De Nationale Assemblee behoort de plaats te zijn waar ideeën botsen, niet waar mensen elkaar proberen te intimideren. Toch lijken sommige recente debatten in het Surinaamse parlement steeds vaker te ontsporen in persoonlijke aanvallen, beschuldigingen en uitspraken die eerder passen bij een straatruzie dan bij het hoogste democratische orgaan van het land. Dat zou iedere burger zorgen moeten baren.

Politiek mag scherp zijn. Sterker nog, een levendige democratie heeft behoefte aan kritische volksvertegenwoordigers die elkaar uitdagen, bevragen en ter verantwoording roepen. Maar er is een fundamenteel verschil tussen een stevig debat en een sfeer waarin emoties de overhand krijgen en politieke tegenstanders worden behandeld als vijanden die moeten worden vernederd of monddood gemaakt.

Wie de recente vergaderingen van DNA heeft gevolgd, kan moeilijk ontkennen dat de toon van het debat steeds vaker belangrijker lijkt te worden dan de inhoud. Discussies over economische problemen, bestuurlijke vraagstukken en maatschappelijke uitdagingen verdwijnen naar de achtergrond, terwijl persoonlijke verwijten en onderlinge vetes de aandacht opeisen. Het gevolg is dat burgers niet langer zien hoe oplossingen worden gezocht, maar hoe politici elkaar bestrijden. Dat is niet alleen schadelijk voor het imago van het parlement; het is ook schadelijk voor de democratie zelf.

Bijzonder zorgwekkend wordt het wanneer uitspraken worden gedaan die als dreigend of intimiderend kunnen worden ervaren. Dergelijke uitlatingen juridisch gezien als bedreiging kwalificeren, is uiteindelijk aan deskundigen en eventueel de rechter. Maar politiek gezien zou de norm veel hoger moeten liggen. Volksvertegenwoordigers dragen immers een voorbeeldfunctie. Hun woorden hebben gewicht. Wat zij zeggen, beïnvloedt niet alleen het debat in DNA, maar ook de manier waarop burgers met elkaar omgaan.

Wanneer parlementariërs elkaar met harde, respectloze of dreigende taal benaderen, geven zij impliciet het signaal af dat dit acceptabel gedrag is. Daarmee wordt de polarisatie verder aangewakkerd en neemt het vertrouwen in democratische instellingen af. In een tijd waarin de samenleving juist behoefte heeft aan verbinding en vertrouwen, is dat een gevaarlijke ontwikkeling.

Sociale media maken het probleem nog groter. Een emotionele uitbarsting, een scherpe belediging of een controversiële uitspraak gaat binnen enkele minuten viraal. Een degelijk inhoudelijk betoog over economische hervormingen, onderwijsverbetering of versterking van de rechtsstaat, krijgt daarentegen vaak nauwelijks aandacht. Politiek dreigt zo te veranderen in een strijd om likes, views en krantenkoppen, terwijl de echte problemen van het land blijven liggen.

Dat betekent niet dat emoties geen plaats hebben in de politiek. Integendeel. Verontwaardiging over onrecht, betrokkenheid bij burgers en passie voor idealen zijn juist eigenschappen die kiezers mogen verwachten van hun vertegenwoordigers. Maar emoties mogen nooit een excuus worden voor een gebrek aan zelfbeheersing. De kracht van een politicus wordt niet gemeten aan het volume van zijn stem, maar aan de kwaliteit van zijn argumenten.

Daarom verdient één waarheid bijzondere aandacht: beschaving is niet te koop. Onderwijs wordt niet gekocht, maar ontstaat uit vorming, discipline en ontwikkeling. Diploma’s kunnen worden behaald, titels kunnen worden verkregen en functies kunnen worden toegewezen, maar karakter laat zich niet certificeren. Respect, wijsheid en zelfbeheersing worden juist zichtbaar op momenten van spanning en conflict. Juist dan wordt duidelijk wie werkelijk leiding kan geven.

Ook de leiding van De Nationale Assemblée draagt hierin een zware verantwoordelijkheid. De voorzitter moet niet alleen de spreektijd bewaken, maar ook de waardigheid van het parlement beschermen. Wanneer grenzen worden overschreden, moet worden ingegrepen. Niet om kritische meningen te onderdrukken, maar om ervoor te zorgen dat het debat binnen de grenzen van respect en democratische normen blijft.

Suriname staat voor uitdagingen die te groot zijn om te verspillen aan politieke toneelstukken. De economische ontwikkeling, het herstel van vertrouwen in de overheid, de versterking van de rechtsstaat en de verbetering van de levensomstandigheden van burgers vragen om visie, daadkracht en samenwerking. De samenleving heeft weinig aan ruzies die vooral goed zijn voor de camera.

De vraag is daarom niet of politici het met elkaar eens moeten zijn. Dat hoeven zij niet. De vraag is of zij bereid zijn elkaar als democratische tegenstanders te blijven behandelen in plaats van als persoonlijke vijanden.

Een parlement dat respect uitstraalt, versterkt de democratie. Een parlement dat vervalt in dreigementen, intimidatie en persoonlijke vetes, ondermijnt haar van binnenuit. Die keuze ligt uiteindelijk bij de volksvertegenwoordigers zelf. Zij zijn immers niet alleen gekozen om het volk te vertegenwoordigen, maar ook om het goede voorbeeld te geven.

R.A. Boldewijn, LBB