Terwijl de wereld zich klaarmaakt voor het grootste sportevenement ter wereld, het WK 2026, ontvouwt zich tegelijkertijd een ander, schrijnend verhaal. Het contrast tussen de vreugde van voetbal en de harde realiteit van oorlog en strijd is nog nooit zo zichtbaar geweest. In het hart van dit toernooi staat ook het Iraanse team, dat ondanks zware tegenslagen en een conflict met een van de gastlanden, onverzettelijk is. Het Iraanse volk toont een indrukwekkende kracht en vastberadenheid; zij weigeren te buigen onder sancties, oorlog en destructie, en zetten hun hoop en trots in op hun spelers die namens hen het veld betreden. Dit is meer dan een sportwedstrijd voor Iran – het is een strijd om identiteit, waardigheid en hoop te bewaren temidden van chaos.

Het team van Iran staat na wat obstakels met visa klaar om zijn kunnen te tonen. Voor de Iraniërs staat er veel meer op het spel. Hun land is in oorlog met een van de gastlanden, de VS. Voor hen gaat dit toernooi veel verder, ze strijden voor hun volk dat weigert te buigen ondanks alle sancties en verwoestingen.

Het is Suriname niet gelukt om in de laatste etappe van de strijd voor plaatsing aan het langste eind te trekken. Het hele traject bracht het volk samen, kraken voor Natio. Nu staan we weer met twee benen op de grond en lopen de winkels in en uit op zoek naar vlaggen van onze favoriete deelnemers in het toernooi. Buurland Brazilië of Argentinië. Anderen gaan voor Oranje of de Duitsers. De komende weken beloven wat te worden.

Er zijn hele late wedstrijden, dus zullen de werkgevers hier en daar wat door de vingers kijken. Dat is Suriname.

Maar niet overal in de wereld heerst dit gevoel van verwachting en spanning. Terwijl wij ons voorbereiden om feestend achter de televisie te kruipen, breken elders conflicten uit die het leven van miljoenen bedreigen. De onrust en het lijden in grote delen van Afrika, Azië en het Midden-Oosten zullen het geweld en de onzekerheid niet laten wijken voor het geluid van juichende supporters.

De hongerigen in Sudan en Somalië, landen die al jarenlang gebukt gaan onder armoede en geweld, zullen nauwelijks oog hebben voor het wereldvoetbal. Hun strijd draait niet om doelpunten, maar om schaarse maaltijden en overleven. In Afghanistan en Sri Lanka, die zwaar getroffen worden door de VS-Iran oorlog, is de dagelijkse werkelijkheid bitter: de angst, het gebrek aan voedsel en de onzekere toekomst overschaduwen elke sportieve droom.

Dit contrast tussen het grootste sportevenement ter wereld en de schrijnende situaties die zich tegelijkertijd voltrekken, herinnert ons aan de kloof die nog steeds bestaat in onze wereld. Terwijl het WK verbindt en mensen samenbrengt, tonen deze conflicten en crises hoe ver we nog verwijderd zijn van vrede en rechtvaardigheid voor iedereen.

Toch is er ook hoop. Want juist in deze schijnbare tegenstelling ligt de kracht van sport: het vermogen om bruggen te bouwen, om verhalen te vertellen die verder gaan dan grenzen en conflicten. Het WK 2026 mag dan een feest zijn van talent en competitie, het herinnert ons ook aan onze gedeelde menselijkheid, en aan de verantwoordelijkheid om te streven naar een wereld waarin iedereen veilig en vrij kan leven.

Laten we daarom kijken naar dit toernooi niet alleen als toeschouwer, maar ook als wereldburger. Met oog voor het spel en het leven dat ervoor en erna doorgaat. Want achter elke speler, elke vlag en elk doelpunt schuilt een menselijk verhaal – soms van hoop, soms van strijd.

Het WK 2026 begint donderdag. Laten we het vieren, maar ook beseffen wat er buiten het stadion speelt.

Indra Toelsie