Het nieuws over Trumps voorgenomen overname van Groenland domineert de internationale media. Terecht, zou je zeggen: een grootmacht die openlijk spreekt over het verwerven van grondgebied van een ander land. Toch wringt er iets. Niet alleen vanwege de geopolitieke implicaties, maar omdat de gebruikte taal (overname, strategisch belang) pijnlijk bekend klinkt.

Wie de koloniale geschiedenis kent, herkent het patroon. Land wordt gereduceerd tot object. Die geschiedenis lijkt ver weg, maar de mechanismen zijn springlevend.

Misschien biedt de aandacht voor Groenland een kans. Een kans om beter te begrijpen hoe machteloos de oorspronkelijke bewoners van gekoloniseerde gebieden zich hebben gevoeld en vaak nog steeds voelen. Dat gevoel is geen abstract historisch begrip. Het is zichtbaar bij inheemse volkeren in Noord- en Zuid-Amerika, bij de marrons in Suriname, en bij de Māori en Aboriginals in respectievelijk Nieuw-Zeeland en Australië. Zij strijden niet tegen buitenlandse bezetters, maar tegen hun eigen overheden, die economische ontwikkeling laten prevaleren boven mensenrechten.

Mijnbouw, houtkap en grootschalige infrastructuurprojecten worden gepresenteerd als nationale vooruitgang. De prijs wordt echter lokaal betaald: verlies van land, aantasting van ecosystemen en uitholling van gemeenschappen. Dit gebeurt grotendeels buiten het zicht van internationale media, juist omdat het geen spectaculair conflict is, maar een langzaam proces van beleidskeuzes en vergunningen.

Als inwoner van Nederland en geboren in Suriname raakt de verontwaardiging rond Trump’s plannen mij persoonlijk. Ik hoop dat Nederlandse en Surinaamse media niet alleen verontwaardigd zijn over machtsmisbruik elders, maar ook structureel aandacht besteden aan de positie van minderheden in eigen land en in voormalige koloniën. Aan de vraag wie profiteert van economische groei en wie daarvoor betaalt.

Waarom is Groenland wereldnieuws, terwijl vergelijkbare vormen van landonteigening en marginalisering zo dichtbij nauwelijks aandacht krijgen? Misschien omdat het gemakkelijker is te wijzen naar de ander dan kritisch te kijken naar onszelf. Juist daarom is die blik nodig.

Inder Lalbahadoersing