Column: Wetenschap
26 Oct 2015, 16:41
foto


Theo Para en Hugo Essed hebben zich afgelopen week weer uitgeleefd met hun verlepte aantijgingen en tirades tegen mijn persoon.
Essed stelt dat het onderzoeksproject helemaal niet loopt en refereert aan de problemen waar ik heel transparant over ben geweest (projectmanagement, inzet vrijwilligers, financiering, de uitbreiding van de werkzaamheden). Die problemen ziet hij als een bewijs van mijn organisatorisch onvermogen. Maar hij vermeldt niet dat we ook oplossingen bedenken en uitvoeren. Ook daar ben ik open over geweest.

Hij stelt dat de financiering voor het onderzoeksproject van Bouterse afkomstig is. Ik heb nadrukkelijk aangegeven dat dat niet zo is en alle betrokkenen bij het project weten dat. Brengt hij enig bewijs naar voren? Nee, hij gooit gewoon met modder, wat je van een jurist niet zou verwachten.
Hij stelt dat de OAS mij niet zal ontvangen, tenzij ik een afgezant ben van Bouterse, omdat OAS alleen met regeringen dealt. Dus als ik ga, dan ben ik een gezant van Bouterse. Waar baseert hij die wijsheid op? Op zijn fantasie, want de afspraak met de secretaris-generaal wordt gemaakt als projectleider van de getuigenis en dat was geen probleem.

Hij stelt dat ik heb verzonnen dat er bij nabestaanden van militairen wrok bestaat over de eenzijdige benadering van leed als gevolg van politiek geweld. Het zou niet waar zijn. Hij was niet aanwezig bij de bijeenkomst, dus waar baseert hij zich op? Op zijn fantasie.

Hij speelt met interpretaties van de amnestiewet waar juristen over van mening verschillen en doet alsof zijn interpretatie de enige juiste is.
Waarom die eenzijdige informatie onder de titel “Baboeram liegt of het gedrukt staat”? Omdat het niet om feiten gaat, maar om een hetze tegen mijn persoon.
Theo Para is in dezelfde trant bezig: felle tirades en verdachtmakingen aan mijn persoon. Hij wil graag hoor en wederhoor en doet alsof ik dat niet aangeboden heb. Maar ik heb in mijn persconferentie al gezegd dat ik hem dat aanbied. We willen graag een onderzoeker naar hem toesturen om zijn wederhoor op te nemen. Hij kan een afspraak maken via getuigenis@iisr.nl . We zullen zien of hij gebruik gaat maken van wederhoor.

Hij gooit opnieuw met modder door te stellen dat ik voor de Surinaamse veiligheidsdienst werk en door hen gerekruteerd ben.
Para zet zich af tegen het onderzoek dat ik doe met het merkwaardige argument dat ik niet wetenschappelijk gekwalificeerd zou zijn. Je zou denken dat hij dus een voorstander is van het onderzoek, want hij wil geen ongekwalificeerde mensen het onderzoek laten doen. Maar hij pleit steeds tegen het onderzoek. Vanwaar dan deze tegenstrijdigheid? Het gaat niet om een goed onderzoek maar om een hetze tegen mijn persoon. Dus komt hij met de mededeling: “In de wetenschappelijke wereld van vandaag denkt men bij wetenschapper aan een academicus die tenminste is gepromoveerd.” Nou, Google maar eens “Prof. drs.” dan zul je zien hoeveel professoren in Nederland niet eens gepromoveerd zijn en toch wetenschappelijke onderzoeken leiden aan universiteiten.

Para heeft geen flauw idee hoe de wetenschappelijke wereld in elkaar zit. Daar word je niet beoordeeld op een titel, maar op onderzoek en publicaties: boeken, artikelen, papers voor seminars en andere wetenschappelijke producten zoals wetenschappelijke databases. En dan gaat het ook nog eens om de inhoud van je onderzoek. Als je nieuwe ideeën presenteert, dan wordt je uitgenodigd voor conferenties en lezingen. Zo werkt het in de wetenschappelijke wereld. Je titel is prima, maar dat is een bijzaak. Het gaat om de inhoud van je werk. Ik kan het Para niet kwalijk nemen. Hij is geen wetenschapper en dit is vreemd terrein voor hem.
Hij vaart op de golven van een campagne die op Facebook en de Surinaamse radio's in Nederland tegen me wordt gevoerd door Natascha Adema. Ze beschuldigt me van diplomafraude. Ik zou niet afgestudeerd zijn aan de Erasmus Universiteit Rotterdam (EUR).

