Column: Borrelpraat no. 776
23 Jul, 22:45
foto


“Je kan zeggen wat je wil, maar de nieuwgekroonde koning doet al z’n best om zijn doel te verwezenlijken.”
“Welk doel?”
“Van welke planeet kom je, beste jongere vriend in ons midden?”
“Ik ben van de planeet Aarde en ik weet dondersgoed dat hij president wil worden, maar dat kan toch niet? Dat moeten we tot alle prijs toch voorkomen? Anders gaan we als land definitief de vernieling in.”
“Als dat hem met de huidige, of ‘nieuwe’ kiesregeling lukt, dan zullen we ‘the African Heritage King’ als onze volgende president moeten accepteren.”
“Maar er is een kink in de kabel: het voorstel om de grondwet zodanig te wijzigen dat iemand met een strafblad geen president of veepee mag worden.”
“Ethisch gezien een goed voorstel, maar eerst accepteer je hun wel en nu wil je dat verbieden.”
“Het gaat niet om de persoon A of B, of liever B1 of B2, het gaat om de functie die je vanaf goedkeuring van dat grondwetsartikel voor de toekomst wil schoonhouden.”
“Maar men brengt daar tegenin dat het niet betalen van een parkeerboete of een snelheidsovertreding ook een strafblad veroorzaakt.”
“Met het uitvinden van spitsvondigheden om gelijk te krijgen, zijn we goed. Maar in dezen heeft die jongeman in DNA gelijk: wat valt er wel en niet onder een strafblad?”
“En als je dat duidelijk omschrijft, kan die wetswijziging als iets persoonlijks, als een gelegenheidswetgeving, worden opgevat.”
“Maar wat ik het ergste vind, is dat een op religieuze basis gebaseerd nieuwjaarsfeest wordt misbruikt om politieke statements te maken, waar zijn we nou mee bezig?”
“Wat voor politieke statements, meester? Hij maakte een beetje propaganda voor zijn sterke politieke band met de onvolprezen Djawa leider.”
“Als die combinatie de leiding zal overnemen, verkoop ik mijn eindelijk afgebouwd huis en trek ik met mijn gezin naar betere oorden.”
“Dat kan niemand je verbieden, en sommigen wachten er juist op om op die manier kritische en goed opgeleide Surinamers het land uit te krijgen. Dat is toch eerder al gebeurd?”
“En als andere, wat oudere Surinamer, zou ik je adviseren om bij zo een stap goed te kijken waar je met je gezin heen trekt."
“Wat bedoelt u, meester?”
“In de landen waar wij veelal naar trekken, spelen zich de laatste jaren ook allerlei ongezonde toestanden af, jongere vriend.”
“Wat voor toestanden, meester?”
“Een sterke opmars van het fascisme; zie wat er politiek in vele West Europese landen aan het gebeuren is; in Spanje verlangt men terug naar de fascistische toestanden ten tijde van ‘generalissimo’ Franco.”
“En jonge vriend, als je dit land beter zou kennen, zou je weten dat het echt niet zo een vaart zal lopen. Sinds onze vroegste koloniale geschiedenis, tot die veroordeling van een zittende president weten we wel raad met zulke machtswellustelingen."
“Dus we moeten dit opkomend gedoe maar accepteren onder het mom van democratie?”
“Heb je me dat horen zeggen? Nee toch? Laat die koning gesteund door z’n djawa-comparant zeggen wat hij wil, overal podium zoeken om stemmen te kweken, maar als het moment dáár is, zal hij zelf merken uit welke hoek het verraad zal komen.”  
“Maar het allerergste vond ik dat een minister ingrijpt om een liedje te doen stoppen, omdat de zanger zich niet aan de afspraak had gehouden om een regel in de tekst aan te passen;  die was volgens hem politiek niet correct: ‘a libi kon tranga now ‘ is niet het gevolg van de huidige regeerders.”
“Klopt helemaal; het is het gevolg van alle voorgaande regeringen, zeker vanaf 1975, en daar zaten zij deels ook in.”
“En dat een officieel overheidsorgaan deze flagrante schending van de artistieke vrijheid goedpraat met een of ander lawsie achteraf gebabbel, legaliseert vanwege de staat deze flagrante schending van het auteursrecht. Zoiets doen alleen maar onvervalste dictators.”
“Hemelse genade, weten die barbaren niet dat dit liedje geschreven en gezongen werd door de populaire Surinaamse zanger, Ragmad Amatstam, de oudere broer uit deze muzikale familie.”
“Hé, dat wist ik niet.”
“Je weet zo veel niet, jongere vriend in ons midden, daarom laten jullie je steeds weer beetnemen door de ene na de andere politieke boevenbende.”
“Maar meester, toen Ragmad Amatstam dit liedje schreef, ging het ook zo slecht in Suriname?”
“Ragmad die afkomstig was uit de Para, schreef dit liedje in 1994. Hij was toen al bekend in Suriname, was ontdekt en werd gepromoot door Ramon de Freitas en trad vóór de onafhankelijkheid al op, samen met de toen topband Combo 5 in locaties als Het Park, de Vereniging Officiers Sociëteit en in Torarica.”
“Maar wat inspireerde hem om in 1994 een nummer te schrijven waarin werd beschreven hoe zwaar het leven was geworden in Suriname?”
“In die periode was hij al bekend in Nederland, maakte daar carrière, maar werd geconfronteerd met de situatie in Suriname, waar zijn vader toen in het ziekenhuis lag. Het was hetzelfde ziekenhuis waar hij als kind had gelegen, en dat toen netjes onderhouden was met vriendelijke zusters, en niet een vervallen toestand met zusters die de patiënten afblaften en in zijn ogen ondeskundig waren.”
“Maar hij woonde en werkte toen toch in Nederland?”
“Ja, maar luister dan goed naar de echte tekst: hij steekt de mensen hier een hart onder de riem door te zingen dat ze niet vergeten worden door de nazaten in Nederland.”
“En wat ik weet, is dat de titel van het lied luidt: Mi lobi Sranan, maar de eerste versregel heeft sinds toen, let wel, sinds 1994, vele landgenoten diep geraakt.”
“En dat door de jaren heen, tot de dag van vandaag, en dat is niet de schuld van de nog steeds keihard werkende Surinamers die besloten hier te blijven of hierheen terug te keren.”
“Wiens schuld is het dan wel?”
“Hoor je het niet? De schuld is steeds van de vorige regering, niet van de daarop volgende, die het alleen maar in ergere vorm voortzet.”
“Dan moeten we uit die gelederen onze nieuwe leiders kiezen? Gaan we dit toelaten?”
“Dat zal volgens het zelfbeschikkingsrecht aan ons gelegen zijn. Hopelijk dat ons gezond verstand zal zegevieren, en vooral zal: zegènvieren.”
”Ja, heftig proost daarop.”
 
Rappa

Noot: Link met clip van Ragmad opgenomen op het Kwakoe festival 2004. Niet alleen de tekst, maar ook de beelden spreken boekdelen.
Advertenties

Sunday 03 March
Saturday 02 March
Friday 01 March