Nabestaanden van de slachtoffers van de 8 decembermoorden hebben een kort geding aangespannen tegen de Staat Suriname, dat op 14 april dient. Geëist wordt onder meer eerherstel, excuses en fikse schadevergoeding.

De nabestaanden stellen dat de Staat formeel de goede naam en eer van de slachtoffers moet herstellen. Daarbij wordt geëist dat wordt erkend dat de slachtoffers op geen enkele wijze verwijtbaar hebben gehandeld en dat eerdere mededelingen of maatregelen die een andere indruk hebben gewekt, ongegrond waren. Ook wordt gevraagd om officiële excuses.

Het gaat om de slachtoffers: John Khemradj Baboeram, Cyril Richard Duncan Daal, Edmund Alexander Hoost, Rudie André Kamperveen, Harrie Oemrawsingh, Leslie Paul Rahman, Cornelis Harold Riedewald, Djiewansing Sheombar, Jozef Hubertus Maria Slagveer en Somradj Sohansingh.

De nabestaanden vragen daarnaast om omvangrijke schadevergoedingen. Per familie wordt een bedrag van 500.000 euro aan materiële schade en 750.000 euro aan immateriële schade gevorderd, beide te vermeerderen met wettelijke rente. Voor alle betrokken families samen komt dit neer op een totaalbedrag van 18,75 miljoen euro, exclusief rente.

Ook wordt een dwangsom geëist van SRD 500.000 per dag per familie, voor iedere dag dat de Staat in gebreke blijft aan een eventueel vonnis te voldoen. Dat zou in totaal kunnen oplopen tot SRD 7,5 miljoen per dag.

Verder wordt per familie een bedrag van SRD 250.000 aan proces- en advocaatkosten gevorderd, wat neerkomt op SRD 3,75 miljoen in totaal.

De rechter wordt verzocht de schade eventueel nader vast te stellen of een andere beslissing te nemen die in redelijkheid en billijkheid rechtvaardig wordt geacht.