Column: De domme Hindostaan
17 Sep 2012, 11:00
foto
Geert Wilders, voorzitter PVV


“Veel Hindostanen stemmen op de PVV.” “De ideeën van de PVV worden breed gedragen in de Hindostaanse gemeenschap”. “Laten we een open discussie voeren en niet alles wegmompelen.”
“De taak van de wetenschap is niet om de problemen van de maatschappij te volgen, maar om daar kritisch naar te kijken.”
Aan het woord is een jonge Hindostaanse 'wetenschapper', Shashi Roopram.
Hij maakt furore in de Nederlandse pers met zijn bevindingen en hij is apetrots, met de nadruk op 'ape'. Veel Nederlanders denken nu: wat zijn die Hindostanen dom! Zit Wilders ze uit te schelden, dan gaan ze voor hem stemmen. Wat een gebrek aan zelfrespect en eigenwaarde heeft die gemeenschap! Wat is er aan de hand?

In alle gemeenschappen heb je onderbuiksentimenten. In het Duitsland van voor de Tweede Wereldoorlog waren er Joden die sympathie hadden voor de nazi’s. Ze waren tegen de socialisten en voor de nazi’s. Onder Afro-Surinamers heb je mensen die schelden op 'negers'. Onder Hindostanen heb je mensen die kankeren op andere Hindostanen.
De onderbuik heeft ook andere sentimenten: de vijand van mijn vijand is mijn vriend. Als een Surinamer nare ervaring heeft met een Marokkaan, zegt hij: ik ben voor de PVV, ook al is de PVV tegen mij. Een Hindoe-fundamentalist die tegen moslims is, kan vanuit zijn onderbuik voor de PVV zijn.

Iedereen weet dat in alle gemeenschappen deze onderbuikgevoelens er zijn. Je hoeft geen wetenschappelijk onderzoek te doen om dat vast te stellen.
Interessant wordt het pas bij de vraag: hoe groot is die onderbuik. Als blijkt dat het om een hele grote groep gaat, dan moet je vaststellen dat er iets aan de hand is waar je aandacht aan moet schenken.
Want hoe dom moet je niet zijn om uit het oog te verliezen dat het racisme van de PVV ook de Hindostanen treft. Dan kan alleen als je niet je verstand, maar je onderbuik laat spreken. Je ziet dan niet in dat de man die elke dag tegen jouw groep (“allochtonen”) ageert, helemaal geen vriend van je is.

Dus is er alle reden om in te gaan op de uitdaging van onze jonge 'wetenschapper' om een open discussie te voeren en de zaken niet weg te mompelen.

Lesje statistiek
We beginnen met een lesje statistiek uit de vijfde klas van de middelbare school. In de wetenschap maken we een onderscheid tussen 'kwantiteit' en 'kwaliteit'. Als je conclusies trekt waarin begrippen voorkomen als 'veel' en 'breed gedragen' dan doe je kwantitatief onderzoek. Je kijkt dan naar de vraag 'hoeveel mensen' iets vinden of doen. Als je kwalitatief onderzoek doet, gebruik je begrippen die niets zeggen over 'hoeveelheid' maar over 'hoedanigheid', niet over hoeveel mensen iets vinden, maar hoe iemand is (bijvoorbeeld aardig of dom).

De ellende met wetenschap is dat het geen aangelegenheid is voor amateurs. Er zijn regels uit de statistiek voor kwantitatief onderzoek en algemene regels van hoe je theorieën kunt toetsen.
Twee regels uit de statistiek moet onze amateur-onderzoeker nog leren. Die regels bepalen of je mag stellen of je onderzoek representatief is voor een grote groep. Roopram heeft 20 Hindostanen geïnterviewd. Het aantal Hindostanen in Nederland is ongeveer 160.000.

