Stel multinationals aansprakelijk voor schending rechten
21 Jan, 05:05
foto


Suriname moet de mogelijkheid gaan bezien om de internationale bedrijven (multinationals) die in ons land hebben geopereerd en nu nog opereren, aansprakelijk te stellen voor schade, welke is aangebracht aan het milieu, tevens het schenden van de mensenrechten van de tribale volken. De rol van het civiele aansprakelijkheidsrecht moet nader worden bezien in internationaal perspectief.

Al tijden groeit met name in de westerse wereld de maatschappelijke en politieke druk op internationale ondernemingen om meer maatschappelijk verantwoord te ondernemen. In toenemende mate wordt van hen verwacht dat zij zich rekenschap geven van de impact van hun bedrijfsactiviteiten op mens en milieu, en dat zij eventuele schadelijke gevolgen zoveel mogelijk proberen te voorkomen. De discussie rond maatschappelijk verantwoord ondernemen (MVO) draait daarbij om twee vragen: wat kan van ondernemers verwacht worden aan verantwoord ondernemerschap bovenop hetgeen zij naar geldend recht al verplicht zijn, en is dat stukje ’extra’ dan vrijblijvend of brengt het bepaalde morele, maatschappelijke en/of juridische verplichtingen mee? 

Gedurende de afgelopen twee decennia is de focus in dit opzicht geleidelijk verschoven van de nationale naar de internationale context, waar multinationale concerns en andersoortige internationaal opererende ondernemingen een steeds prominentere rol spelen. Nu als gevolg van globalisering productieprocessen van ondernemingen  in toenemende mate grensoverschrijdend worden, bijvoorbeeld omdat producten worden afgenomen van buitenlandse leveranciers, of samengewerkt wordt met buitenlandse jointventurepartners en/of dochtermaatschappijen, komt de nadruk steeds meer te liggen op de maatschappelijke verwachtingen ten aanzien van deze ondernemingspraktijken in het buitenland. De aandacht gaat daarbij vooral uit naar activiteiten in de gastlanden( meestal ontwikkelingslanden), waar het beschermingsniveau van mens- en milieu gerelateerde belangen aanzienlijk lager ligt dan in de westerse thuislanden van de betreffende ondernemingen, zoals in de praktijk vaak het geval is in opkomende economieën.

De vraag rijst wie verantwoordelijk is voor de regulering van de internationaal opererende ondernemingen en hun transnationale ondernemingspraktijken, en op welke manier het recht daarbij een rol speelt. Mede als gevolg van het feit dat het internationaal publiekrecht zich nog altijd vooral richt tot staten, is het aantal internationale instrumenten dat rechtstreeks en dwingend gedragsstandaarden oplegt aan internationaal opererende ondernemingen zeer beperkt. 
Betoogd kan worden dat op gebieden als het internationaal strafrecht en het internationaal mensenrechtenrecht wel internationale verplichtingen voor multinationale concerns bestaan. Helaas zijn er vooralsnog geen internationale fora beschikbaar waar schendingen van dergelijke verplichtingen aan de kaak gesteld  kunnen worden.

Momenteel bestaat er een snel groeiend aantal internationale richtlijnen, gedragscodes en andersoortige publieke of private internationale initiatieven gericht op het scheppen van een normatief kader voor internationaal opererende ondernemingen, maar deze instrumenten zijn meestal optioneel en of niet bindend en ook hierbij ontbreken veelal adequate handhavingsmechanismen. 

Dit betekent dat het opleggen en handhaven van gedragsnormen ten aanzien van de activiteiten van internationaal opererende ondernemingen uiteindelijk primair de verantwoordelijkheid is van de verschillende staten op wiens grondgebied die activiteiten worden verricht. Daarbij echter blijft de bescherming van lokale mens- en milieu gerelateerde belangen de mogelijke negatieve gevolgen van de betreffende bedrijfsactiviteiten afhankelijk van het vermogen en de bereidheid van de betrokken staten om adequate regels te stellen en af te dwingen. Zoals aangegeven kan dit problematisch zijn waar het gaat om ondernemingspraktijken in landen als Suriname. Tegelijkertijd geeft het internationaal opererende ondernemingen de kans om zich door middel van complexe ondernemingsconstructies, mogelijk gemaakt door ondernemingsrechtelijke beginselen van gescheiden rechtspersoonlijkheid en beperkte aansprakelijk, te onttrekken aan juridische verantwoordelijkheid voor de negatieve gevolgen. 

De casus Iamgold en Suralco zijn 2 voorbeelden in Suriname.
Het Surinaamse milieu, en de (gronden)rechten van de tribale volkeren in ons land is decennia lang geschonden door dit soort bedrijven. Het vertrek van Suralco bijvoorbeeld  uit Suriname waar zij sedert 1922 bedrijfsactiviteiten ontwikkelde en waarvan bekend is dat hierdoor hele woongebieden van de binnenlandbewoners onder water werd gezet en het milieu een knauw kreeg, is een voorbeeld hoe het niet moet. Suralco zou in dit kader, miljarden dienen te betalen voor haar milieu- en mensenrechtenschendingen in de afgelopen periode. Helaas zagen wij het omgekeerde: Niet Suralco betaalde, maar Suriname. Indicatief voor het feit dat wij in Suriname de deskundigheid en expertise missen om dit soort zaken aan de kaak te stellen.

Suriname zal in Caricom-verband moeten gaan zoeken naar mogelijkheden van het aansprakelijk stellen van deze multinationals voor hun extraterritoriale mensenrechten-en milieuschendingen naar internationaal Privaatrecht. De casus van Shell in Nigeria in het Ogoni gebied, waar grote delen van het woongebied van het Ogoni-volk werden vernietigd door olielekkages e.d. kan als onderlegger dienen. Uiteindelijk (na jaren van strijd bij het Internationaal Gerechtshof en andere VN-organisaties) moest Shell schuld bekennen. 

Een belangrijke vraag hierbij is hoe, door wie en waar deze multinationals civielrechtelijk aansprakelijk gesteld kunnen worden als zij in het kader van hun activiteiten betrokken raken bij schendingen van mensenrechten en of milieu in Suriname. Het civiele aansprakelijkheidsrecht kan een belangrijk instrument zijn in deze grensoverschrijdende context waar publieke handhavings- en reguleringsmechanismen veelal ontbreken of ontoereikend zijn. Dat betekent voer voor juristen en anderen; ons oud rechtssysteem zal herschreven c.q. aangescherpt dienen te worden naar internationale maatstaven.

Colvin Overdiep
Advertenties

Saturday 29 February
Friday 28 February
Thursday 27 February