Silvana Afonsoewa, voorzitter commissie van rapporteurs.
De commissie van rapporteurs van De Nationale Assemblee, onder voorzitterschap van Assembleelid Silvana Afonsoewa (NDP), heeft een uitvoerige behandeling gehouden over de nadere wijziging van de Wet Arbeidsadviescollege (AAC). Kern van het wetsvoorstel is de verlenging van de zittingstermijn van de leden van het Arbeidsadviescollege van twee naar vijf jaar. De vergadering wordt donderdag voortgezet.

Afonsoewa schetste het belang van het AAC als tripartiet adviesorgaan waarin overheid, werkgevers en werknemers samenkomen. Zij benadrukte dat het college een sleutelrol speelt bij sociaal overleg en arbeidsbeleid. Volgens Afonsoewa is de huidige zittingstermijn van twee jaar in de praktijk te kort om continuïteit, deskundigheidsopbouw en institutioneel geheugen te waarborgen. De voorgestelde verlenging naar vijf jaar moet volgens haar bijdragen aan stabiliteit, effectiviteit en kwalitatief betere advisering, zeker in een periode waarin grote economische en arbeidsmarkthervormingen op stapel staan. Zij haalde aan dat in de praktijk de leden ook veel langer dan twee jaren aanzitten. 

Chuanrui Wang (VHP) stelde dat de voorgestelde verlenging van de zittingstermijn van het AAC van twee naar vijf jaar weliswaar bedoeld is om continuïteit te bevorderen, maar onvoldoende is onderbouwd. Hij waarschuwde dat een langere termijn zonder tussentijdse evaluatie, duidelijke prestatiecriteria en verantwoording aan De Nationale Assemblée kan leiden tot stagnatie in plaats van beter functioneren. Volgens hem worden structurele problemen zoals beperkte capaciteit en opvolging van adviezen niet opgelost door enkel de zittingsduur te verlengen.

Kritische vragen over onderbouwing
Jennifer Vreedzaam (NDP) onderstreepte het belang van goed bestuur, transparantie en verantwoording, maar plaatste kritische kanttekeningen bij de gekozen oplossing. Zij stelde dat onvoldoende is gemotiveerd waarom precies vijf jaar nodig is en wees erop dat de bestaande wet al ruimte biedt voor uitzonderingen en herbenoeming. Volgens haar dreigt continuïteit zonder toetsing te leiden tot stagnatie, zeker wanneer evaluatiemomenten en prestatiecriteria ontbreken.

Claudie Sabajo (NDP) benadrukte dat het Arbeidsadviescollege zelf heeft aangegeven dat twee jaar te kort is om adviezen goed uit te werken. Een langere termijn zou zorgen voor minder wisselingen, lagere administratieve lasten en meer inhoudelijke verdieping. Tegelijk vroeg zij de regering om duidelijkheid over welke adviezen het college in de afgelopen jaren heeft uitgebracht en wat daarmee is gedaan.

Representativiteit onder vuur
Mahinder Jogi (VHP) richtte zich vooral op de samenstelling en representativiteit van het AAC. Hij vroeg zich af of alle groepen in de samenleving – zoals werknemers in de informele sector, kleine ondernemers en niet-georganiseerde arbeiders – voldoende worden vertegenwoordigd. Volgens hem is de voorgestelde wijziging te marginaal en zou de regering moeten overwegen het wetsvoorstel te verbreden of terug te brengen voor een grondigere herziening.

Edgar Sampie (ABOP) koppelde de wetswijziging nadrukkelijk aan de komst van de olie- en gassector. Hij stelde dat Suriname, mede gelet op internationale arbeidsverdragen, moet beschikken over een krachtig, onafhankelijk en goed uitgerust Arbeidsadviescollege. Zonder voldoende middelen en bevoegdheden dreigt het college volgens hem een “tijger zonder tanden” te worden.

Aansluiting bij regeerperiode
Jeffrey Lau (NPS) wees erop dat geen enkele arbeidswet in behandeling wordt genomen zonder advies van het AAC. Volgens hem sluit een zittingstermijn van vijf jaar beter aan bij de regeerperiode en biedt deze ruimte voor middellange termijnplanning en zichtbare beleidsresultaten. Hij gaf aan dat het college zelf heeft aangegeven dat vijf jaar als werkbaar wordt beschouwd.

Hoewel er brede consensus bestaat over het belang van het AAC verschillen de meningen over de vraag of een langere zittingstermijn volstaat, of dat eerst een bredere evaluatie van de wet, de samenstelling en de werking van het college nodig is.

De behandeling van de nadere wijziging van de Wet Arbeidsadviescollege wordt donderdag voortgezet. Dan komen aan het woord leden buiten de commissie van rapporteurs.