Column: Diana Pokie en het ministerie
21 Jul, 00:59
foto
Ex-minister Diana Pokie


Het blijft een vlek op het blazoen van de huidige regering dat Diana Pokie vroegtijdig moest afhaken als minister van Grondbeleid en Bosbeheer. Niet slechts het aftreden, maar vooral de grote waas van onduidelijkheid en geheimzinnigheid over het waarom van haar aftreden wekt onbegrip. Ministers worden niet voor hun leven benoemd, maar na een decennia waarbij het er veel van had dat ministers werden ‘gereshuffled’ – lees opgeofferd - om falend- of wanbeleid te camoufleren, dacht het Surinaamse volk dat het nu welletjes was.

Na weken van onzekerheid rond de positie van minister Pokie baarde de berg eindelijk een piepkleine muis. Maar hoe meer antwoorden de bewindvoerders geven des te meer vragen worden opgeroepen. Zo blijft het onduidelijk waarom Diana Pokie politiek draagvlak heeft verloren. Nu zij zelf aangeeft niets verkeerds te hebben gedaan en met opgeheven hoofd door het leven kan gaan, is het vermoeden groot dat anderen iets verkeerds gedaan hebben of hebben willen doen en Pokie voor haar oprecht handelen wordt gestraft?

Wenste Diana Pokie niet in aanmerking te komen voor de emolumenten die ex-ministers rechtens toekomen of mocht ze daar niet voor in aanmerking komen? Heeft de president – conform onze Grondwet - Pokie ontslagen of moest hij een bevel uitvoeren?  De politiek in een democratische bestel moet openheid en transparantie nastreven. Politiek in een democratische zetting is geen ons bij ons en ook geen onderonsje.

Dit zou aan deze regering niet behoeven te worden gezegd. Zij schreef toch in haar Regeerakkoord 2020–2025: De Coalitie zal met inachtneming van de beginselen van goed bestuur, respect voor democratie, rechtsstaat en de rechten van de mens, professioneel en deskundige verantwoording afleggen over het gevoerde beleid. Maar steeds luider wordt gevraagd waar de beloofde: eenheid van beleid en eenheid van bestuur is gebleven? Om maar te zwijgen over: een integrale aanpak en gezamenlijke verantwoordelijkheid met het doel de best mogelijke prestaties voor de gemeenschap landelijk te realiseren. Deze zinnen uit het Regeerakkoord 2020–2025 zijn toch geen dode letters?

Ik mocht twee interviews van de beoogd minister van Grondbeleid en Bosbeheer beluisteren. Wat mij opviel was de buitenproportionele aandacht dat het begrip politiek draagvlak kreeg in die interviews. Het buitenproportionele benadrukken van dit begrip zou in normale omstandigheden als woordovertolligheid worden gekwalificeerd. Elke gekozen of benoemde politieke functionaris heeft politiek draagvlak. Dit is inherent aan de functie van politiek functionaris. Veel belangrijker – voor met name een minister in spe  – zijn de deskundigheid en managementkwaliteiten waar deze functionaris op mag bogen. Het lijkt mij de hoogste tijd dat - met name - politieke partijen een minimaal profiel zouden moeten opstellen waar kandidaat-ministers aan zouden moeten voldoen.

Interessant in een van de interviews met de beoogd minister, die in de plaats zal komen van de afgetreden bewindsvrouw, was dat zij aangeeft te rekenen op de assistentie van de ambtenaren op haar ministerie. Ik help de minister hopen dat de deskundigheid die zij van haar ambtenaren hoopt te krijgen ook krijgen zal. Het helpt wel om zelf wat bagage mee te nemen om de adviezen van de ambtenaren op waarde te kunnen schatten. Wat zijn de eufuncties (bevordert instandhouding) en wat de dysfuncties (bevordert afbraak)? 

Op plaatsen waar belangen groot zijn is loyaliteit een schaarse eigenschap. Ik blijf het zeggen - en gelukkig velen met mij - dat het toch beter was geweest dat dit ministerie nooit tot stand was gekomen en gewoon deel was gebleven van het ministerie van Natuurlijke Hulpbronnen (NH). Maar dit is een van de gevolgen van het zwichten voor kortzichtigheid en chantage door een president of liever gezegd een presidentskandidaat; Een politiek gedrocht, terwijl wij het aantal ministeries zouden moeten afbouwen. Aangezien dit ministerie nog als zelfstandig ministerie bestaat kunnen wij hopen dat de nieuwe minister ter harte neemt dat wat in artikel 41 van de Grondwet staat nl. dat de natuurlijke rijkdommen en hulpbronnen eigendom zijn van de natie en dienen te worden ingezet in de economische, sociale en culturele ontwikkeling. Not just for some, but for everyone. Zou dit niet de nieuwe naam voor het ministerie moeten zijn, zolang deze nog niet is geherincorporeerd in het ministerie van NH?

Hans Breeveld
Advertenties