Regels
Regel 1: de omvang van de groep die je selecteert, moet groot genoeg zijn om conclusies te kunnen trekken voor de hele groep. Daarvoor zijn er regels en tabellen opgesteld om die omvang te berekenen. Eén ding is duidelijk: het aantal van 20 is bij lange na niet genoeg voor zijn onderzoek. Volgens die statistische regels kom je al gauw uit op vele honderden respondenten. Waarom heeft Roopram deze regels niet opgevolgd? Is het omdat hij het te druk heeft om het goed te doen (dinsdag moet ik sporten, zaterdag ga ik dansen, ik moet toch een leven hebben, 400 mensen is mij teveel, 20 leek me gewoon leuk) of is het gewoon incompetentie. Ik denk dat hij een serieuze student is en meen daarom dat het laatste is.

Het is prima om kwalitatief onderzoek te doen en anekdotes te verzamelen, maar als het om kwantitatieve uitspraken gaat, zou je moeten zeggen: “Ik heb 20 van de 160.000 Hindostanen geïnterviewd en de steekproef is te klein om uitspraken te doen over de hele groep. Ik weet niet of het om veel Hindostanen gaat of dat het breed gedragen wordt, omdat de steekproef te klein is.”
Dat is wat een serieuze wetenschapper doet.
Je moet een echte putjesschepper zijn om op basis van deze gegevens te zeggen: “De PVV wordt breed gedragen onder Hindostanen”.
Maar welke journalist is nou geïnteresseerd in de uitspraak “ik weet het niet, de steekproef is te klein”. Roopram weet dat zo’n wetenschappelijk stelling geen nieuwswaarde heeft, dus spreekt hij over 'veel' en 'breed gedragen' terwijl die uitspraak helemaal geen wetenschappelijke basis heeft.

Regel 2: als je mensen selecteert voor een steekproef dan moet je zorgen dat je dat zoveel mogelijk 'a-select' doet. Dat betekent dat je een methode moet bedenken waardoor iedereen uit de groep evenveel kans heeft om in de steekproef te worden opgenomen. Voorbeeld: stel dat je een bestand hebt van 5000 mensen en je wilt daaruit 500 mensen a-select selecteren dan kun je een computer een getal tussen 1 en 5000 laten genereren en die records gebruiken voor je steekproef. Er is uitgebreide literatuur hierover. Dus, om een steekproef representatief te laten zijn, moet je een goede methode bedenken om de mensen te selecteren voor je interviews. Het is allemaal al uitgedacht en in lesmateriaal gegoten voor de vijfde klas van de middelbare school.
Hoe is Roopram te werk gegaan? Hij is in zijn persoonlijke kring en via Facebook en Hyves mensen gaan benaderen. Ik zie het al: zijn oom, zijn tante, de achterneef van zijn vriendin, zijn vrienden van Facebook en iedereen die zijn onderbuikgevoelens wil spuien.
Ja, zo kan mijn tante van Tourtonnelaan ook wetenschappelijk onderzoek doen.

Dan kom je op regel 3. Eerlijk is eerlijk, die leer je niet op de middelbare school, maar in het eerste jaar van de universiteit. Die regel heet: falsificatie. Normaal zoek je naar feiten die je theorie ondersteunen. Maar falsificatie betekent dat je feiten zoekt die je theorie NIET ondersteunen. Als je wel zoekt maar niets vindt, kun je zeggen dat je theorie deugt. Maar als je zoekt en feiten vindt die je theorie weerleggen, dan hoor je als wetenschapper te zeggen: mijn theorie deugt niet, want ik heb het gefalsifieerd. Als je helemaal niet zoekt, terwijl het er wel is, dan ben je gewoon een amateur.

