Nabestaanden Moiwana willen onderzoek en berechting
30 Nov 2016, 05:44
foto
Majo Ajintoena bij de zuil van zijn vader Iwan. Zijn vader en tante met vijf kinderen zijn vermoord op 29 november 1986. (Beeld: René Gompers)


Dinsdag was het dertig jaar geleden dat 39 bewoners van het dorp Moiwana door het Nationaal Leger, op brute wijze zijn gedood. Traditioneel wordt er bij het monument, dat tegenover het dorp staat, een plengoffer gebracht. De nabestaanden en overlevenden hebben bij de herdenking dit jaar, bij de regering aangedrongen dat er een onderzoek komt en dat de daders berecht worden.

Na het plengoffer bij het monument, bestaande uit tientallen zuilen met in het midden een elf meter hoge zuil, zijn bloemen gelegd. De zuilen, op het centrale stuk na, stellen elk een slachtoffer voor. Grote voor volwassenen, kleine voor kinderen.

Leed zwaar
Voor Selly is het leed nog net zo zwaar als dertig jaar geleden. “We missen je zus, zoveel, zoveel,” snikt ze terwijl ze een bloem legt bij de zuil met de naam Elisabeth Asaiti. Elisabeth is met haar drie kinderen door de militairen omgebracht. Majo Ajintoena staat bij de zuil van zijn vader. Hij heeft een groot aantal familieleden verloren. “Iwan Ajintoena is mijn vader. Hij had ook twee dochters. Een hebben ze met al haar vijf kinderen vermoord. Mijn andere zus kon met haar twee baby's het bos invluchten. Ze hebben het gered en konden Frans-Guyana bereiken. Mijn familie was groot. Maar den kir’ den. Kijk hoeveel Ajintoena's hier liggen.”

Op 29 november 1986 zijn tijdens de Binnenlandse Oorlog, militairen het dorpje in Marowijne, enkele kilometers van Albina verwijderd, binnengevallen. Het Nationaal Leger, onder leiding van Desi Bouterse, nu president, was al een jaar oorlog aan voeren tegen het Jungle Commando, onder leiding van Ronnie Brunswijk, nu zakenman en politicus. De militairen zouden op zoek zijn geweest naar de guerrillaleider die zich volgens hun informatie in het dorp bevond. Er volgde een bloedbad. Mannen, kinderen, vrouwen, ook zwangere, zijn door militaire kogels en messen op gruwelijke wijze om het leven gebracht. Velen zijn het bos ingevlucht.

Na een tocht van dagen door het oerwoud hebben zij de grens overgestoken naar Frans-Guyana. Dit drama heeft een vluchtelingenstroom naar het buurland veroorzaakt. Duizenden zijn opgevangen in vluchtelingenkampen.

Onderzoek en berechting
De regering is in 2005 door het Inter Amerikaans Hof van Mensenrechten veroordeeld voor de moorden. Het vonnis is gedeeltelijk uitgevoerd. “Aan de wederopbouw wordt er gewerkt. De compensatie van US$ 13.000 aan de nabestaanden is bijna afgerond,” deelt André Ajintoena, voorzitter van Moiwana ’86 mee. “Dat van de excuses is ook al gedaan.” President Ronald Venetiaan heeft in 2006 de excuses namens de Staat aangeboden. “Maar het is nu meer dan hoogtijd dat het onderzoek komt. Dat is heel erg belangrijk voor ons. We moeten weten waarom dit gebeurd is. We willen ook dat degenen die dit hebben gedaan gestraft worden.”

Ajintoena geeft aan dat de nabestaanden de stoffelijke resten die waren meegenomen voor onderzoek, terug willen hebben. “Dit is nodig zodat wij ze behoorlijk kunnen begraven en zodat er een stukje onrust weggemaakt wordt", geeft hij aan. Selly doet een kaars aan voor haar zus. “Ik was in de stad toen het gebeurde. Ik ben ze na het gebeurde komen zoeken. Men zei dat de lijken naar Moengo zijn gebracht, maar daar is het lijkenhuis afgebrand. Ik wist niet waar verder te kijken...” Selly geeft aan dat de familie nog zwaar gebukt gaat onder het verdriet. “30 jaar is heel lang. Maar zoiets vergeet je nooit. Mijn zus, mij neefje, mijn nichtje...ik heb ze niet kunnen begraven. Deze pijn gaan we dragen zolang we leven.”

René Gompers