Onder grote publieke belangstelling is dinsdag de hoger beroepzaak rond de gebeurtenissen in Pikin Saron hervat. De vijf mannen die in deze zaak terechtstaan, verschenen voor het Hof nadat zij op 9 december vorig jaar, na maanden van detentie, in voorlopige vrijheid waren gesteld. Hofpresident Alida Johanns had hen daarbij uitdrukkelijk opgedragen om bij iedere zitting aanwezig te zijn.

Tijdens de zitting werd een begin gemaakt met het verdachtenverhoor en werd één politiegetuige gehoord. De mannen zijn in eerste aanleg veroordeeld tot acht jaar gevangenisstraf en worden beschuldigd van maar liefst achttien strafbare feiten, waaronder opzettelijke brandstichting, beroving, afpersing, mishandeling, ontvoering en poging tot doodslag. Eén van de verdachten, M.M., wordt daarnaast vervolgd voor illegaal wapenbezit en munitie.

Een belangrijk twistpunt tijdens de zitting was de vermeende vuurwapenvergunning van M.M. Zijn raadsman, advocaat Milton Castelen, stelde dat voor Inheemse dorpshoofden een speciale vergunningsprocedure geldt. Volgens de verdediging beschikte M.M. wel degelijk over een vergunning, maar was deze administratief niet geregistreerd in het automatiseringsbestand van het Korps Politie Suriname.

De gehoorde politiegetuige bevestigde dat zo’n bijzondere procedure bestaat, maar bracht daar een cruciale nuance in aan. De verdachte zou de vergunning nooit persoonlijk hebben opgehaald. “Pas na het ophalen wordt de vergunning gedateerd en treedt zij in werking. In dit geval was het wapen dus niet gedekt,” verklaarde de agent.

Daarna werden de verdachten G.Z. en M.R. langdurig ondervraagd. G.Z., zelf ook dorpshoofd, ontkende met klem alle aantijgingen. Hij erkende dat hij op 2 mei 2023 in Pikin Saron aanwezig was, maar stelde dat het ging om een aangekondigde vreedzame protestactie. Zijn rol zou beperkt zijn geweest tot het te woord staan van de pers. Toen het protest volgens hem uit de hand liep, probeerde hij zich terug te trekken.

Hij verklaarde in een voertuig te zijn gestapt, niet zijn eigendom, om richting Bigi Poika te rijden. Wie er verder in de auto zaten, wist hij naar eigen zeggen niet precies. Onderweg zou de politie het vuur hebben geopend. “Ik mag blij zijn dat ik vandaag nog leef. Ik had hier niet meer hoeven staan,” zei G.Z. zichtbaar geëmotioneerd tegen het Hof.

Ook M.R. gaf een uitvoerige lezing van de achtergronden van het conflict. Volgens hem ligt de kern van de zaak bij de spanningen rond goudwinning en grondrechten. Gemeenschapsbos zou in concessie zijn uitgegeven aan Grassalco, terwijl Inheemse bewoners al jarenlang in dat gebied goud winnen om in hun levensonderhoud te voorzien. Aanvankelijk werd dat gedoogd, maar later moesten zij plaatsmaken voor derden “met veel geld”. Daarbij zouden werktuigen zijn vernield en bewoners hardhandig zijn behandeld door beveiliging.

Volgens M.R. waren de protesten van 2 mei 2023 het gevolg van jarenlang “pestgedrag” en frustratie. De verdachten betwisten bovendien de juistheid van verklaringen die de politie zegt van hen te hebben ontvangen.

Om te voorkomen dat de zaak verzandt in een uitputtend en langdurig verhoor, besloot hofpresident Johanns het verdachtenverhoor te schorsen en voort te zetten op 20 januari. De zaak-Pikin Saron blijft daarmee niet alleen juridisch, maar ook maatschappelijk uiterst beladen.