Theorie toetsen
Nu is het in het geval van het onderzoek van Roopram helemaal niet zo moeilijk om gegevens te vinden om zijn theorie - dat er veel Hindostanen zijn die PVV stemmen - te toetsen. Maar onze jonge 'antropoloog' heeft geen enkele poging gedaan om die bron aan te spreken. En die is het databestand van de uitslagen van de gemeenteraadsverkiezingen.
In Den Haag woont de grootste groep Hindostanen. In 2010 waren er gemeenteraadsverkiezingen. De uitslagen zijn gepubliceerd. Daaruit kun je halen hoeveel stemmen er per persoon zijn uitgebracht. Aan de hand van de naam van de persoon kun je aangeven dat het om een Hindostaan gaat. We kennen de mensen persoonlijk. Zo weten we dat Rabin Baldewsingh en Rajesh Ramnewash Surinaamse Hindostanen zijn. Ze hebben respectievelijk 6.933 en 2.157 stemmen gehad. Vanuit onze kennis en ervaring in de Hindostaanse gemeenschap weten we dat deze stemmen uit de Hindostaanse gemeenschap komen. Sterker nog, de kandidaten voeren campagne op basis van die wetenschap.
In totaal hebben in 2010 ruim 20 Hindostanen van verschillende partijen in Den Haag meegedaan aan de verkiezingen. Samen hebben ze 12.078 stemmen gekregen. Je kunt een statistische exercitie uitvoeren waarbij je deze stemmen afzet tegen de totale populatie van ongeveer 40.000 Hindostanen in de stad, de leeftijdsopbouw (vanaf 18 jaar) en het opkomstpercentage (56% in 2010 voor de hele bevolking, maar waarschijnlijk is dit kleiner voor allochtonen, omdat onderzoek heeft uitgewezen dat de opkomst onder deze groep lager is).
Als je dat doet, dan blijkt dat minimaal 80% van de Hindostanen (een overweldigende meerderheid) op een Hindostaan heeft gestemd. De PVV had geen enkele Hindostaan op haar lijst staan. De rest van de 20% is dus verdeeld over niet-Hindostanen van allerlei partijen inclusief de partijen waar de Hindostanen kandidaat staan. Partijen als de VVD, SP, Groen Links en de PVV hadden geen Hindostaanse kandidaten.
Je kunt dus gewoon op basis van deze gegevens stellen dat er juist heel weinig (!) Hindostanen op de PVV hebben gestemd. Dat zijn harde cijfers die volledig ingaan tegen de conclusies van het prutswerk van Roopram.
Maar die conclusie is niet interessant voor de Nederlandse media. Je hebt een komediant als Roopram nodig om te laten zeggen wat sommige Nederlanders graag willen horen: Weg met ons!

Roopram moet terug naar de middelbare school en nog eens de lessen statistiek tot zich nemen wil hij ooit nog een serieuze wetenschapper worden.

Is Roopram mogelijk zelf een aanhanger van het gedachtegoed van de PVV en een Hindoe-fundamentalist? Zijn standpunten spreken boekdelen.
Naar aanleiding van de anti-islam film die gemaakt is door een PVV-stroming in Amerika (Geert Wilders heeft die film online gezet op zijn website) zijn er in de Arabische landen protesten geweest, die gedeeltelijk door moslimfundamentalisten zijn gekaapt en geleid hebben tot aanvallen op Amerikaanse ambassades. De nieuwswebsite www.nu.nl plaatst het volgende bericht over Navi Pillay, Hoge Commissaris voor de Mensenrechten van de Verenigde Naties: “Volgens Pillay schetst de film 'een schandelijk verstoord beeld van moslims'. De film is een bewuste poging om protesten zoals die vrijdag in zo'n vijftien landen ontstonden te veroorzaken. Het is soms het beste om dergelijke provocaties te negeren omdat 'dergelijke bewuste en aanstootgevende daden geen publiciteit moeten krijgen', aldus Pillay. Pillay zei in een verklaring tevens de moord op de Amerikaanse ambassadeur in Libië Chris Stevens en drie medewerkers en het geweld te veroordelen.”

Nou, dat lijkt voor ieder normaal mens een genuanceerd en redelijk standpunt, behalve voor PVV-aanhangers. Die reageren op dit bericht zoals Roopram heeft gereageerd op zijn Facebook pagina: “Kijk mensen, en dit is nu de oorzaak van moslimterrorisme. Niet sociaal economische omstandigheden, niet een achterlijke ideologie, NEE! Achterlijke pseudo intellectuelen die met hun multikul priet praat vinden dat we de harten van gelovigen niet mogen vertrappen. Want ja, vind je het gek dat een Amerikaanse ambassadeur is vermoord? Dan moet je maar niet zo een film maken hè.”

Een Surinaams spreekwoord zegt: “Yu kan kibri yu granma, ma yu na kibri en kosokoso” (Je kunt je grootmoeder verbergen, maar je kunt haar gekuch niet verbergen).

Sandew Hira