De kantonrechter heeft het verzoek van de N.V. Energie Bedrijven Suriname (EBS) om de arbeidsovereenkomst met werknemer en vakbondsleider Marciano Hellings te ontbinden afgewezen. Daarmee krijgt EBS opnieuw geen toestemming om Hellings uit dienst te verwijderen. Het vonnis op schrift is vandaag beschikbaar gesteld. 

De zaak is het voorlopig nieuwste hoofdstuk in een slepend conflict tussen de directie van EBS en Hellings, die sinds 2011 werkzaam is bij het staatsbedrijf en tevens voorzitter is van de werknemersorganisatie OWOS. De spanningen liepen de afgelopen jaren meerdere keren hoog op en leidden tot disciplinaire maatregelen, schorsingen, vakbondsacties en juridische procedures.

In juli 2025 werd Hellings op staande voet ontslagen door de EBS-directie. Aanleiding waren volgens de directie verschillende Facebookberichten en publieke uitlatingen waarin scherpe kritiek werd geuit op de leiding van het bedrijf, in het bijzonder algemeen directeur Leo Brunswijk. In één van die berichten sprak Hellings over “deze clown”, wat volgens de directie als grove belediging werd gezien. 

De Arbeidsinspectie tekende echter bezwaar aan tegen het ontslag. Volgens de dienst waren de gewraakte uitspraken gedaan in Hellings’ rol als vakbondsvoorzitter en niet als gewone werknemer. Daarbij werd benadrukt dat vakbondsactiviteiten en meningsuiting binnen dat kader extra bescherming genieten. 

Ook de Ontslagcommissie wees het verzoek van EBS om een ontslagvergunning af. De commissie oordeelde dat de door de werkgever aangevoerde ontslaggronden onvoldoende aannemelijk waren gemaakt om beëindiging van het dienstverband te rechtvaardigen.

EBS legde zich daar niet bij neer en stapte vervolgens naar de kantonrechter met het verzoek de arbeidsovereenkomst alsnog te ontbinden. Volgens EBS was de vertrouwensrelatie ernstig verstoord geraakt door gedragingen, uitlatingen op sociale media en vermeende werkgerelateerde incidenten.

Uit het vonnis blijkt echter dat de kantonrechter verschillende onderdelen van het dossier kritisch heeft beoordeeld. Een deel van de aangehaalde incidenten lag volgens de rechter te ver terug in de tijd of was eerder al onderwerp van procedures en bemiddeling geweest. Daarnaast stelde de rechter vast dat niet alleen Hellings, maar ook EBS zelf een rol heeft gespeeld in de escalatie van het conflict.

De rechter wees erop dat EBS in de afgelopen periode meerdere maatregelen nam die invloed hadden op de arbeidsrelatie, waaronder functiewijzigingen, disciplinaire stappen, toegangsbeperkingen en schorsingen. Volgens het oordeel van de kantonrechter kan de ontstane situatie daarom niet uitsluitend aan Hellings worden toegeschreven.

Verder werd meegewogen dat Hellings al ongeveer vijftien jaar in dienst is bij EBS, over technische expertise beschikt en een belangrijke positie binnen de werknemersorganisatie inneemt. Volgens de rechter is onvoldoende aangetoond dat sprake is van een zodanig dringende reden dat voortzetting van de arbeidsovereenkomst onmogelijk zou zijn.

De kantonrechter concludeerde uiteindelijk dat ontbinding van de arbeidsovereenkomst niet gerechtvaardigd is. Het verzoek van EBS werd afgewezen, terwijl het staatsbedrijf daarnaast is veroordeeld tot betaling van de proceskosten.

Met deze uitspraak krijgt Hellings opnieuw juridisch gelijk in het conflict met de EBS-directie. De zaak onderstreept tegelijk de gespannen verhouding die al geruime tijd bestaat tussen de vakbond OWOS en de leiding van het staatsbedrijf.