwoorden op het klaagschrift van de nabestaanden met verzoek om de Amnestiewet 2012 in te trekken en de verdachten te berechten en te bestraffen en de nabestaanden te compenseren. Tot 26 september 2019 had de regering de tijd om te reageren. De regering Bouterse kon verder nog tot 4 maart 2019 reageren op het vervolgrapport over Moiwana bij het IAHRM en voorbereidingen treffen voor een onderzoek van de organisatie in Suriname naar die case. Er is noch door assembleeleden, noch door journalisten aandacht besteed aan het uitblijven van deze verplichte rapportages. Slechts de jurist Ed van den Boogaard heeft hierover een opmerking gemaakt in zijn artikel van 6 december 2019 op Starnieuws en in zijn artikel in het Surinaams Juristenblad van september 2019.  

Inmiddels is wel bekend dat de Surinaamse regering het bezoek/onderzoek van de president van het Inter-Amerikaanse Hof telkens heeft tegengehouden (dWT van 31 oktober 2019). In de Grondwet van Suriname staat dat de republiek de ontwikkeling van de internationale rechtsorde bevordert en ook de participatie in internationale organisaties (art. 7 GW). Oók de president zou volgens art. 101 GW de ontwikkeling van de internationale rechtsorde moeten bevorderen. Zo heeft hij gezworen op de Grondwet. Het steeds negeren van beslissingen van het IAHRM roept de vraag op of de president niet in strijd handelt met de Grondwet. Het volk van Suriname heeft recht op verantwoording over dit (nalatige) overheidshandelen (art. 52 GW).

Naast de ‘Rule of law’, die respect voor de rechtsstaat in een samenleving omvat, zou ook de ‘Rule of decency’ een belangrijke rol moeten spelen. Deze betreft normen en waarden, de ongeschreven regels binnen een maatschappij. Bijvoorbeeld hoe we het gedrag van onze leiders beoordelen, zoals beledigende uitlatingen doen over de rechterlijke macht, of spreken van een politiek proces bij een onafhankelijke rechterlijke macht. Die fatsoensregels laten over het algemeen zien dat in een moderne rechtsstaat de burgers niet meer accepteren, dat hun leider als crimineel te boek staat. De protesten tegen alleenheersers die inkomsten van een land niet delen met het volk, nemen wereldwijd toe, ook in Zuid-Amerika. Met een veroordeling van 20 jaar gevangenisstraf kan de heer Bouterse in een fatsoenlijk land geen president zijn, of er een amnestiewet aangenomen is of niet. De OAS kijkt toe! 
STREI! vindt het wel te betreuren dat de processen zo lang duren, en dat de organisatie zich niet luider laat horen. Ook middels bekendmakingen hier, en meer berichten in de pers!

Monday 27 January
Sunday 26 January
Saturday 25 January