Column: Politieke Borrelpraat 611
10 May, 22:37
foto


“Het is me een gedoe met die oproepingskaarten. Kan iemand me uitleggen waarom we ons blijven vastklampen aan dit verouderde en koloniale systeem? Het kost ons alleen maar geld en bezorgt ons elke verkiezing weer alleen irritaties”
“Maar meester, uw advies van vorige week was volgens mij een minpunt.”
“Welk advies?”
“Dat vooral de zwevende kiezers op een nieuwe partij, dus op een nieuwe kandidaat moeten stemmen en niet op eentje van een traditionele partij. Kijk hoe een nieuweling zich heeft misdragen met een antichristelijke poster met Jezus aan het kruis.”
“Ai, en mevrouw OwKaaBee gwa hee tegen deze tori, nog wel op de staatszender.”
“Da wat? Ze heeft gelijk. En door wie dan ook die poster is ontworpen, a tori faya.”
“Oké, ben ik eens, maar mag je als OwKaaBee-voorzitter publiekelijk een negatief stemadvies geven? Dus dat je op zus of zo een kandidaat niet moet stemmen?”
“Ik zou het niet gedaan hebben, zelfs niet op persoonlijke titel; dat moet de kiezer zelf beslissen. Maar ze praat soms inderdaad teveel, dat heeft Biza ook gezegd.” 
“Misschien communiceert Biza daarom zo slecht met haar. Men schijnt in dit land bang te zijn voor mensen die de dingen recht voor z’n raap zeggen.”
“Dus om terug te komen op mijn advies: dat is dus niet meer valide, omdat een nieuweling zich met een poster op de social media heeft vergaloppeerd? Hou toch op man. Jij moet er als kiezer eentje uitkiezen, eentje verkiezen die volgens jou ‘The One’ is. En er zijn genoeg andere nieuwen die zich aandienen.”
“Maar in ieder geval is die yonkuman met z’n Jezus-poster nu landelijk bekend geworden, hoewel meer in negatieve zin, maar dat telt niet zozeer in onze politiek. Andere, doorgewinterde politici komen toch ook vaak genoeg negatief in de publiciteit? En juist die zijn de stemmentrekkers.”  
“Maar moeten we de staatsmacht mede in handen leggen van jonge onervaren politici?”
“Dan wil je het steeds in handen laten van die ouwe, ervaren en doorgewinterde boeven?”
“Jong en oud, onervaren en ervaren, beschaafd en grofu, met beiden in DNA hebben wij als kiezers meer mogelijkheden.”
“En mijn Groene Partij is in opmars; hebben jullie al onze groene vlaggen die her en der zijn ontloken, niet gezien?”
“Wakte boi, totdat Boy Foeroe-jola je vlag met stok en al komt weghalen en in de bak van z’n bigi wagi meeneemt.”
“Tief-pief-lief, houd de vlaggendief!”
“Het is niet het aantal wapperende vlaggen dat zal gaan stemmen en de stembusoverwinning zal behalen.”
“Maar ze kunnen wel indruk maken op vooral die groep van 30% aan zwevende kiezers.”
“Velen hebben niet door dat de verkiezingen een keiharde fight zijn om de komende vijf jaren het beheer over die miljarden aan onze grondstoffenreserves te behouden of te verkrijgen.” 
“En vooral die aangetoonde oliereserves voor onze kust maken politici extra ‘hairah’, hebzuchtig.”
“Kijk naar wat voor een ongezonde perikelen dat in ons buurland heeft geleid: alles moet opnieuw geteld worden. Hopelijk blijft dat gedoe ons bespaard.”
“Maar velen schreeuwen nu al moord en brand dat er gefraudeerd zal worden bij de komende verkiezingen. Laat men liever alles nauwlettend op elk stembureau bij de telling volgen.”
“En ook Lonnie schreeuwt moord en brand dat er door Biza met het instellen van een nieuw stembureau te Moengo Tapu gefraudeerd gaat worden: Haïtianen gaan daar stemmen.”
