De afgelopen anderhalve maand heeft duidelijk gemaakt dat de aard van moderne oorlogvoering aan het verschuiven is. De recente directe onderhandelingen tussen de Verenigde Staten en Iran in Islamabad, de eerste in meer dan tien jaar en de hoogste sinds de Islamitische Revolutie van 1979, eindigden zonder akkoord. De grote verschillen in standpunten benadrukken dat een snelle oplossing ver weg is.

Toch werpt het conflict licht op belangrijke lessen, niet alleen over deze specifieke oorlog, maar over de veranderende dynamiek van hedendaagse conflicten. Deze inzichten zijn van groot belang voor beleidsmakers die bepalen hoe zij verder moeten gaan, stelt Abdulla Banndar Al-Etaibi, universitair docent bij de afdeling Internationale Betrekkingen van de Faculteit der Letteren en Wetenschappen aan de Universiteit van Qatar.

Iran is een land van enorme omvang: met 1,64 miljoen vierkante kilometer en ruim 90 miljoen inwoners overtreft het de omgevingen van recente grote conflicten zoals Irak, Afghanistan en Oekraïne. De schaal van het land brengt exponentiële uitdagingen met zich mee op het gebied van logistiek, bevoorrading en inlichtingen.

Daarnaast speelt geografie een cruciale rol. Iran combineert bergachtige gebieden zoals de Zagros en Alborz, uitgestrekte woestijnplateaus en een lange kustlijn langs de Perzische Golf en Golf van Oman. Dit territorium vormt een natuurlijke defensieve barrière en biedt talrijke schuilplaatsen voor raketinstallaties, productieplaatsen en luchtverdediging, waardoor zelfs een langdurige luchtoorlog moeilijk tot een beslissende uitkomst kan leiden.

Ondanks de etnische verscheidenheid – met grote groepen Azerbeidzjanen, Koerden, Arabieren en Baloch – heeft externe dreiging de Iraanse nationale eenheid eerder versterkt dan verzwakt. Dit patroon is vergelijkbaar met Oekraïne, waar invasie juist leidde tot versterking van het nationale verzet.

Militair beschikt Iran over meer dan 800.000 actieve militairen verdeeld over reguliere troepen en de revolutionaire garde. Hun doctrine benadrukt spreiding, overleving en langdurige weerstand, met een sterke nadruk op asymmetrische oorlogsvoering.

De oorlog heeft ook laten zien dat conventionele wapens, zelfs met overheersende luchtoverwicht, niet per se leiden tot snelle beslissingen. Iran’s verspreide ballistische raketten en drones, gehuisvest in moeilijk bereikbare gebieden en ondergrondse faciliteiten, zijn moeilijk te detecteren en uit te schakelen. Het gebruik van relatief goedkope en eenvoudig te produceren wapens zet dure en geavanceerde militaire platforms onder voortdurende druk. Dit creëert een structurele asymmetrie waarbij militaire superioriteit niet automatisch leidt tot overwinning, maar de mogelijkheid om beslissende resultaten te behalen beperkt.

Strategisch betekent dit dat Iran niet te vergelijken is met Afghanistan in 2001, Irak in 2003 of Oekraïne in 2022. Het land combineert schaal, complexiteit en veerkracht, wat leidt tot langdurige en kostbare conflicten met onzekere uitkomsten. Dit verklaart waarom, ondanks voortdurende militaire druk, er geen beslissende verschuiving op het slagveld is gekomen en het conflict is uitgemond in een tijdelijke pauze.

Deze situatie wijst op een bredere verandering in de manier waarop oorlog wordt gevoerd. Waar snelheid en initiële dominantie vroeger centraal stonden, draait het nu om uithoudingsvermogen, aanpassingsvermogen en effectief opereren in complexe omgevingen. Voor de VS betekent dit dat de verwachting van snel succes, zoals in Irak 2003, minder realistisch is. Militair overwicht blijft belangrijk, maar kan de tijdsduur van conflicten niet verkorten of gegarandeerde resultaten bieden.

Deze inzichten zullen vermoedelijk een grote invloed hebben op de toekomstige Amerikaanse strategieën en beslissingen over het al dan niet hervatten van de oorlog.