De democratische rechtsstaat
10 Jun, 08:47
foto


De rechtsstaat is een ruim begrip en kent verschillende onderdelen, echter zal ik mij beperken tot het recht op vrijheid van meningsuiting gerelateerd aan de Wet Uitvoering Burgerlijke Uitzonderingstoestand. Het blijkt dat de regering niet tolereert dat burgers een andere mening erop na houden over Covid-19 en vaccinatie en deze ook kenbaar maken.
In DNA heeft de president uitgehaald naar mensen die een andere mening hebben en gezegd “Houd je mond”, ergo je mag geen afwijkende mening uiten.

De minister van Volksgezondheid is zover gegaan dat hij burgers bij naam genoemd heeft, intimiderend belasterd heeft en ze beschuldigt van misleiding, omdat die een andere mening uiten over het vaccin en gevallen belichten waaruit het tegendeel blijkt, dan de melodie die de regering speelt.
De minister doet een beroep op artikel 7 lid 3 van de Wet Uitvoering Burgerlijke Uitzonderingstoestand. Het criterium dat neergelegd is in dit artikel, is dat de berichten onjuist moeten zijn en voor de samenleving schadelijke informatie verspreiden. Hieruit blijkt duidelijk, dat er aan deze twee voorwaarden moet zijn voldaan voordat de regering bevoegd is maatregelen te treffen. Deze wet bepaalt in artikel 7 lid 3 het volgende: De regering is bevoegd maatregelen te treffen ten aanzien van degenen die onjuiste berichten en voor de samenleving schadelijke informatie verspreiden, verband houdende met de in de Afkondigingswet van de Uitzonderingstoestand aangegeven situatie, met het doel deze berichtgeving te voorkomen, onverminderd de toepasselijkheid ter zake van het Wetboek van Strafrecht en overige wettelijke regelingen.

Het simpelweg niet eens zijn met een afwijkende mening, kan nooit tot gevolg hebben dat de regering bevoegd is welke maatregel dan ook, tegen burgers te treffen.
Deze wet is gebaseerd op artikel 23 van de Grondwet, waarin uitdrukkelijk bepaald is dat de grondrechten afhankelijk van de situatie, onderworpen zijn aan de beperkingen met inachtneming van de ter zake geldende internationale bepalingen.

In het Internationaal Verdrag inzake Burgerrechten en Politieke Rechten (BUPO) is in artikel 19 lid 2 bepaald, dat een ieder het recht heeft op vrijheid van meningsuiting; dit recht omvat mede de vrijheid inlichtingen en denkbeelden van welke aard ook te vergaren, te ontvangen en door te geven ongeacht grenzen, hetzij mondeling, hetzij in geschreven of gedrukte vorm, in de vorm van kunst of met behulp van andere media naar zijn keuze. Lid 3 geeft aan dat dit recht bij wet beperkt kan worden o.a. indien nodig ter bescherming van de volksgezondheid.

Artikel 5 lid 1 van het BUPO-verdrag bepaalt dat geen bepaling van dit verdrag zodanig mag worden uitgelegd als zou zij voor een Staat, een groep of een persoon het recht inhoudende enige activiteit te ontplooien of enige daad te verrichten, die ten doel heeft de rechten en vrijheden, welke in dit Verdrag zijn erkend, te vernietigen of deze rechten en vrijheden meer te beperken dan bij dit Verdrag is voorzien.

Uit deze bepalingen blijkt overduidelijk dat het recht op vrijheid van meningsuiting onder de Covid-19 situatie beperkt kan worden, echter zijn hier voorwaarden aan verbonden. Dit betekent dat de regering nooit als uitgangspunt kan hebben dat als burgers een andere mening hebben, dat die bij voorbaat misleidend is zonder dit objectief te laten onderzoeken en deugdelijk te motiveren.

In een rechtsstaat worden burgers tegen de macht van de Staat beschermd door wetten. Uit het gedrag van hoogwaardigheidsbekleders blijkt ook dat men geen rekening houdt met de wetgeving en regels die dit recht op vrijheid van meningsuiting beschermen. Als dit zo doorgaat dan kan helaas de gevolgtrekking zijn dat de democratische rechtsstaat óf niet bestaat óf zeer wankel is, omdat de Staat zelf zich niet aan de regels houdt. Hiervoor is er in een democratische rechtsstaat geen ruimte. De minister van Volksgezondheid is zelfs zo ver gegaan om burgers te bekladden en bloot te beschuldigen, enkel en alleen omdat ze een andere mening verkondigen, die als irritant wordt ervaren.

In een stabiele democratische rechtsstaat wordt de moeite genomen om objectief te onderzoeken of er inderdaad onjuiste berichtgeving verspreid wordt en wordt het pad van dialoog of debat bewandeld i.p.v. door openlijk machtsvertoon burgers te intimideren en af te blaffen.”
Het is in het belang van Suriname om op objectieve en evenwichtige wijze met alle meningen om te gaan, want veel van de berichtgeving van de “andere” mening is ook gebaseerd op wetenschappelijk onderzoek gedaan in o.a. Europa en USA.

Jammer, dat onze wetenschappers de uitdaging (nog) niet aanvaarden om ook met eigen onderzoek te komen.
Ik hoop met dit artikel een bijdrage te hebben geleverd in het verdiepen van inzicht in het spanningsveld van de vrijheid van meningsuiting en de Wet Uitvoering Burgerlijke Uitzonderingstoestand.

Dr. J. van Dijk - Silos
Advertenties