Een internationaal samengestelde groep Surinamers uit de diaspora roept de Surinaamse autoriteiten op om eindelijk uitvoering te geven aan bestaande staatsrechtelijke verplichtingen uit de Toescheidingsovereenkomst van 1975. In een open brief aan president Jennifer Simons wordt gesteld dat het structureel uitblijven van een nationaal diasporabeleid niet langer verdedigbaar is.

Volgens de opstellers verplicht artikel 5, lid 2 van de Toescheidingsovereenkomst de Surinaamse staat tot gelijke behandeling, toegang en verblijf voor personen van Surinaamse afkomst, ongeacht hun woonland of nationaliteit. Vijftig jaar na de onafhankelijkheid is deze verplichting echter nog steeds niet uitgewerkt in samenhangend beleid, wat wordt aangemerkt als een voortdurende niet-uitvoering van staatsrechtelijke afspraken. 

Het bestaande PSA-beleid wordt omschreven als een nuttige maar ontoereikende eerste stap, omdat het geen integraal, interministerieel en structureel kader biedt. Door het ontbreken van een duidelijk beleidsorgaan is sprake van versnippering, gebrek aan coördinatie en onvoldoende rechtszekerheid voor de diaspora.

De brief pleit voor de onmiddellijke oprichting van een Directoraat Diasporabeleid onder het ministerie van Buitenlandse Zaken, International Business en Internationale Samenwerking, evenals de benoeming van een directeur met een expliciet mandaat. Dit moet leiden tot samenhangend beleid op het gebied van onder meer toegang, nationaliteit, vestiging, arbeid en betrokkenheid bij de ontwikkeling van Suriname.

De diaspora benadrukt geen gunsten te vragen, maar naleving van bestaande afspraken. Verder uitstel wordt volgens de brief gezien als juridisch, bestuurlijk en maatschappelijk onverantwoord.

U kunt de brief hier downloaden. 


Documenten: