De inflatie in Suriname is in december 2025 uitgekomen op 11,4 procent op jaarbasis. Dat blijkt uit voorlopige cijfers van de Stichting Algemeen Bureau voor de Statistiek (ABS). In vergelijking met november 2025 zijn de consumentenprijzen in december gemiddeld met 0,4 procent gestegen. Hoewel de inflatie lager ligt dan in de piekjaren 2021–2023, blijft het prijsniveau hoog en voelen huishoudens de druk op hun koopkracht nog steeds sterk. 

Uit de indexcijfers blijkt dat vooral voeding, huisvesting en nutsvoorzieningen en gezondheidszorg belangrijke bijdragen blijven leveren aan de inflatie. De kosten voor gezondheidszorg laten op jaarbasis zelfs een zeer sterke stijging zien, terwijl ook uitgaven voor eten buitenshuis en alcoholische dranken en tabak fors zijn toegenomen. 

Daartegenover staan enkele productgroepen, zoals vruchten en groenten, waar in december juist een lichte prijsdaling werd gemeten. Dit is echter geen structurele verlichting omdat andere basisgoederen duur blijven.

Grote verschillen achter het gemiddelde
Het ABS wijst erop dat de inflatie een gewogen gemiddelde is en niet altijd overeenkomt met wat consumenten individueel ervaren. In december 2025 varieerden de prijsbewegingen van afzonderlijke producten tussen -49 procent en +600 procent. Over de periode januari 2024 tot en met december 2025 liepen deze uitschieters zelfs uiteen van -67 procent tot +600 procent. Dat verklaart waarom veel huishoudens aangeven dat het leven duurder aanvoelt dan het officiële inflatiecijfer suggereert, vooral bij dagelijkse boodschappen en vaste lasten.

Minder inflatie, maar geen koopkrachtherstel

Hoewel de inflatie duidelijk is afgenomen ten opzichte van eerdere jaren, betekent dit niet automatisch dat de koopkracht herstelt. De prijzen blijven stijgen, zij het in een lager tempo, terwijl lonen en inkomens voor grote groepen de stijging niet bijhouden.