column: Kanker
19 Apr, 00:05
62ff50f9d2cfeafc69418f196c0344f2.jpg
Ze was niet oud. We zagen haar niet elke dag, maar als we haar zagen maakte ze ons altijd blij. Lucia, mijn schoonzus, was een onderwijzeres, had twee volwassen kinderen en genoot van het leven.
Bij verjaardagen kon ze luidkeels lachen om de verhalen die ze zelf vertelde en belevenissen met haar zussen. Gewoon een lieve aardige leuke meid, die je graag om je heen hebt.

Ongeveer twee jaar geleden kwam ze terug van vakantie uit Italië. Ze voelde zich niet lekker. Ze ging naar de dokter en de uitslag was alarmerend: darmkanker. Zo van de ene dag op de andere. Het was een donderslag bij heldere hemel. Je vreest het ergste, maar op dat moment denk je toch dat het allemaal zal meevallen.
De dokter gaf het aan: kanker is te genezen, niet in alle gevallen, maar de medische wetenschap is ver gevorderd.

Met die geruststellende boodschap wachten we het vervolg af. Chemotherapie moest de oplossing brengen. Chemotherapie klinkt zo neutraal, maar in werkelijkheid breekt het alle weerstand in je lichaam. Fysiek werd ze zwakker, maar geestelijk was ze sterk als een beer. We zagen haar nu regelmatig. Op bezoek in het ziekenhuis. Op bezoek bij haar thuis. Op verjaardagen. En altijd met de hoop dat de uitslag zal zijn: de kankercellen zijn weg. Je bent genezen.

Terwijl we tussen hoop en vrees leefden, kregen we een email van onze overbuurman, een Nederlands homopaar. Aardige mensen die bij ons op bezoek waren geweest en samen met mijn vrouw jam hebben gemaakt van pruimen uit onze boom. Geen intensieve contacten, maar wel prettig. De mail had een korte mededeling: Jim is moe en heeft niet lang meer te leven. Hij had multiple sclerose, een dodelijke ziekte die je spieren verlamt (het hart is een spier). Hij kan geen bezoek ontvangen.
We zagen Jim nauwelijks. We waren intensief bezig met Lucia. Ze leek er bovenop te komen en ging op vakantie naar Curaçao met haar gezin.
Toen ze terug kwam, kreeg ze het onheilspellende bericht: de kankercellen zijn niet verdwenen.

De kerstdagen naderden. Ze zou kerst en oud-en-nieuw met ons doorbrengen. Zou het de laatste keer zijn? Bij de kadootjes en de goede wensen voor het volgende jaar blijft die gedachte door je hoofd spoken.

Tijdens die kerstdagen kregen we een nieuwe mail namens Jim: hij had besloten om zijn partner het nieuwe jaar te laten ingaan met een frisse blik op het leven. Op oudjaarsdag zou hij afscheid nemen en euthanasie plegen. Een spuitje en dan voorgoed weg. Zijn argumentatie was helder: hij wilde zelf het moment bepalen om weg te gaan en niet vreselijk lijden op weg naar het einde.

Ik vond het onbegrijpelijk! Op oudjaarsdag nog wel. Is het een verschil in cultuur: de Nederlandse nuchtere cultuur versus de Surinaamse emotie waarbij je meer voor je familie leeft en dan voor jezelf?
We spraken er schande over in eigen kring.

De weken daarop zagen we het lijden van Lucia. De chemo hield niet. Ze kreeg een ziekenhuisbed in de voorkamer. Daaraan was een apparaat gekoppeld waarin morfine automatisch gespoten werd in haar lichaam om de pijn te kunnen verdragen.
Ze leed enorm, onze lieve Lucia. Fysiek en geestelijk.
Toen kwam het definitieve bericht: het is kwestie van weken of zelfs dagen.
Lucia was een regelaarster. Zij wilde alles onder controle houden, ook haar begrafenis.
Samen met haar kinderen en de familie discussieerde ze over alle details: haar neefjes moesten de kist dragen. Ze had een powerpoint gemaakt met foto’s en de liedjes gekozen,o.a. Blaka Rosu now je gwe en Sohani raat. Ze had een pastoor laten komen om een dienst in de huiskamer te leiden.
Ze gaf adviezen mee aan haar kinderen en neefjes. Ze drong bij ons aan om op haar kinderen te letten als ze er niet meer zou zijn. Er was nog zoveel dat ze wou doen.
En dat alles op een manier alsof het heel normaal is om dit soort zaken zo te bespreken. Maar onze harten braken stukjes bij beetje om haar te zien wegkwijnen.
Haar gezicht begon in te vallen. Haar lieve lach had iets heel verdrietig, net als haar ogen. Haar ademhaling werd moeilijker. Haar lijden werd dramatischer.
De laatste dagen was het contact weg, alleen de ademhaling bleef nog. Ze zou niet meer terugkomen, dachten we.
Voordat ze haar laatste adem blies, zo vertellen haar dochters, opende ze nog haar ogen met een traan als afscheid. Daarna stopte ze met ademen.

De begrafenis was heel mooi. We namen afscheid met harten vol verdriet.
Tijdens de begrafenis vroeg ik me nog af: had Jim gelijk en moest haar dit lijden bespaard worden? Ik kreeg meer begrip voor het besluit van Jim en durf hem niet meer te veroordelen.

Maar de hele ervaring heeft me bang gemaakt, niet zozeer voor mezelf omdat ik de dood accepteer als een natuurlijk gegeven, maar voor de mensen die ik zo lief heb. Het kan je zomaar gebeuren.
Ik heb het maar weggestopt en ben doorgegaan met leven.

Maar gisteren belde een goede vriend van me op: zijn neef heeft kanker. Ze hebben een ziekenhuisbed met het morfine apparaat in zijn kamer geplaatst.

Sandew Hira
Reacties naar: sandewhira@amcon.nl