Op 16 juli 2025 ging de regering Simons van start met de hoopvolle slogan Kenki a systeem. Maar die wens lijkt in contact met de realiteit snel af te brokkelen. Zeven maanden later is er nog weinig zichtbare verandering. Het is bovendien onduidelijk wat kenki precies inhoudt. Voorlopig lijkt de belangrijkste verandering de regeringswissel zelf.

De grootste coalitiepartij, de NDP, vormde voor veel kiezers geen overtuigend alternatief. Het verschil tussen de NDP (met hulp van de HVB) en de VHP (alleen) bedroeg slechts 2,4% van de geldig uitgebrachte stemmen. De huidige coalitie is bovendien een lappendeken van partijen met grotendeels dezelfde oude gezichten. Dat wekt weinig vertrouwen in fundamentele verandering.

Het verleden is zichtbaar in het benoemingsbeleid, waar loyalisten en supporters nog vaak hoger worden gewaardeerd dan deskundigen. Daardoor vertrekken vakbekwame mensen naar het buitenland of de particuliere sector. Zo blijft de vicieuze cirkel van politieke benoemingen bestaan. Het woord vriendjespolitiek wordt misschien minder genoemd, maar blijft herkenbaar.

Ook in tijdelijke werkgroepen en vervangingen van directeuren en raden van commissarissen zien we het verleden terug. Nieuwe werkgroepen mogen problemen die al jaren bekend zijn opnieuw bekijken. Dat kan nuttig zijn, maar de vraag is wat er gebeurt met de bestaande kennis en rapporten.

Verder zijn er de Quick scans naar mogelijke corruptie. Begrijpelijk: elke nieuwe regering wil misstanden blootleggen. Dat is positief. Maar worden fouten van mensen uit het coalitiekamp ook onderzocht of juist verdoezeld? In Suriname kan een evenwichtige beoordeling hiervan pas plaatsvinden wanneer een regering niet meer aan de macht is en politieke bescherming is weggevallen.

Het verleden duikt ook op in dure buitenlandse dienstreizen, zonder concrete opbrengsten. Er is altijd een excuus, zoals toerismebevordering. Maar komt er echt één toerist extra naar Suriname omdat de vp of een minister persoonlijk een toerismebeurs of -conferentie in het buitenland bezocht?

Ook het debat over het Openbaar Ministerie laat zien hoe het verleden doorwerkt. Niemand kan tegen versterking van de rechtstaat zijn. Toch heeft de NDP historisch een beladen reputatie op dit terrein: de jaren 80 met wegschieten van de rechtsstaat, de telefonische staatsgreep in de jaren 90, de zelfamnestiewet van 2012 en de poging in 2017 om een procureur-generaal te ontslaan. Dat verleden kleurt elk voorstel.

Het recente voorstel (vanuit NDP-gelederen?) om meerdere procureurs-generaals aan te stellen wordt door critici als onvoldoende onderbouwd beschouwd. Bij haast en vage onderbouwing is wantrouwen gezond. In een kleine samenleving met sterke politieke inmenging kan zoiets riskant zijn: meer politieke beïnvloeding, interne verdeeldheid en inconsistent vervolgingsbeleid. Is dit een politieke zet in juridische verpakking ofwel een wraakactie tegen een procureur-generaal die onder andere de toenmalige machthebber van de paarse partij heeft vervolgd?

Meer kapiteins op één schip is zelden goed. Pragmatischer lijkt één procureur-generaal, met plaatsvervangers, meer officieren van justitie, beter ondersteunend personeel en digitalisering.
Concreet: meer middelen voor het OM.

Verder zien we het verleden in ad-hocmaatregelen: brandjes blussen in plaats van structureel beleid om ze te voorkomen; verlieslatende staatsbedrijven overeind houden; tijdelijke economische lapmiddelen in afwachting van toekomstige olie-inkomsten. Intussen geeft de overheid meer uit dan ze binnenkrijgt, waardoor het begrotingstekort blijft bestaan. De onderliggende mentaliteit lijkt: we lossen het later wel op.

De hoop is dat olieopbrengsten vanaf 2028 verlichting brengen. Maar eerder hebben grondstoffen geen duurzame ontwikkeling gebracht. Zonder goed beheer bestaat het risico dat olie-inkomsten de inkomensongelijkheid juist vergroten. De Gini-coëfficiënt voor Suriname ligt rond 39 en is iets lager dan het regionale gemiddelde van inkomensongelijkheid, maar kwetsbaar. Wat je niet moet willen is een samenleving waarin rijken zich opsluiten in dure en zwaarbeveiligde huizen terwijl middenstand en armen eromheen wegzakken.

Een van de weinige duidelijk omschreven veranderingen in de afgelopen vijftien jaar was het IMF-programma van 2021-2025. Dat was concreet en meetbaar. Het bracht begrotingsdiscipline, verlaagde de schuld/bbp-ratio, bracht groei terug, verlaagde de inflatie, stabiliseerde de wisselkoers en herstelde internationaal vertrouwen. De teleurstelling zat hem in de bezuinigingen, die vooral de armere groepen onevenredig hard troffen. Nu de inflatie weer omhoog kruipt, neemt de mentale stress voor de “kleine man” weer toe.

Deze president zegt geen beloftes te doen. Dat kan worden gezien als voorzichtigheid en realisme, maar ook als gebrek aan visie. Haar regeerstijl is bedaarder, maar maakt zij het leven betaalbaarder?

Vooralsnog heeft haar regeerstijl iets van cognitieve diazepam: het volk blijft rustig, maar structurele verandering blijft beperkt zichtbaar.

Of iemand anders het beter zou doen, is onzeker. Zonder duidelijke koers, transparant bestuur en versterking van instituten dreigt kenki a systeem een slogan te blijven - een verandering op papier.

D. Balraadjsing