Lawfare tegen Decembermoorden strafproces
27 Jan, 10:42
foto


Het verzet van Bouterse en advocaat Kanhai tegen het novembervonnis - 20 jaren gevangenisstraf voor de decembermoorden - was geen ‘show’, zoals in Ocer theatraal was aangekondigd. In het staatkundige leven is het inzetten van de uitvoerende en wetgevende macht ter afschrikking van de rechterlijke macht, op de koop toe om persoonlijk belang, detournement de pouvoir, machtsmisbruik. De choreografie van de intimidatie liet daar geen twijfel over bestaan: kostuums van geweld, revolvers ('geen waterpistool'), dreigen met ‘gewapende machten’, agressieve rancune, inclusief presidentiële homofobie. Het potsierlijke machtsvertoon paste naadloos in de lawfare tegen het Decembermoorden strafproces.

Lawfare
Dr. Jeff Handmaker is hoofd van de onafhankelijke waarnemingsmissie van de Internationale Commissie van Juristen (ICJ) voor het Decembermoorden strafproces. In een recent artikel zette hij op een rij hoe Bouterse, zijn advocaat en partijgenoten, alles in het werk stelden om het Decembermoorden strafproces te discrediteren (‘politiek proces’), te doen stopzetten en/of te vertragen. Daarbij werd ook misbruik gemaakt van de wet(geving). Hij noemde de onrechtmatige amnestiewet van 2012 en het terugfluiten van de PG in het lopende strafproces. Ook duidde hij de vele openlijke intimidaties van de rechterlijke macht en de pogingen haar legitimiteit te ondermijnen. Handmakers kwam tot de conclusie dat president Bouterse c.s. zich schuldig maken aan lawfare ter ondermijning van de rechtsstaat. Lawfare is een samenvoeging van law en warfare. In Harvard Carr Center (2001) typeerde kolonel Charles Dunlap, lawfare als 'een cynische manipulatie van de rechtsstaat en de humanitaire waarden die het vertegenwoordigt.’ Het aansturen op een verstekvonnis door nooit ter zitting te verschijnen om vervolgens door verzet definitieve afsluiting van het Decembermoorden strafproces wederom te voorkomen, kan als voorbeeld van die cynische manipulatie van de rechtsstaat worden begrepen.

'Lulkoek'
President Bouterse zei aan zijn top-down georkestreerde gehoor op het Onafhankelijkheidsplein dat hij had meegewerkt aan 'waarheidsvinding, dialoog en verzoening', omdat hij in 2002 had getuigd in het gerechtelijk vooronderzoek. Wat hij verzweeg was dat hij de rechter-commissaris, onder ede, een vals alibi had voorgehouden. Zo is onomstotelijk duidelijk geworden uit het novembervonnis. Ook had hij de rechter-commissaris voorgehouden dat hij bij het op 9 december 1982 op de televisie verkondigen dat de slachtoffers 'op de vlucht zijn neergeschoten', verkeerd was geïnformeerd door ondergeschikten. Vele jaren later 'getuigde' hij bij de door hem ingehuurde pseudo-waarheidsvinder Sandew Hira, een apologeet van onvoorwaardelijke amnestie, dat hij vanaf het begin wist dat het 'op de vlucht neergeschoten’, 'lulkoek' was. 

Beweren met ‘lulkoek’, waarheidsvinding, dialoog en verzoening te bevorderen, is toppunt van ongeloofwaardigheid.  Dat geldt ook voor het in de zelfamnestiewet van 2012 valselijk beloven van een onmiddellijk in te stellen Waarheids- en Verzoeningscommissie, om bijna acht (!) jaren na dato nog niet eens een kiem van vooruitzicht op uitvoering, te hebben weten te produceren! Voor elk weldenkend mens markeren zulke leugens en valse beloften, disrespect voor de slachtoffers van mensenrechtenschendingen en de binnenlandse oorlog, hun nabestaanden en voor het Surinaamse volkslied ('Recht en waarheid maken vrij').

Misdrijven tegen de menselijkheid
Zelfs als de ontvoeringen, folteringen en moorden van 8 december 1982 een 'incident' in een 'oorlog' waren, zoals president Bouterse in een poging tot decriminalisering heeft gesteld, zouden zij niet passen binnen de militaire cultuur en militaire traditie van het Surinaamse leger. Het zonder vorm van proces martelen en doodschieten van onschuldige, ongewapende burgers, waaronder journalisten, advocaten, vakbondsleiders, ondernemers en wetenschappers, kan onder het oorlogsrecht worden gekwalificeerd als oorlogsmisdaad, als internationaal misdrijf. Hoewel geen oorlogsmisdaad – er was in december 1982 feitelijk geen sprake van oorlog – kwalificeerden de folteringen en moorden van 8 december 1982 wel als internationale misdrijven. 

In 2000 concludeerde professor John Dugard, jarenlang de juridisch adviseur van bisschop Desmond Tutu, als Amicus Curiae van het Amsterdams Gerechtshof, dat de folteringen en moorden van 8 december 1982, gekwalificeerd kunnen worden als misdrijven tegen de menselijkheid. Om de vreedzame volksbeweging voor recht en verkiezingen te breken werden systematisch leden van haar intellectuele voorhoede door de decembermoordenaars buitenwettelijk ontvoerd, gemarteld en uitgeroeid. 8 december was vooraf gegaan en werd gevolgd door vele andere ernstige schendingen van de mensenrechten. In het rapport van 1983 van de Inter-Amerikaanse Commissie voor de Mensenrechten van de OAS, is te lezen hoezeer sinds 25 februari 1980 de militaire dictatuur met lawfare, in de vorm van decreten, de Surinamers beroofde van hun grondrechten en vrijheden. Toen de dictatuur poogde de 8 december slachtoffers valselijk te associëren met een vermeende coup samen met de CIA, was de OAS commissie stellig. Niets rechtvaardigde de toepassing van 'terroristische methoden'.

Henry Does
sociaal geneeskundige en publicist
pdf-icon.gif oasraport_ned.pdf                
Advertenties