Column: Onze erfenis
08 Oct 2012, 13:30
foto
Stephan Small


Afgelopen vrijdag sprak professor Stephen Small zijn oratie uit bij de aanvaarding van de positie als bijzonder hoogleraar Nederlands Slavernijverleden en erfenis aan de Universiteit van Amsterdam.
Het was een gedenkwaardige bijeenkomst en wel om meerdere redenen.

Het was een drukke bijeenkomst met 250 mensen. Veel leiders van de meest uiteenlopende zwarte organisaties waren komen luisteren naar wat Small te vertellen had en om kennis te maken met de professor.

Zijn verhaal had een aantal opmerkelijke high lights.
Het eerste is dat in tegenstelling tot veel onderzoek naar het slavernijverleden hij zich voor een groot deel richt op de erfenis van dat verleden in het heden. Honderden jaren lang was 'indeling op basis van ras' het principe waarop de samenleving in de Nederlandse koloniën was ingericht. Racistische ideeën zijn geïnstitutionaliseerd en vastgelegd in politiek, economie en samenleving. Lang na de afschaffing van de slavernij is het idee van witte superioriteit vastgelegd in allerlei onderdelen van de samenleving. De keerzijde daarvan is het gevoel van zelfvernedering, zelfhaat en 'mental slavery' bij de gekoloniseerden. Ook dat is geïnstitutionaliseerd in allerlei delen van de koloniale samenleving, zelfs na de onafhankelijkheid van Suriname. Met verwijzing naar Bob Marley’s lied 'Redemption Song' en aanhaling van de strofe 'Emancipate yourself from mental slavery' maakt hij duidelijk dat geschiedschrijving van slavernij en haar erfenis niet alleen een academisch onderwerp is, maar deel is van sociale strijd die tot de dag van vandaag doorgaat.

Dit onderwerp is taboe in de Surinaamse geschiedschrijving. Small doorbreekt taboes. Dat geld ook voor andere onderwerpen zoals herstelbetalingen. Small zet dat onomwonden op de onderzoeksagenda. Small geeft het voorbeeld van herstelbetalingen die uitbetaald zijn aan de slavendrijvers in Engeland bij de afschaffing van slavernij. Net als in Suriname hebben zij geld ontvangen als compensatie voor het verlies dat zij hebben geleden doordat hun misdaad was gestopt. Beschaafde naties compenseren de slachtoffers van een misdaad. Onbeschaafde naties compenseren de daders. In Engeland is uitgebreid onderzocht wie deze mensen zijn, waar ze woonden en wat ze met het geld hebben gedaan. Hij pleit ervoor om een soortgelijk onderzoek te doen in Nederland. Wat is er gebeurd met het geld dat de slavendrijvers hebben ontvangen als herstelbetaling? De Afrikanen die tot slaaf waren gemaakt hebben - net als in Engeland - geen cent herstelbetalingen ontvangen.

Small wil ook dat in kaart wordt gebracht welke bedrijven, die vandaag nog bestaan, geld hebben verdiend aan de misdaad van slavernij. Armand Zunder heeft dat voor een deel gedaan, maar er ligt nog veel werk dat gedaan moet worden. In Amerika heeft dit soort onderzoek geleid tot rechtszaken tegen bedrijven die rijk zijn geworden aan misdaden tegen de menselijkheid.
Witte koloniale historici en de door hen getrainde Uncle Tom’s wagen zich niet aan dit soort thema’s.

De professor vestigt ook de aandacht op twee soorten wetenschappelijk onderzoek: onderzoek dat plaatsvindt vanuit academische instituten (universiteiten) en onderzoek dat buiten deze instituten wordt gedaan door intellectuelen vanuit de zwarte gemeenschap zelf. De meeste zwarte academici in Nederland werken niets eens op universiteiten. Hij put uit ervaringen in o.a. de Verenigde Staten waar een wetenschapper als W.E.B. du Bois belangrijk kritisch werk heeft gepubliceerd maar decennialang genegeerd is door witte sociologen. Nu heeft een top universiteit als Harvard een groot onderzoekscentrum dat naar hem genoemd is en zijn werk presenteert als een model van kwalitatief hoogwaardig wetenschappelijk onderzoek. Wat gisteren nog onmogelijk leek, is vandaag vanzelfsprekend en wat vandaag onmogelijk lijkt, kan morgen vanzelfsprekend zijn.

