Waarom DNA niet mag slapen terwijl de toekomst wordt verkocht

In de schaduw van de politieke debatten in De Nationale Assemblée (DNA), tussen geruzie over alledaagse aangelegenheden en de waan van de dag, voltrekt zich een stil en beslissend drama voor de toekomst van Suriname. De ontdekking van aanzienlijke olie- en gasvoorraden voor onze kust heeft ons land niet alleen op de geopolitieke kaart gezet, maar ook in het vizier gebracht van internationale mogendheden en multinationals. Het grootste gevaar schuilt niet in de hebzucht van buitenstaanders, maar in het fundamentele tekort aan kennis, kunde en kritisch vermogen binnen het belangrijkste controlerende orgaan van ons land: het parlement zelf. De soevereiniteit die we vrezen te verliezen aan buitenlandse machten, glipt al lang weg door de vingers van een politieke klasse die niet is toegerust voor de complexiteit van de 21e eeuw.

De geschiedenis is meedogenloos voor grondstofrijke landen in ontwikkeling. De zogenoemde resource curse is geen natuurwet, maar een politieke ziekte. Zij treft landen waar instituties zwak zijn, transparantie gering is en parlementaire controle gebrekkig. Of het nu gaat om Guyana’s en Venezolaanse olie of Bolivia’s gas: het patroon is identiek. Enorme rijkdommen vloeien binnen, maar verdwijnen in de zakken van een kleine elite, terwijl corruptie floreert, democratie verschraalt en de bevolking achterblijft in armoede. De vraag is niet óf Suriname met deze druk te maken krijgt – die is er al – maar of ons parlement de kracht, kennis en onafhankelijkheid heeft om als effectieve buffer te fungeren.

En hier wringt de schoen. Het onderhandelen over productiedelingscontracten, het begrijpen van fiscale stabiliteitsclausules, het beoordelen van milieu-impactrapporten van diepzeeboringen en het monitoren van geavanceerde financiële stromen vereisen gespecialiseerde expertise. Het vraagt om een parlement dat meer is dan een podium voor partijpolitiek. Het vereist leden die zelfstandig, met behulp van een professionele en goed gefinancierde ondersteuningsstaf, de vaak honderden pagina’s tellende technische documenten kunnen doorgronden. Kan het gemiddelde DNA-lid, hoe oprecht zijn of haar intenties ook zijn, werkelijk beoordelen of een bepaling over ‘cost oil recovery’ of ‘dispute settlement via internationale arbitrage’ in het belang van Suriname is, of een geopolitieke valstrik vormt?

Het antwoord is ongemakkelijk, maar moet luid en duidelijk zijn: nee, in de huidige opzet niet. Te vaak is het controlerende orgaan een verlengstuk geworden van de uitvoerende macht, afhankelijk van de informatie – en dus het narratief – dat de regering zelf aanreikt. Er wordt gestemd op basis van fractiediscipline, niet op basis van inhoudelijk en onafhankelijk onderzoek. Deze kennisachterstand is geen persoonlijk falen, maar een systemisch en institutioneel defect. In een tijdperk waarin de strijd om grondstoffen de nieuwe koloniale frontier is, bewapenen onze tegenstanders – grote oliebedrijven en de diplomatieke diensten van hun thuislanden – zich met legers van juristen, geologen en economen. Wij sturen een onderbemand parlementslid of minister met een samenvatting van het nieuws van de dag.

De gevolgen van deze asymmetrie zijn niet abstract. Zij bepalen of Suriname over twintig jaar een welvarende, duurzame natie is, of een uitgeput, ecologisch beschadigd land met een lege staatskas en volkswoede. Een slecht onderhandeld contract kan ervoor zorgen dat de winst uit onze eigen bodem voor tientallen jaren grotendeels naar aandeelhouders in het buitenland vloeit. Een zwakke milieubepaling kan leiden tot een ecologische ramp die onze visserij en kust vernietigt. Een gebrek aan transparantie over betalingen aan de staat voedt corruptie en ondermijnt het sociaal contract.

De oplossing begint met de erkenning van het probleem. Suriname moet dringend investeren in parlementaire capaciteitsopbouw. Dit betekent:
1. De instelling van een permanent, onafhankelijk en multidisciplinair expertisebureau voor DNA, bemand met topjuristen, energie-economen, milieuwetenschappers en data-analisten.

2. Verplichte, diepgaande technische briefings voor alle DNA-leden over grote grondstofcontracten, gegeven door onafhankelijke experts, vóór een stemming.

3. Het actief gebruikmaken van het recht op onderzoek om niet alleen reactief te controleren, maar proactief beleid en verdragen te toetsen.

4. Volledige en actieve openbaarmaking van alle contracten, concessies en betalingen, zodat ook academici, media en het maatschappelijk middenveld hun controlerende rol kunnen vervullen.

Onze olie en gas zijn geen zegen op zich. Het zijn teststoffen. Zij testen de volwassenheid van onze democratie, de kracht van onze instituties en de wijsheid van onze leiders. Het parlement mag niet langer de slapende wacht zijn terwijl de fundamenten van onze toekomst worden verhandeld. De tijd van algemene politieke praatjes is voorbij. Er is een Republiek te redden, en dat begint met een parlement dat eindelijk doet waarvoor het is gekozen: controleren, met kennis van zaken en met het soevereine belang van generaties Surinamers als enige kompas.

Colvin Overdiep