“Hij dreigt ze met stokken weg te zullen slaan van dat nieuwe stembureau. Wat voor primitief gedoe is dat? Aan dat nieuwe stembureau kunnen die Surinamers van Haïtiaanse afkomst toch niets doen? Waar is Lonneman bang voor? Hij staat toch zo sterk in ‘zijn’ district, in ‘zijn’ gebied’, in ‘Bruns-Guyana?”
“Die z’n hoofd wordt soms ook te warm, dan flapt hij driftige dingen uit.” 
“Maar Lonnie m’n honnie heeft gelijk: we hebben een nieuwe regering nodig.”
“Ja, met hem als president of regeringsleider zeker. Dan gaat hij z’n ministers ook met stokken slaan.”
“Wij hebben een integere en breed gedragen president nodig; daar draait alles om.”
“Klopt! Een politieke president gaat zoals de vier vorige politieke presidenten weer partijbelangen boven landsbelangen stellen. Je hebt een zakenpresident nodig en die stelt een zakenkabinet samen.”
“Wat voor dronken verzinsel is dat nou weer? Een zakenpresident?”
“Dat is een niet-partijpolitiek gekleurde president, die wel door verschillende politieke partijen wordt gesteund, dat moet, anders komt hij of zij daar niet, maar die geen van hun belangen hoeft te dienen, zoals met de presidenten sinds de militaire periode het geval was. Vooral daarom is het vanaf toen vooral economisch goed fout met ons land gegaan.”
“Mi no sabi, allemaal zo ingewikkeld allemaal. Maar tenminste hebben we nu de beste minister van Financiën aller tijden, die door die stoute Oranje oppositie onterecht wordt aangeklaagd.”
“Nou, de Oranje oppositie heeft wel netjes en glashelder aangegeven dat het hun eigen paarse ex-governor is die deze aanklachten tegen die ‘allerbeste’ minister van Financiën heeft  gedeponeerd bij de PeeGee.”
“En ook een sterk punt van Oranje is: ‘als Hoeffie werkelijk de allerbeste minister van Financiën is, waarom dokte Paars dan voor die economische discussie van de VES? Dan is je ‘beste’ Hoeffie-Boeffie alleen in je metersgrote advertentie in de krant de beste. Niet in de open discussie.” 
“En by the way, tot wanneer is die kortere Avondklok geldig?”
“Tot nader order, soldaat. Ingerukt, mars. Wees blij met een beetje meer vrijheid, oftewel: wan monki fri, ons toegekend door de Baas der Bazen. O, wat zijn we blij met wat meer vrij!”
“Ai, Wan Monki Fri. Dat was de titel van een bundeling van kritische artikelen over strijd en bevrijding van ons volk, in 1969 gepubliceerd door R. Dobru.” 
“Weten jullie hoe een aanstaande onderwijzer toen tijdens een mondeling examen deze titel vertaalde? ‘Een vrije aap.’ Maar ‘monki’ moet je lezen als ‘montjie’, een beetje, een mondje.”
“Dus de vertaling is: een mondje vrijheid.”
“Klopt. En als je die artikelen nu na bijna 50 jaar leest, krijg je kippenvel en doksenvel hoe actueel vele dingen daarin beschreven en geanalyseerd tot nu toe zijn. Maar we lezen dit soort dingen niet, daarom blijven velen dom of laten zich dom houden of laten zich door dommen leiden.” 
“Nu zijn we na 45 jaar staatkundige onafhankelijkheid volledig failliet. Ondanks al die miljarden aan ontwikkelingshulp en geleend geld. Hoe komt dat?”
“Maar dat wilden we toch? Daar stemden we toch elke keer als kippen zonder kop voor of tegen? Wel, dan gaan we nu van onder af aan moeten herbeginnen: de komende tien jaren zwaar schulden aflossen, sparen, weer lenen en keihard produceren en opbouwen. De meeste subsidies afbouwen en niet meer boven ons stand leven.”
“Ha, proost op deze ware woorden, maar zij zullen wishfull thinking blijven.” 

Rappa