Kondre nomru wan?
25 Nov, 20:54
foto


De historische dag van 25 november is voor Suriname en veel van zijn Surinamers slechts een dag om bij stil te staan. Morgen zien we wel. Als het even kan blijven veel Surinamers stilstaan om zich te laten verzuipen in nostalgie, heimwee en dansen op dezelfde repeterende muziek. Elk jaar weer. ‘Kondre Nomru Wan’ van Sonora Panamarera, Lieve Hugo met zijn ‘Srefidensi’, Max Nijman schreeuwt zich schor met ‘Freedom’, Mighty Botai tak’ pe yu poti mi met ‘Sranan Kon Fri’ en nog vele andere opbeurende progressieve liedjes als ‘Jai Jai Sarnaam’ van de politiek geëngageerde groep Opo hetgeen opstaan betekent. Volgens mij zitten wij nog steeds of erger, we liggen op de grond.

“Ze kunnen alleen maar dansen”, hoor ik zaliger theatermaker Henk Tjon nog roepen in de satirische theatervoorstelling ‘Land Te Koop’, doelend op de afro-Surinamers die liever dansen dan werken. Hindostanen, Javanen en Chinezen kregen er ook van langs. Niemand werd gespaard, ook Jagernath Lachmon de politicus niet die mordicus tegen de onafhankelijkheid was maar uiteindelijk Henck Arron, vader van de Srefidensi, een stevige adembenemende warme brasa gaf. Dat is nostalgie. Een gecreëerd beeld als zouden alle etnische groepen elkaar gevonden hebben en het slechts een kwestie van tijd was voor wij beseften dat wij Surinamer waren geworden. “Niet eens wan dagu nanga wan puspusi feti”, riep Arron trots.

Mighty Botai was zo enthousiast dat hij met trots zong ‘Hat’ leba ten no sa de moro’ (de tijd van slavernij zal voorbij zijn). ‘Fu Eddy Bruma mi no e frede, gronprakseri na dape a de’ maakte Max Nijman ons wijs. Een ideologie is prima maar dat is te weinig basis waar wij van uitgingen als wij eenmaal onafhankelijk waren. We bleven zitten op onze handen terwijl onze voeten dansten op de vrolijke opzwepende tonen alsof de muziek onze onafhankelijkheid handen en voeten zou geven en die kapotte plantage tot bloei zou brengen. We vergaten één ding, het dansen begint pas na de noeste arbeid, niet daarvoor.

Na 46 jaar hebben wij geen lessen geleerd. Sterker, we blijven op 25 november volharden in een nostalgie en blijven verlangen naar een periode dat wij eindelijk los zouden komen van die zure oranje borst. En we weten allemaal dat koketteren met nostalgie in feite betekent dat wij in het echte leven gefaald hebben. Wij hoeven geen vingers naar niemand te wijzen. Wij hebben het zelf gedaan. Wij hebben 1980 gecreëerd, in 1982 hebben Surinamers onze eigen Surinamers vermoord, in 1986 waren het in onze stadsogen de Marrons onder leiding van Ronnie Brunswijk die het land in de afgrond stortten, in 2010 kozen wij voor herhaling van de jaren tachtig. Blijkbaar uit een soort van nostalgie. Ik denk eerder uit masochisme. Om in de termen van Mighty Botai te praten: un lobi a hat’ leba libi.

Na tien jaar destructie en sociaaleconomische teloorgang dachten wij een alternatief te hebben gevonden in Chan Santokhi en Ronnie Brunswijk. Helaas, de taal van het podium is boven op het podium blijven zweven en zijn wij nog verder naar beneden gedonderd dan wij al waren. En zoals het ernaar uitziet is de bodem van zelfdestructie nog lang niet bereikt. We zoeken hoop in 2025 als de olie geëxploiteerd gaat worden. Wel, ik kan het u op een briefje meegeven: als hout, goud en bauxiet niet die ontwikkeling hebben gebracht, zal olie daar ook niet voor zorgen. Aan de grondstoffen ligt het niet. Het ligt aan het politieke geweten dat nepotisme als ideologie aanhangt. Hoe wil je ontwikkeling brengen door vrienden en familie te accommoderen die geen kaas hebben gegeten van functies die je hen toebedeelt?

Ik denk dat met mij veel Surinamers vandaag geen reden tot dansen hebben. En durf corona daar niet de schuld van te geven. Het succes heeft zich ook dit jaar weer niet aangediend voor een feestje. Of ons dat succes binnenkort wel zal komen aanwaaien, ik weet zeker van niet. Niets komt je namelijk aanwaaien en heb je het ook niet voor het oprapen. Dus hoezo ‘Kondre Nomru Wan’? Zolang wij ons niet realiseren dat wij niet de as van de wereld zijn zullen wij als een eiland wegdrijven op weg naar, naar, vult u maar zelf in Srananman… Gelukkig is de aarde niet plat, anders waren we er van af gedonderd…

Stuart Rahan
Surinamer

Advertenties