Dharm Mungra: Niet in onmin blijven met koloniaal verleden
15 Aug, 06:45
foto
Delegatieleider Kiki Hagen op oriëntatiebezoek te Mariënburg bij het monument van de Gevallen Helden 1902. Naast haar Dharm Mungra en rechts Ramon Jawalapersad.


Dharm Mungra, voorzitter van de stichting Gevallen Helden 1902, en Ramon Jawalapersad van de stichting Hindostaanse Immigratie vinden dat de Nederlandse Staat een morele schuld draagt voor al het menselijk leed dat is geleden en gruwelijkheden die gebeurd zijn. Een delegatie van het Nederlandse parlement heeft zich zondag georiënteerd bij het Monument van de Gevallen Helden 1902 te Mariënburg. Het is volgens de stichtingen niet de bedoeling om in onmin te leven met het verleden, maar daaruit te leren en te werken naar een betere toekomst.

"Voor de dingen die 100 jaar geleden of meer tijdens koloniaal bestuur zijn gebeurd kunnen we onmogelijk de huidige generatie, het huidige Nederlandse volk verantwoordelijk stellen. Vooral ook omdat de moreel ethische opvattingen, verstandhoudingen en beginselen een totaal andere zijn dan in die periode van de historie", stelde Mungra. Hij heeft gewezen op de ernstige misstanden tijdens dit zogenaamde Indentured Laboursystem welke door prominenten in zowel de kolonie alsook in het Britse parlement toen, al werd aangeduid als “een gewijzigde voortzetting van der slavernij en in sommige opzichten zelfs slechter dan deze“. Ook wees hij erop dat de opstand te Mariënburg het verzet betrof van arbeiders van alle rassen die daar te werk gesteld waren en strijd leverden tegen onrecht, onderdrukking en uitbuiting.
Mungra voerde aan dat het tijd is dat dit deel van de gezamenlijke historie op een bevredigende en harmonische wijze wordt afgesloten om gezamenlijk de toekomst verder in te gaan.

Over de kwestie van Wiedergutmachung (Duits systeem over herstelbetalingen) waarover intensieve discussies gevoerd worden, geven beide stichtingen aan dat zij voor wat betreft de groepen die zij vertegenwoordigen (voortgekomen uit de immigratie) niets willen afdwingen, omdat ze ervan uitgaan dat het betuigen van spijt en vragen om excuus een kwestie moet zijn die uit het hart komt. Het moet welgemeend en oprecht zijn. En de omvang van een eventuele compensatie om die reden moet worden overgelaten aan de andere zijde. Hoe belangrijk deze Wiedergutmachung zal zijn voor de Nederlandse Staat en hoe welgemeend dat zal zijn, zal vanzelfsprekend weerspiegeld worden door wat zonder dwang vanuit de harten zal voortkomen.
Indien dit eventueel in de vorm van projecten mocht zijn is het uitgangspunt van beide stichtingen dat ze het algemeen belang moeten dienen en wel voor alle groepen in de samenleving.
Advertenties