In zijn presentatie gebruikt Small zwarte muziek om te laten zien hoe kritische kennis in populaire cultuur vertaald wordt. Slavernijverleden is niet alleen een aangelegenheid van academici. Het is vooral een aangelegenheid van de nazaten die hun gevoel en verwerking van dat verleden op indringende wijze vertalen in cultuur.

Small pleit voor internationaal vergelijkend onderzoek. Suriname kent geen documenten van tot slaaf gemaakten. Nederlandse slavenhouders in Suriname en Nederland, waaronder het Koninklijk Huis, hebben één van de meest wrede systemen geïntroduceerd in Suriname. In Amerika is het aantal Afrikanen bij de afschaffing van slavernij gegroeid. In de Britse Caraïben is dit aantal gedaald met 50%. In de Nederlandse koloniën met 90%. Dat zegt veel over de wreedheid van het Nederlands kolonialisme.
In Suriname en de Antillen zijn er geen of amper persoonlijke getuigenissen opgetekend door de tot slaaf gemaakten. Wat voelde de man of vrouw die tot slaaf werd gemaakt? Wat dachten een vader of moeder als ze zagen dat hun tienjarig dochtertje tegen de avond werd weggevoerd door een volwassen witte pedofiel, die haar als bezit had en met haar kon doen wat hij wilde? Wat ging er door hen heen en wat heeft dat klein meisje meegemaakt? Als mens kunnen we ons geheel inleven in de wanhoop, woede en frustratie van de ouders en de angsten van dat klein meisje. Maar schriftelijke getuigenissen zijn er in Suriname niet vanwege de wreedheid van het Nederlands kolonialisme dat verbood dat slaven mochten lezen of schrijven.
In de Verenigde Staten zijn er honderden persoonlijke getuigenissen die na de afschaffing van slavernij zijn gepubliceerd door vrijgemaakte Afrikanen. Die getuigenissen geven ons een inkijk in de gevoelens van zwarte mensen die tot slaaf waren gemaakt. Small pleit ervoor om dat soort getuigenissen op te nemen in Surinaams onderzoek naar wat slavernij heeft betekent. Er is geen enkele reden om aan te nemen dat de zwarte mens in Suriname andere menselijke gevoelens had dat de zwarte mens in de Verenigde Staten.

De oratie van Small bevat enorm veel inzichten en praktische tips over hoe toekomstig onderzoek moet worden uitgevoerd. Zijn verhaal is geworteld in zowel een brede internationale academische persoonlijke ervaring (Frankrijk, Brazilië, Engeland, Amerika, het Caraïbische gebied – de man spreekt vloeiend Frans, Spaans, Portugees, Engels en een goed beetje Nederlands) en een lange traditie van zwarte onderzoekers in Engeland en Amerika.
In Suriname is ons blikveld beperkt geweest tot wat de witte koloniale professoren in Nederland te melden hebben, en dat is niet veel meer dan dat het wel meeviel met slavernij in de Nederlandse koloniën.

Aanstaande vrijdag vanaf 17.00 uur zal de oratie van Small te downloaden zijn via de website van het International Institute for Scientific Research www.iisr.nl.

Op maandag 15 oktober begint in Suriname een symposium over geschiedschrijving in Suriname. Ik zou aanvankelijk een presentatie houden over twee stromingen in de Surinaamse geschiedschrijving. Helaas lukt het me niet om naar Suriname af te reizen. De presentatie zal echter vanaf vrijdag 17.00 uur ook te downloaden zijn via de website van IISR.

Sandew Hira