De Hoge Raad heeft het beslag op een geldzending van 19,5 miljoen euro uit Suriname definitief in stand gelaten. Daarmee blijft de beslissing van het gerechtshof Den Haag uit augustus 2024 overeind en komt na bijna acht jaar een einde aan de beslagprocedure.

Het geld werd op 17 april 2018 op luchthaven Schiphol in beslag genomen door de Fiscale Inlichtingen- en Opsporingsdienst (FIOD) op verdenking van witwassen. De contanten waren per vliegtuig vanuit Suriname aangevoerd en waren eigendom van De Surinaamsche Bank, Hakrinbank en de Finabank. De Centrale Bank van Suriname (CBvS) trad op als zogenoemde ‘shipper’ van de geldzending, bestemd voor China.

Zowel de handelsbanken als de CBvS dienden destijds een klaagschrift in tegen de inbeslagneming. In eerdere procedures oordeelde de Hoge Raad tweemaal dat beslissingen tot teruggave onvoldoende waren gemotiveerd. Uiteindelijk verklaarde het gerechtshof Den Haag in 2024 het beklag ongegrond, waardoor het beslag gehandhaafd bleef.

Het hof oordeelde onder meer dat de CBvS geen aanspraak kan maken op immuniteit op grond van internationaal gewoonterecht. Volgens het hof was niet vast komen te staan dat het in beslag genomen geld eigendom was van de centrale bank of werd aangewend voor haar kerntaken op het gebied van monetair beleid en valutabeheer. De rol van de CBvS bij de geldzending werd als faciliterend aangemerkt. Ook achtte het hof het niet “hoogst onwaarschijnlijk” dat de strafrechter het geld later zal verbeurdverklaren.

Tegen deze beslissing stelden de CBvS en de drie handelsbanken cassatieberoep in. Zij klaagden onder meer over het afwijzen van het beroep op immuniteit, het gehanteerde beoordelingskader bij beslagzaken en de proportionaliteit van het voortduren van het beslag.

De advocaat-generaal bij de Hoge Raad adviseerde in december 2025 om de uitspraak van het hof in stand te laten. De Hoge Raad heeft dit advies gevolgd en de cassatieklachten afgedaan met toepassing van artikel 81 van de Wet op de rechterlijke organisatie. Dat betekent dat de klachten zijn verworpen zonder inhoudelijke motivering, omdat zij niet tot vernietiging konden leiden en geen nieuwe rechtsvragen opriepen.

Met deze uitspraak is de beslagzaak, die internationaal en nationaal veel aandacht kreeg, definitief afgesloten. De contante geldzending blijft onder beslag in het kader van het lopende strafrechtelijk onderzoek.