De consumentenprijzen zijn in juni opnieuw gestegen. Volgens voorlopige cijfers van het Algemeen Bureau voor de Statistiek (ABS) bedroeg de maandinflatie 1,2 procent, terwijl de inflatie over de afgelopen twaalf maanden uitkwam op 10,5 procent. Vooral de prijzen van groenten en fruit, vlees en brood liepen verder op.

Uit de cijfers blijkt dat de grootste prijsstijgingen binnen de voedingsmiddelen werden geregistreerd bij groenten en fruit, die in één maand tijd 7,8 procent duurder werden. Vergeleken met juni vorig jaar liggen de prijzen in deze productgroep zelfs 32,5 procent hoger.

Ook vlees en vleesproducten stegen fors in prijs. Ten opzichte van mei werd een stijging van 4,9 procent gemeten, terwijl deze producten op jaarbasis 16,6 procent duurder zijn geworden. Daarnaast steeg de prijs van brood en granen met 4,7 procent in één maand en met 6,5 procent ten opzichte van een jaar eerder.

Verder noteerde het ABS prijsstijgingen bij onder meer:
● overige voedingsmiddelen en niet-alcoholische dranken (+1,6 procent in juni);
● dranken buitenshuis (+1,2 procent);
● maaltijden buitenshuis (+0,5 procent).

Daartegenover stond dat suiker en suikerproducten de enige voedingscategorie was die goedkoper werd. De prijzen daalden in juni met 0,7 procent ten opzichte van mei en liggen ook iets lager dan een jaar geleden.

Op het niveau van de twaalf hoofdgroepen van de consumentenprijsindex steeg de categorie Voeding en niet-alcoholische dranken het sterkst, gevolgd door Alcoholische dranken en tabak, Woninginrichting en Buitenshuis eten. Gezondheidszorg en transport bleven in juni vrijwel stabiel.

Het ABS merkt op dat de inflatie van 10,5 procent een gemiddelde is van een pakket van 316 goederen en diensten. Achter dat gemiddelde gaan grote verschillen schuil. Individuele producten lieten prijsbewegingen zien die uiteenliepen van 39 procent goedkoper tot 600 procent duurder. De metingen worden niet gedaan in Marowijne, Brokopondo en Sipaliwini waar de prijzen vele malen hoger zijn.