Internationale misdrijven en de tweede zelfamnestiewet
14 Mar 2016, 18:37
foto


Politicide, het vermoorden van mensen vanwege hun politieke overtuigingen (zoals in het geval van de decembermoorden, die in vredestijd plaatsvonden) en oorlogsmisdrijven (zoals de massaslachting te Moiwana) zijn internationale misdrijven omdat zij vanwege aard, ernst en context, schendingen zijn van het internationaal strafrecht. Professor John Dugard, Zuid-Afrikaans en internationaal rechtsgeleerde en vooraanstaand criticus van de apartheid, heeft op basis van uitgebreid onderzoek geconcludeerd dat de decembermoorden en –folteringen, kwalificeren als misdrijven tegen de menselijkheid. Ten aanzien van de massaslachting te Moiwana, het meest grootschalige oorlogsmisdrijf tijdens de Binnenlandse Oorlog, waarbij ook ouderen, vrouwen en kinderen door een eenheid van het Nationaal Leger werden vermoord, kwam de Inter-Amerikaanse Commissie voor de Mensenrechten van de OAS tot dezelfde delictsomschrijving: misdrijven tegen de menselijkheid.

De verantwoordelijken voor oorlogsmisdrijven van alle oorlogvoerende partijen in de onrechtvaardige Binnenlandse Oorlog, van het Nationaal Leger tot Junglecommando en Tukayana Amazonas, komen dan ook in aanmerking voor de jus cogens* plicht tot rechtsvervolging. Echter, vanwege de cultuur van de straffeloosheid, tijdens en na de militaire dictatuur, werd niet alleen het 8 Decemberstrafproces door de verantwoordelijken voor die misdrijven, met misbruik van de staatsmacht, geobstrueerd, ook de vervolging van andere misdrijven, zoals die in de Binnenlandse Oorlog, werd tegengehouden of gefrustreerd. Zo werd inspecteur Herman Gooding nabij het Kabinet van de toenmalige bevelhebber Bouterse, die Gooding op zijn politiek podium had bedreigd, in koele bloede doodgeschoten en stuitte het onderzoek naar de lafhartige moord op ‘blinde muren’. Gooding deed onderzoek naar de massaslachting onder de Marron bevolking van het dorp Moiwana van 29 november 1986, dit jaar 30 jaar geleden.

Tweede Zelfamnetiewet?
Sandew Hira, de door de regering van president-hoofdverdachte Bouterse ‘in natura’ gefaciliteerde trekker van de pro-straffeloosheid ‘waarheidsvinding’. Hij werpt zich nu, nog voordat zijn onderzoek is afgerond, op als pleitbezorger van vervanging van de huidige, omstreden amnestiewetgeving door een ‘algemene amnestiewet’. In de tweede zelfamnestiewet (want weer onder presidentschap van de hoofdverdachte), zouden de slachtoffers en nabestaanden centraal worden gesteld in de vorm van financiële compensatie. Maar hoe stel je slachtoffers en nabestaanden centraal als je hen van hun internationaal erkend mensenrecht op een eerlijk proces berooft? Als je de grondwet en internationale mensenrechten verdragen schendt?! Als je amnestie voor internationale misdrijven, waaronder misdrijven tegen de menselijkheid, bepleit?!

Bovendien, er is helemaal geen amnestiewet nodig om te voorzien in reparatie (compensatie) voor slachtoffers en nabestaanden, dat kan ook zonder amnestiewet wettelijk en/of bestuurlijk worden geregeld. Maar de tweede zelfamnestiewet is om een heel andere, verzwegen reden noodzakelijk. In de eerste zelfamnestiewet van 2012 zijn grote juridische blunders geslopen, zowel in de delictsomschrijvingen als tijdlijnen, waardoor formeel juridisch de verdachten van de decembermoorden buiten de toepassing van de amnestiewet vallen. Dat hebben de nabestaanden en hun gemachtigde advocaten in hun verzoekschrift van 13 augustus 2012 aan het Hof van Justitie, haarfijn uitgelegd. In de tweede zelfamnestiewet kunnen de juridische blunders van de eerste zelfamnestiewet worden gerepareerd en de strafvervolging van de hoofdverdachte effectiever worden geobstrueerd.

Uitgangspunt en einddoel van heel de anti-8 Decemberstrafproces propaganda offensief, is duurzame straffeloosheid van de verdachten. De zelfamnestiewet is wetgeving ad hominum (persoonsgerichte wetgeving), wet versus recht, rechtsongelijkheid, een flagrante schending van het beginsel dat iedereen gelijk is voor de wet, zeker als het internationale misdrijven betreft. De ‘waarheidsvinding‘ met de partijdige naam ‘De Getuigenis van President Bouterse’ (in hoofdletters), heeft slechts de functie van moreel rookgordijn.

Is straffeloosheid goed genoeg voor Surinamers?
De Stichting 8 december 1982 ziet de recente aanvallen op het strafrecht en de verdedigers van een onafhankelijke rechtsgang – met gebruikmaking van politieke demagogie en intimidatie van de rechterlijke macht, inclusief het Openbaar Ministerie, als een regelrechte bedreiging van de democratische rechtsstaat en daarmee van de grondslag van nationale verzoening en sociale vooruitgang. Zij zal dan ook niet deelnemen aan een door het regime van de straffeloosheid gedicteerde ‘Dag van Nationale Rouw’, die fungeert als mantel der liefde voor de straffeloosheid en waar op de van boven opgelegde ceremonie het slachtoffers en nabestaanden is verboden de verwerpelijke aanmatiging van de verantwoordelijken voor ernstige mensenrechtenschendingen en misdrijven tegen de menselijkheid, om te beslissen over leven en dood van de Surinamers, publiekelijk aan te klagen.

De Stichting 8 december 1982 reikt de hand aan alle slachtoffers en nabestaanden van politicide, oorlogsmisdrijven en oorlogsgeweld, aan alle vaderlandslievende, democratische en vredelievende landgenoten, die met respect voor de grondwet, de internationale mensenrechtenverdragen en de onafhankelijke rechtsgang, willen samenwerken voor waarheid, gerechtigheid, reparatie en nationale verzoening. Zij zal de koloniale opvatting dat straffeloosheid goed genoeg is voor de Surinamers, blijven verwerpen. Gelijk de volkeren aller landen, inclusief die van Nederland en andere westerse landen, hebben de Surinamers recht op de bescherming van de internationale mensenrechten verdragen en het internationaal strafrecht. Amnestie voor internationale misdrijven is een ernstige schending van de mensenrechten en het internationaal strafrecht en een miskenning van de menselijke (gelijk)waardigheid van de slachtoffers en nabestaanden.

*Jus cogens (of ius cogens = Latijn: 'dwingend recht') is een term uit het internationaal recht die verwijst naar regels die door (bijna) alle staten aanvaard worden en voor de internationale gemeenschap van fundamenteel belang zijn. Jus cogens is dwingend recht: rechten en verdragen die altijd gelden, ook al heeft een staat daar niet expliciet mee ingestemd.

Stichting 8 december 1982