Column: Keti koti, voor wie?
05 Jul, 00:59
foto
Hans Breeveld


De 1 juli dag wordt door regeringsfunctionarissen elk jaar weer gebruikt voor het doen van uitspraken waaruit hun toewijding tot de vrijheid van de medeburgers moet blijken. Wij zullen ons nooit meer laten knechten. De vrijheid van alle burgers zullen wij waarborgen. Dit zijn twee van de uitspraken die ik dit jaar hoorde.

Hoe wrang moeten deze woorden niet hebben geklonken in de oren van mensen met een merkbare beperking. Ik kon mij de woede-uitbarsting van Aniel Koendjbiharie, voorzitter van de stichting Wan Okasi, op 26 juni goed voorstellen. Elke maand ontvangen mensen met een merkbare beperking – de groep waar hij zich sterk voor maakt - tussen de 18e en 20e een financiële uitkering van SRD 1.750 en sinds kort ook nog een koopkrachtversterking van SRD 1.800. Zeker te weinig in onze dagen, maar men kan daarmee voort als deze op tijd wordt gestort. Dit jaar echter was het op de 26ste  juni nog niet het geval. Terwijl de rest van de gemeenschap zich voorbereidde op de Keti kotidey ging deze groep medeburgers dag na dag tevergeefs naar de banken, c.q. ATM-machines.

Natuurlijk stoort het erg dat het ministerie, dat verantwoordelijk is voor de uitbetaling van de middelen het niet eens de moeite waard vond - zoals voorzitter Koendjbiharie het zei - om middels een mededeling aan de mensen om wie het gaat bekend te maken dat de storting – die maand - wat later zou plaatsvinden. Dat is een plicht naar deze groep burgers die vaak afhankelijk is van anderen om bij ATM-machine te komen. Sommigen zijn slechtziend of blind, anderen slecht ter been. Sommigen betalen hun laatste tientje aan een taxi, omdat ze er vanuit gaan straks toch over hun uitkering te zullen beschikken.

Het is voor deze burgers wrang om enkele dagen later gezagsdragers te horen praten over de ketenen die verbroken zijn en de vrijheid van de medeburgers die zij – hoogwaardigheidsbekleders - zullen garanderen. Mensen hun rechtmatig uitkering onthouden is hun figuurlijk aan ketenen slaan; Hen van hun vrijheid beroven. Via een video werd ik recentelijk door prof. P.L.O. Lumumba herinnerd aan wat Mwalimu Julius Kambarage Nyerere, voormalig president van Tanzania zei over aanspreektitels.  Men noemt -  aldus Nyerere - een functionaris honorable of excellency niet omdat hij eerbiedwaardig dan wel excellent is, maar omdat van hem verwacht wordt dat hij in de functie die hij accepteert eerbiedwaardig dan wel excellent zal handelen. Overigens was Nyerere de man die het internationale vocabulaire verrijkte met het woord Self-Reliance.

Hoewel personen in Suriname die in hoogheid zijn gezeten zich graag excellentie laten noemen, handelen ze lang niet altijd excellent. Sprekend over het vergemakkelijken van de uitbetaling van sociale uitkeringen zal de naam van Cristien Renate Polak steeds met ere genoemd moeten worden. Met de introductie van de monikarta bracht zij een eind aan de diefstalgevoelige praktijk van het sjouwen van trommels vol geld door het land. Zij bracht een eind aan provisorisch handelen met deze structurele oplossing. Dat was excellent handelen. Personen die het flikken om – jaren daarna - niet eens op tijd geld in de ATM-machines te krijgen moeten zich diep schamen. Wij mogen toch wat meer proactief handelen van de regering verwachten?

Terwijl het volk nauwelijks bekomen is van deze wanprestatie en ook nog weet welke opofferingen AOV-ers zich moeten getroosten schijnt de regering doortastend handelen slechts voor zichzelf te hebben gereserveerd. Maar als een regering dag na dag aan een bevolking vraagt om de tering naar de nering te zetten dan mag die regering toch wel een golf van verontwaardiging verwachten wanneer die regering zichzelf en de hoge ambtenaren rondom zich zegent met een koopkrachtversterking die  50% van hun bezoldiging bedraagt.

Hans Breeveld
Advertenties

Friday 19 April
Thursday 18 April
Wednesday 17 April