Een integer persoon zou als volgt te werk gaan. Als je het vermoeden hebt van diploma fraude, schrijf je een brief naar de EUR met het verzoek om een kopie van het diploma. Als je vervolgens een brief terugkrijgt dat de persoon niet is afgestudeerd aan de EUR, dan ga je met die brief naar die persoon en die kan vervolgens besluiten om de EUR aan te klagen wegens laster als hij een diploma en cijferlijst kan overleggen of toegeven dat hij diploma fraude heeft gepleegd als hij die niet heeft. Dit is wat integere mensen doen.
Natascha Adama is hét voorbeeld van vleesgeworden domheid. Ze begint me te beschuldigen van diploma fraude in de media en stuurt me vervolgens een mail met de volgende tekst: “Geachte heer Baboeram, U bent bezig met een groot wetenschappelijk project, waarbij u diverse methodes wil gebruiken om de waarheid inzake 8 December te achterhalen. U noemt zichzelf wetenschapper, maar bij navraag aan de Erasmus fac. economie, bleek dat u niet in de bestanden van Faculteit Economie voorkomt. Men heeft aangeraden om u te benaderen en te vragen in welk jaar u daadwerkelijk afstudeerde en of u toestemming wilt geven, zodat we een bevestiging kunnen krijgen. Bij voorbaad dank Natascha Adama.” (Bij voorbaad is met echt een d geschreven).
Waarom publiceert zij de brief van de EUR niet waarin deze verklaart dat ik niet in hun bestanden voorkom? Bestaat die brief wel? Natuurlijk niet. Mijn diploma van de EUR heb ik wel, maar dat ga ik niet aan haar laten zien maar aan de EUR als deze durft te verklaren dat ik niet bij hen ben afgestudeerd. Ik sleep ze dan voor de rechter wegens smaad.
Als Natascha Adama een greintje fatsoen heeft, dan zou ze onmiddellijk haar diepe verontschuldigingen aanbieden voor de lasterpraatjes over diplomafraude die ze verspreidt. Maar ik vrees dat ze die integriteit mist.

Adama loopt ook vast in haar eigen redenering. Waarom wil je weten wanneer ik ben afgestudeerd als de EUR je al op schrift heeft verteld dat ik niet in haar bestanden voorkom. Dan is die informatie toch niet meer relevant? Dit is was je noemt vleesgeworden domheid. De EUR heeft haar waarschijnlijk eerst gevraagd om welk jaar het gaat en om mijn toestemming voor dat onderzoek voordat ze in haar bestanden gaat zoeken. En dat komt ze nota bene aan mij vragen.
Overigens kon ze op internet gewoon mijn cv downloaden en de informatie daaruit halen. Het is geen geheim.
Ik heb een verrassing voor Adama. Maar wat ik niet meer heb, is mijn diploma van de lagere school. Ik verklaar hier luid en duidelijk: mijn diploma van de lagere school ben ik kwijt! Dus mevrouw Adema, nu kunt u met recht zeggen: “Sandew Hira heeft de lagere school niet afgemaakt!” De hetze tegen mij neemt soms bizarre vormen aan.

Para stelt dat het verhaal over Bram Behr niet klopt, maar ook hij loopt vast in zijn eigen tegenstrijdigheden.
Naar aanleiding van mijn onderzoek naar processen van geweld ben ik benaderd door Remond Overman, een partijgenoot van Bram Behr, die een getuigenis heeft laten opnemen over zijn ervaringen in de linkse beweging en de relatie tussen Bram Behr en de militairen. Behr was oprichter en leider van de Revolutionaire Bevrijdings Beweging (RBB). De getuigenis van Overman zal gepubliceerd worden in het eindrapport net als vele andere getuigenissen en hopelijk ook die van Para. Overman´s actie was ingegeven door zijn ergernis over Theo Para die zich opwerpt als de ideologische erfgenaam van Bram Behr maar in werkelijkheid een coup tegen hem zou hebben gepleegd.

