De Guyanese president Irfaan Ali
Guyana zal geen enkele deal sluiten met de Verenigde Staten of andere landen om het grensgeschil met Venezuela “in der minne” te regelen. Dat heeft president Irfaan Ali zaterdag duidelijk gemaakt. Volgens het staatshoofd zijn de territoriale integriteit en soevereiniteit van Guyana niet onderhandelbaar.

“Mijn prioriteit is de veiligheid van het Guyanese volk en de bescherming van onze grenzen, onze territoriale integriteit en onze soevereiniteit. Daarop zal nooit worden ingeleverd,” verklaarde Ali tegenover journalisten. Demerara Waves maakt hier melding van. 

De uitspraken volgen op internationale speculaties dat de Amerikaanse regering onder president Donald Trump mogelijk zou aandringen op een diplomatieke regeling tussen Guyana en Venezuela, mede met het oog op onbelemmerde toegang tot mogelijk olie- en gasrijke gebieden in en rond het betwiste Essequibo-gebied. De Verenigde Staten hebben Guyana hierover formeel geen verzoek gedaan, maar waarnemers sluiten druk achter de schermen niet uit.

Guyana blijft ervan overtuigd dat het zijn zaak bij het Internationaal Gerechtshof zal winnen, waarin de geldigheid van het Arbitraal Vonnis van 1899 centraal staat. Venezuela blijft echter aanspraak maken op het circa 160.000 vierkante kilometer grote Essequibo-gebied en aangrenzende maritieme zones die rijk zijn aan olievoorraden.

President Ali sprak na afloop van de opening van het AC Marriott Hotel in Ogle, nabij de internationale luchthaven Eugene F. Correia. Hij waarschuwde daarbij dat recente geopolitieke ontwikkelingen, waaronder de Amerikaanse acties tegen de Venezolaanse leiding, het veiligheids- en democratisch landschap in de regio ingrijpend kunnen veranderen.

Volgens Ali mag Guyana zich niet immuun wanen voor internationale en transnationale criminele netwerken die profiteren van geopolitieke verschuivingen. “Stabiliteit en veiligheid zijn randvoorwaarden voor economische ontwikkeling en investeringen,” benadrukte hij.

De president wees erop dat Guyana in 2025 een daling van 25,5 procent in ernstige criminaliteit heeft gerealiseerd – het laagste niveau in tien jaar – mede dankzij technologische innovaties in de misdaadbestrijding en nauwere samenwerking met gemeenschappen.