Ramsahai verstrekt pg aanvullende informatie over Surfin
23 Feb, 09:41
foto


Ex-Assembleelid Rajiv Ramsahai (NDP) heeft procureur-generaal (pg) Roy Baidjnath Panday vandaag additionele informatie verstrekt over New Surfin NV. De pg had hem onderbouwing gevraagd over het strafrechtelijk onderzoek dat Ramsahai hem vroeg in te stellen over deze nieuwe NV.

 

In het schrijven van Ramsahai aan de pg:
Dat de minister van Financiën en Planning de heer R. Achaibersing en die van BIBIS de heer R. Ramdin zitting hebben in de Rvc van New Surfin NV, respectievelijk als president-commissaris en commissaris, levert belangenverstrengeling op. 

Volgens artikel 13 lid 1 van de Anticorruptiewet (SB 2017 no.85) is het de publieke functionaris verboden om handelingen te verrichten, te adviseren, en besluiten te nemen, waarbij door hem wordt gehandeld in strijd met de ter zake geldende wettelijke voorschriften, voorwaarden of procedures, om voor zichzelf of een ander enig onrechtmatig voordeel te verkrijgen en/of waarbij de Staat of een staatsinstelling opzettelijk enig financieel nadeel wordt toegebracht of financieel nadelige voorwaarden worden bedongen.

Krachtens lid 2 van dit zelfde artikel neemt de bevoegde politieke functionaris bij het aangaan van overeenkomsten ten behoeve of ten laste van de Staat of een staatsinstelling en bij het verlenen van enig recht, de vereiste maatregelen om belangenconflicten tijdens de procedure te voorkomen en een transparante procedure en gelijke behandeling van partijen te waarborgen. Tegen deze handelingen die zullen leiden tot belangenverstrengeling, zal op grond van artikel 4 lid I sub e van eerder genoemde wet, een integriteitscode gelden.

Het is een gebiedende eis dat de minister van Financiën de Comptabiliteitswet kent en dat alle ambtsdragers de Anticorruptiewet kennen evenals andere wetgeving die te maken heeft met hun handelen in functie en konden hebben geweten wat de gevolgen zouden zijn van hun participatie in een privé-onderneming, waarbij zonder deugdelijke toestemming een staatsdeelname is geëffectueerd. De memo inhoudende het negatief juridisch advies van de juridisch adviseur inzake de deelname van de heer Achaibersing in de NV, spreekt boekdelen. Hieruit kan worden geconcludeerd dat dhr Achaibersing ook dit advies bewust naast zich heeft neergelegd.

Het voorgaande kan in relatie gezien worden met artikel 16 lid 1van de wet op de jaarrekening welke handelt over de hoofdelijke aansprakelijkheid van bestuurders en commissarissen tegenover derden bij jaarrekening of tussentijdse cijfers waarbij een misleidende voorstelling wordt gegeven.

In dit specifiek geval is het bijna ondenkbaar dat de minister van Financiën de leiding heeft van zijn ministerie als controlerend orgaan, maar tegelijkertijd via zijn participatie in de RvC als toezichthouder optreedt. De minister legt dus aan zichzelf verantwoording af, hetgeen tegen de principes van behoorlijk bestuur indruist.

Uitgaande van het feit dat de ministers aangeven dat het hier gaat om een staats NV dan is er duidelijk in strijd gehandeld met de artikel 32 van de Comptabiliteitswet 2019. In dit artikel is de te volgen procedure verankerd. Krachtens artikel 32 lid 4 van deze wet kan het oprichten en het mede oprichten van een privaatrechtelijke rechtspersoon door of namens de Staat niet eerder plaatsvinden dan 30 werkdagen, nadat  het voornemen hiertoe door de betrokken minister is meegedeeld aan DNA.  Dit houdt in dat er voorafgaand aan de oprichting de oprichter over een schriftelijke machtiging van de president moet beschikken  alsook een staatsbesluit van de RvM dat er overgegaan kan worden tot de oprichting.

Bij de oprichting van New Surfin NV zijn noch de RvM noch DNA gekend dus is er in strijd gehandeld met eerder genoemde wet zoals hierboven aangegeven.

Het is duidelijk belangenverstrengeling dat de twee eerdergenoemde ministers in hoogst eigen persoon zitting hebben in de RvC, hetgeen af te lezen valt uit de slotbepaling van de oprichtingsakte, waarbij niet de instanties van de staat Financien en BIBIS zijn vermeld, maar hun persoonsgegevens. Verder blijkt uit de oprichtingsakte dat er een privé NV is opgericht en daarin de Staat deelneemt voor 51% in aandelen.

Aangezien het overduidelijk gaat om een privé NV waarin de staat is meegenomen en participeert met 51%, is eveneens zonder toestemming van de RvM en goedkeuring van DNA geschied. Dat zelf de overige coalitiepartners die de regering uitmaken, hiervan niet op de hoogte waren, is een vorm van onbehoorlijk bestuur en het omzeilen van wet en regelgeving waarop straf is gesteld.  

Ingevolge artikel 421 lid 1 van het WvSr wordt een lid van de regering die zijn ondertekening of medeondertekening of paraaf verleent aan resoluties, of beschikkingen, of enig ander bestuursbesluit, in de wetenschap dat daarmee een wettelijk voorgeschreven  procedure wordt overtreden of een wettelijk verbod wordt geschonden;

Of uitvoering geeft aan resoluties of beschikkingen of enig ander bestuursbesluit, in de wetenschap dat dezer niet van de vereiste (mede) ondertekening of paraaf is voorzien, wordt gestraft met een gevangenisstraf van ten hoogste drie jaren geldboete van de vierde categorie, hetzij met een van beide straffen.

Verder wordt volgens artikel 421 a een lid van de regering aan wiens grove schuld te wijten is dat de in artikel 421 omschreven uitvoering wordt nagelaten, wordt gestraft met een gevangenisstraf van ten hoogste een jaar en een geldboete van de derde categorie hetzij met een van beide straffen.

Tot slot is dit handelen van deze ministers ook in strijd met de Wet Toezicht Bank en

Kredietwezen 2011 ingevolge artikel 55  lid 1 welke duidelijk stelt dat “niet naleving van voorschriften gegeven bij of ingevolge de artikelen 2 lid 2, 10 lid 4, 19 leden 1 en 2, 20 leden 1 en 2, 32, 51 lid 1 en 52 lid 1 als misdrijf worden gestraft”. Het overtreden van artikel 2 lid 2 (zoals hierboven beschreven) is dus gelijkgesteld aan een misdrijf. Vermeende gepleegde handelingen zijn in strijd met dit gestelde.

De geplaatste aandelen in contanten (SRD 510.000,-) is tevens niet gemeld door de notaris in kwestie, welke de oprichtingsakte heeft gepasseerd. Dit gegeven is tevens in strijd met de Wet Melding Ongebruikelijke Transacties, beter bekend als de Wet MOT.

Ervan overtuigd zijnde u voorzien te hebben van voldoende omschreven informatie alsmede de strafbaarstellingen conform diverse wetten, verblijf ik in het vertrouwen dat voldoende handvatten zijn aangereikt aan het Openbaar Ministerie om het strafrechtelijk onderzoek met alle voortvarendheid, te beginnen.
Advertenties