Remond Overman legt uit dat er politieke meningsverschillen waren tussen Behr en Does, waarbij Behr zich wilde onderscheiden van de rechtse oppositie tegen de militairen en Does dat onderscheid niet wilde maken. Mokro droeg wel de naam van Behr, maar de lijn van Mokro was niet de lijn van Behr, maar van Does. Behr was bezorgd wat er zou komen als de militairen verjaagd zouden zijn door de rechtse oppositie. Zoals Behr het uitdrukte: “Yu no kan puru poepe, dan yu e poti stront.” Does ging echter volledig meegaan met de rechtse oppositie.
Does zou het verhaal graag willen afdoen als klinkklare onzin. Maar hij praat zichzelf vast. Hij laat zich namelijk het volgende ontvallen: Er lag geen spoor van verdeeldheid tussen ons, de eenheid was hechter dan ooit. Dat Bram een andere partij wilde oprichten is volledig uit de duim gezogen. Ook mijn ‘coup’ tegen Bram is klinkklare onzin. Toen ik in het voorjaar van 1982 definitief terugkeerde naar Suriname vroeg Bram mij, al in de auto op weg van Zanderij naar Paramaribo, de leiding van krant en beweging op mij te nemen. Wij deelden de afkeer tegen persoonlijk machtsstreven, we waren onverbeterlijke egalitaristen, en lieten elkaar maar al te graag voorgaan. Bram zei dat hij het gezicht van Mokro zou blijven, want hij was al bekend bij de machthebber. Ik moest voor het repressieve regime onbekend blijven, om de continuïteit van de strijd te waarborgen. Hij had een voorzienige blik.
Op basis van zijn eigen mededelingen kunnen we de volgende vragen beantwoorden:
1. Was er een machtswisseling in de partij van Bram Behr? “Ja”, zegt Overman en betitelt het als een coup. “Ja”, zegt ook Does maar hij betitelt het niet als een coup: “ Toen ik in het voorjaar van 1982 definitief terugkeerde naar Suriname vroeg Bram mij, al in de auto op weg van Zanderij naar Paramaribo, de leiding van krant en beweging op mij te nemen.” 2. Wie nam de macht over van wie? Overman en Does geven het antwoord: Does nam de macht over van Behr.
3. Wat hield de machtswisseling in? Overman zegt onder meer dat de leiding van de krant en de partij in handen kwam van Does. Does zegt hetzelfde. Hij nam de leiding over van de krant en de partij.
4. Wanneer vond de machtswisseling plaats? Overman zegt dat het op een partijcongres plaatsvond. Does zegt dat het plaatsvond in de auto van Zanderij naar Paramaribo. Kennelijk deed de mening van aller andere partijleden er niet aan toe. Dat is niet geloofwaardig.
5. Waarom vond de machtswisseling plaats? Overman zegt dat het ging om politieke meningsverschillen over hoe te reageren op de rechtse oppositie tegen de militairen en op de linkse militairen. Does geeft geen politieke redenen, want er was geen spoor van verdeeldheid. Waarom was het dan toch nodig om de macht over te dragen aan Does als er geen verdeeldheid was? Omdat ze onverbeterlijke egalitaristen zijn en ze elkaar maar al te graag voor lieten gaan? De vraag is dan waarom Does Behr niet liet voorgaan die toch de partij had opgericht en al die tijd had geleid. En waarom is een verandering in de leiding nodig was als Behr het prima deed? Waarom zou Behr de leiding en de krant overdragen aan iemand die pas uit Nederland was gekomen terwijl uit alles blijkt dat Behr zichzelf als leider van de RBB zag? Hij was het gezicht van de RBB en dat geeft Para ook toe. Para´s verspreking is in feite een bekentenis van zijn coup.

Remond Overman is niet de enige partijgenoot van Bram Behr. Een andere partijgenoot, Louis Pansa die aanwezig was op de vergadering van de coup van Does tegen Behr, heeft zich aangemeld om een soortgelijke getuigenis op te nemen. We sturen een onderzoeker naar hem om zijn verhaal op te nemen. Does wil zich graag opwerpen als de ideologische erfgenaam van Behr, maar in werkelijkheid heeft hij Behr afgezet als partijleider en zijn erfenis verkwanseld.
De hetze tegen mijn persoon heeft als doel om de kentering die nu aan de gang is te stoppen. 8 December was vroeger een taboe. Zodra iemand iets riep dat afweek van hun lijn, dan stonden de Esseds en Para´s klaar om ze tot de orde te roepen. En dan werd het weer stil. Dat is nu definitief voorbij. Er wordt een intensieve discussie gevoerd in de media met voor en tegenargumenten. Het taboe is doorbroken. De discussie wordt in alle heftigheid gevoerd en kan niet meer gestopt worden.

Vroeger was 8 December volledig geïsoleerd van andere processen van geweld met uitzondering van Moiwana. Nu is het veel breder getrokken. Informatie over de Binnenlandse Oorlog die verzwegen werd door de Esseds en de Para´s komen nu in al hun gruwelijkheden naar buiten.
Vroeger was de rechtszaak de enige manier om 8 December op te lossen. Nu is waarheidsvinding als onderdeel van een proces van verzoening en dialoog een reële optie geworden. De getuigenis van president Bouterse en ons onderzoek spelen daarin een belangrijke rol.
Dit proces is niet meer te stoppen, ook niet met laster en verdachtmakingen. De uitspraak van de Nederlandse ex-premier Van Agt is hier van toepassing: “De honden blaffen en de karavaan trekt verder.”

Sandew Hira
Advertenties