De delegatie van het ministerie van LVV.
De vaste parlementaire commissie voor Landbouw, Veeteelt en Visserij (LVV) heeft zich tijdens een vergadering laten informeren over onder meer de ontwikkelingen rond het Viskeuringsinstituut (VKI). LVV-minister Mike Noersalim gaf daarbij een toelichting op de transformatie van het instituut en meldde dat inmiddels een nieuwe Raad van Toezicht is ingesteld onder leiding van Emanuel Enjoem.

Het VKI is verantwoordelijk voor het toezicht op de voedselveiligheid van visserijproducten, zowel bij productie, verwerking als bij import en export. Het instituut speelt daarmee een cruciale rol in het waarborgen van de internationale kwaliteitsnormen waaraan Suriname moet voldoen. De ontwikkelingen rond het VKI hebben echter tot bezorgdheid geleid binnen de visserijsector. Udo Karg, voorzitter van de Suriname Seafood Associatie (SSA), zegt dat de sector met verbazing kennis heeft genomen van de uitspraken van de minister.

Volgens Karg geldt het Viskeuringsinstituut juist als een voorbeeldinstelling in het Caribisch gebied. Hij wijst erop dat het instituut internationaal wordt gewaardeerd en dat recent nog complimenten zijn uitgesproken over het functioneren ervan. De sector benadrukt bovendien dat het VKI een volledig financieel zelfstandig instituut is, dat geen middelen uit de staatskas ontvangt. De onafhankelijkheid van het instituut is volgens de sector essentieel, omdat politieke bemoeienis risico’s kan opleveren voor de internationale erkenning van Suriname binnen de visexport.

Volgens Karg is die onafhankelijkheid van groot belang om te voorkomen dat Suriname problemen krijgt met internationale markten, waaronder de Europese Unie. Wanneer de onafhankelijkheid van het keuringssysteem ter discussie komt te staan, kan dat gevolgen hebben voor de positie van Suriname op exportlijsten. De sector wijst er verder op dat er eerder al discussie ontstond rond de benoeming van de Raad van Toezicht, waarbij volgens de sector aanvankelijk geen rekening was gehouden met de wettelijke rol van de sector. Die benoeming moest later worden aangepast.

Ook de aankondiging van een mogelijke reorganisatie binnen het VKI heeft binnen de sector vragen opgeroepen. Volgens de sector moet voorkomen worden dat ontwikkelingen die zich eerder hebben voorgedaan bij andere toezichthoudende instellingen zich ook bij het Viskeuringsinstituut herhalen.

De visserijsector benadrukt daarom dat zij de ontwikkelingen rond het instituut nauwlettend zal blijven volgen en er sterk op zal toezien dat de onafhankelijke positie van het VKI behouden blijft.