Herstel ons recht op vrije meningsuiting!
31 Jul, 15:12
foto


Recentelijk werd telefonisch mijn bestelling geweigerd bij een klein afhaaltentje waar ik met enige regelmaat te klant was. Aan mij werd doorgegeven dat de reden daartoe is, dat ik in mijn sociale kringen zou hebben aangegeven dat het personeel in de keuken en ook het bedienend personeel, geen mond- en neusbedekking draagt. 


Alhoewel hoop doet leven dat na dit incident er verandering zou komen, was ik in eerste instantie ontzettend verontwaardigd hierom. Niet omdat ik het persoonlijk opvatte, want ik ken de mensen die daar het roer in handen hebben niet persoonlijk en niet eens bij naam. Ook niet omdat ik er geen eten meer kon halen, omdat er tal van goede restaurants in ons dierbaar Suriname zijn. Maar, omdat het slechts een klein symptoom is van een groter probleem dat binnen de samenleving speelt, te weten: de normalisering van dictatoriaal en discriminerend gedrag en verloedering van respect voor elkaar. 


Mag de eigenaar van een eettentje ervoor kiezen mij te discrimineren omdat ik een mening heb, namelijk dat het dragen van een mond- en neusbedekking aan het werk en in openbare aangelegenheden, essentieel is tijdens een pandemie? Heb ik geen recht meer op een eigen observerend vermogen? Is het dragen van mond- en neusbedekking niet iets dat hoog noodzakelijk is om ons allen te beschermen tegen elkander en is het sinds kort ook niet verplicht? Heb ik het recht niet meer om eettentjes en restaurants te bespreken in mijn eigen sociale kringen en heb ik dus geen recht op vrije meningsuiting? 

Mijn opvatting is dat het ontzettend respectloos zou zijn als wij ons deel niet deden om de verspreiding van het Covid-19 virus tegen te gaan. Ik ben er namelijk heilig van overtuigd dat de minister van Volksgezondheid, Amar Ramadhin, heel veel offers brengt en slapeloze nachten tegemoet gaat om onze samenleving te beschermen en zo secuur mogelijk deze pandemie aanpakt.  


Een individu kwalijk nemen voor vertoning van discriminerend gedrag is een verschijnsel waar wij aandacht aan moeten besteden, omdat wij als collectief dit gedrag hebben gecultiveerd de afgelopen 10 jaar. Het is onder andere de reden dat ik mijn ontslag heb ingediend als hoofd van het Bureau Communicatie en Media eind 2018 bij het Ministerie van Onderwijs, Wetenschap en Cultuur. Bij de oprichting van het NII werd het werk ons haast onmogelijk gemaakt. Het volk mocht niet meer transparant en oprecht geïnformeerd worden over het reilen en zeilen van het onderwijs. Alles moest eerst gescreend worden en ik kreeg er op een onaangename wijze nog een leidinggevende bij, waardoor het al bureaucratisch log systeem nog logger werd. Als werd getracht iets de ether in te helpen zonder het toeziend oog van het NII, werd de directeur van het ministerie opgedragen mij en de staf van het bureau communicatie en media op het matje te roepen. Soms werd zelfs de minister op het matje geroepen. Het was een cultuur van Censuur: “My way or the highway!”  


Deze censuurcultuur is ons zo eigen geworden en is recentelijk in een nieuw jasje gestoken. NII dat nu Communicatie Dienst Suriname heet, blijkt het de normaalste zaak te vinden om mensen zoals de arts Ruben Del Prado die hele goede inzichten kunnen geven aan gesprekken die vandaag de dag van erg groot belang zijn, te schrappen uit een tv-programma van de STVS. Het is nu niet de bedoeling om een enkeling of individu kwalijk te nemen. De kwestie is wederom een symptoom van de staat waarin de maatschappij verkeert. Om onervarenheid of sociaal-maatschappelijke ontwikkeling van individuen te analyseren heeft geen zin. Het is de collectieve verantwoordelijkheid van ons allen om verandering te brengen en het recht op vrije meningsuiting te herstellen.  


Juan Pawiroredjo


Thursday 13 August
Wednesday 12 August
Tuesday 11 August