Slavenopstand Curaçao: gevolg van onderdrukking en barbarisme
17 Aug, 14:46
foto


Van 17 augustus 1795  tot 19 september 1795   

Curaçao herdenkt vandaag zijn slavenopstand, onder slavenleider Tula, ook wel bekend als 'Rigaud'. Een naam ontleend  aan de Haïtiaanse vrijheidsstrijder André Rigaud. De opstand van augustus 1795 kostte aan meer dan 27 slaven het leven, en neemt een onvergetelijke plek, de slavernijgeschiedenis van Curaçao. Het duurde echter tot 2010, toen Tula officieel werd erkend als een slavenheld.  

Curaçao heeft net zoals in de rest van de landen in de regio  een periode van slavernij gekend, met wrede behandelingen van slaven, en  onuitwisbare historische trauma's. Dit, allemaal ter wille van een door Nederland ingezette lucratieve slavenhandel, geldzucht, en winstbejag. Anders dan de slavernij in andere gebiedsdelen, was Curaçao meer een handelsknooppunt, een buffer en doorvoerland van slaven voor de regio. De rol van Curaçao als tussenschakel, als transit, kwam omdat het eiland minder geschikt en vruchtbaar bleek te zijn voor landbouw van  koffie of thee, in vergelijking met andere landen zoals Suriname.Veeteelt en wat maisverbouw en voedsel voor de lokale consumptie waren de alternatieven.

Curaçao kende in de periode 1839-1863, naar schatting 13.000 geregistreerde slaven. Dat was een groot verschil met bijvoorbeeld in Suriname, met aan het einde van 1863, ongeveer 33.000 slaven. 
De slavenopstand op Curaçao, duurde  een maand, en begon op het plaatsje 'Kenepa'. Tula's verzet was gericht tegen de wreedheden  en onderdrukking door het koloniale regiem. Tula, had als verzetsleider een redelijke internationale kennis,  was welbespraakte en bekend met de idealen van de Franse revolutie. Hij was goed op de hoogte van  de succesvolle opstand in 1791 van het vroegere "Saint Domingue", het huidige Haïti.  

Met comrades als  Bastiaan Carpata, Louis Mercier en Pedro Wacao, en ondersteund door 40-50 slaven, begon de opmars richting plantage eigenaar, Lodewijk van Uytrecht. Ze eisten meer vrijheid en betere leef- en werkomstandigheden. Van Uytrecht verwees de groep door naar Willemstad. Gaanderweg groeide de opmars tot 2000 slaven, en de opstand duurde een maand.    

Tula toogde met zijn groep naar Willemstad, naar de gouverneur. Pogingen van afgezanten van het koloniale bestuur, en de Koloniale Raad, bleken niet bij machte om de opstand  te bedwingen. Tegen Pater Jacobus Schink, een van de  afgezanten, zei Tula het volgende:  
 […] Heer pater, komen alle mensen niet voort uit Adam en Eva? Heb ik er kwaad aan gedaan dat ik 22 van mijn broeders verlost heb van hun boeien die hun onrechtmatig waren aangedaan? […] Ach Pater, men draagt meer zorg voor een beest: als een beest een been breekt, wordt het genezen.’”

De opstand mislukte uiteindelijk door verraad uit kringen van de plantage-eigenaar Lodewijk van Uytrecht. Tula  werd gedwongen om een valse verklaring af te leggen, dat zijn doel was "om alle blanken uit het eiland uit te roeien".  D.m.v martelingen en toegediende lichamelijke pijnen, werden van Tula verklaringen afgedwongen  over zijn aspiraties van de Franse revolutie en  zijn mogelijke contacten met de leiders van de  succesvolle  opstand in Haïti.   

Het noodlot
Tula werd voor zijn daden en eisen ter dood veroordeeld,  en uiteindelijk onthoofd. Zijn afgescheiden hoofd werd dan samen met dat van enkele medestrijders aan een stok publiekelijk blootgelegd als afschrikmiddel. De rest van het lichaam werd met stenen bezwaard, en samen met dat van Bastiaan Carpata en Pedro Wako in zee geworpen.  

De slavenopstand op Curaçao was weliswaar mislukt, maar zijn effecten hadden een grote impact. Tula's opstand wordt in de curaçaose slavengeschiedenis als een belangrijke drijfveer gezien voor veranderingen in de omstandigheden van slaven, maar veel verandering was er ook weer niet. Het slavenreglement werd  hier en daar wat aangepast, de slaven kregen een vrije zondag, minimale voedsel en maximale werktijden.   

Tula werd bejegend als een moordenaar, een brandstichter en een rebel, voor jaren; een vervalsing van  geschiedschrijving over iemand die  opkwam voor de rechten van slavenarbeiders; Pas in 2010 kreeg Tula erkenning. Tula's strijd aan het eind van de 18de eeuw wordt ook in Nederland eindelijk gezien als een heldendaad, een legitieme strijd voor mensenrechten van slaven.   

De moord van Tula en 27 anderen, de methoden en gruwelijkheden  toegepast destijds door het koloniale regime, was onbeschrijfelijk.  Volgens het internationale recht, handelingen tegen de menselijkheid en volkenmoord. Met de acceptatie van Tula als een nationale held en verzetsstrijder is het te hopen dat de tijd van de slavenperiode kritischer wordt beoordeeld, en helden die gestreden hebben, een toepasselijke plaats krijgen bij gezagsdragers.      

Sardhanand Panchoe
Jurist Internationaalrecht
17 Augustus 2022
Advertenties

Wednesday 30 November
Tuesday 29 November
Monday 28 November