Assembleelid Edgar Sampie
Het Korps Politie Suriname (KPS) heeft aangekondigd dat het gebied tussen de grens van Nieuw Koffiekamp en de Royal Hill-mijn, inclusief het Redi Bergi-gebied, uiterlijk vrijdag 13 februari om 08.00 uur volledig moet zijn ontruimd. Het gebied maakt deel uit van de concessies van ZiJin Rosebel Gold Mines. Assembleelid Edgar Sampie (ABOP) waarschuwt voor de
maatschappelijke gevolgen van een gedwongen ontruiming. Volgens Sampie hebben veel goudzoekers al jaren in het gebied gewerkt en aanzienlijke investeringen gedaan.

In de aanzegging stelt het KPS dat personen die zich in het gebied bevinden het terrein onmiddellijk dienen te verlaten, hun kampen moeten afbreken en alle persoonlijke eigendommen moeten meenemen. Indien hieraan geen gehoor wordt gegeven, zal de politie samen met het Nationaal Leger, zonder nadere aankondiging, overgaan tot ontruiming op basis van de geldende wettelijke bepalingen. De aanzegging geldt als formeel en rechtsgeldig.

“Er zijn mensen die huizen hebben gebouwd, machines hebben aangeschaft en deze werkzaamheden zien als hun vaste bron van inkomen,” zegt Sampie desgevraagd aan Starnieuws. Met de opbrengsten uit de mijn zorgen zij volgens hem voor hun gezinnen, betalen zij schoolkosten, lossen zij schulden af en bouwen zij aan hun toekomst. “Sommigen hebben zelfs auto’s op afbetaling en huizen in aanbouw.”

Sampie geeft aan dat de betrokken goudzoekers niet principieel ontkennen dat zij zich op concessiegebied bevinden. Zij erkennen dat het concessierecht bij Zijin ligt, maar vragen de overheid om duidelijkheid over het natraject. “De grote vraag is: wat gebeurt er met deze mensen als ze ontruimd worden? Hoe worden zij opgevangen?”

De parlementariër pleit daarom nadrukkelijk voor dialoog en een tussenweg. Volgens hem moet de regering in gesprek gaan met zowel de goudzoekers als het mijnbedrijf om tot een duurzame oplossing te komen. “Als je deze groep zonder alternatief weghaalt, vrees ik dat de criminaliteit zal toenemen, niet alleen in Paramaribo, maar ook in het binnenland en elders in Suriname.”

Hij wijst erop dat het om honderden, en soms zelfs meer dan duizend mannen gaat die afhankelijk zijn van de goudwinning. Zonder inkomen en met lopende financiële verplichtingen bestaat volgens Sampie het risico dat sommigen hun toevlucht zullen zoeken tot criminele activiteiten. “Dat willen we niet. En we willen ook geen confrontatie tussen burgers en het bevoegd gezag, politie of militairen.”

Sampie roept de overheid op het beleid van dialoog en, waar mogelijk, gedogen te overwegen. Hij suggereert dat met Zijin afspraken kunnen worden gemaakt over protocollen, afgebakende zones of alternatieve gebieden waar de goudzoekers onder duidelijke voorwaarden kunnen werken. “Zo voorkom je escalatie en creëer je rust voor alle partijen.”

Daarbij wijst hij ook op de historische context: Nieuw Koffiekamp bestond al vóór de komst van Rosebel en Zijin in het gebied. “Dat mogen we niet vergeten, ook al is het concessierecht inmiddels verleend.”

Het ABOP-Assembleelid zegt niet bevoegd te zijn om de ontruiming tegen te houden, maar zal proberen de ministers van Justitie en Politie en van Natuurlijke Hulpbronnen te bewegen om vertegenwoordigers van de goudzoekers te ontvangen voor overleg. “De overheid moet bereid zijn om deze mensen aan te horen en samen te zoeken naar een oplossing die door beide kanten wordt gedragen.”