De onderneming Baitali NV heeft opnieuw een rechtszaak aangespannen tegen de Staat Suriname in de kwestie rond de Van 't Hogerhuysstraat. In het verzoekschrift vraagt het bedrijf de rechter om de Staat, c.q. het ministerie van Openbare Werken, te dwingen uitvoering te geven aan een eerder vonnis in deze zaak.

In dat vonnis oordeelde de kantonrechter in het voordeel van Baitali en bepaalde dat de aanbesteding van het infrastructurele werk aan de Van 't Hogerhuysstraat opnieuw moest worden geëvalueerd en aanbesteed. Baitali moest daarbij de gelegenheid krijgen om aan de aanbesteding deel te nemen.

Volgens Baitali is het vonnis al geruime tijd onherroepelijk, maar heeft de Staat tot op heden geen uitvoering daaraan gegeven. “Het vonnis is uitgesproken en moest binnen twee dagen worden uitgevoerd, maar we zijn inmiddels zes maanden verder en er is niets gebeurd,” zegt directeur Farsi Khudabuks van Baitali in gesprek met Starnieuws. Volgens het bedrijf is er vanuit de zijde van de Staat geen duidelijke verklaring gegeven voor het uitblijven van de uitvoering.

Kort na het vonnis gaf de Inter-Amerikaanse Ontwikkelingsbank (IDB) aan de financiering van het project in te trekken indien het vonnis zou worden uitgevoerd. Khudabuks stelt dat dit standpunt later is genuanceerd. Tijdens een bezoek aan Suriname zou de president van de IDB aan de Surinaamse president hebben meegedeeld dat de bank een “law-abiding organisation” is en rechterlijke uitspraken in Suriname respecteert.

“Daarmee was de weg vrij voor de Staat om het vonnis gewoon uit te voeren,” aldus Khudabuks. Toch is dat volgens hem tot op heden niet gebeurd. Baitali heeft daarom opnieuw een vordering ingediend bij de rechter en verwacht op korte termijn een nieuwe rechtszitting.

In de nieuwe zaak zal worden gevraagd de opgelegde dwangsom van SRD 5.000 per dag te verhogen indien de Staat wederom geen uitvoering geeft aan het vonnis. “Kennelijk is dat bedrag niet hoog genoeg om de Staat te bewegen tot uitvoering,” stelt Khudabuks. Tegelijkertijd benadrukt hij dat een dwangsom een juridisch pressiemiddel is. “Juist de overheid zou hierin het goede voorbeeld moeten geven door het vonnis uit te voeren.”

Een schikking of middenweg ziet het bedrijf niet als optie. “Er is een rechterlijk vonnis en dat moet worden uitgevoerd. Er is geen linksom of rechtsom; dit is geen kwestie van onderhandelen,” aldus Khudabuks.