Overdrachtskosten onroerend goed
15 Apr, 18:06
foto
Carlo Jadnanansing


(Aangeboden)

In de praktijk is mij herhaaldelijk de vraag gesteld uitleg te geven over de wijze waarop de overdrachtskosten van onroerend goed worden berekend. In het navolgende heb ik geprobeerd hierover duidelijkheid te verschaffen.

1. Zegelrecht
Het zegelrecht bedroeg in 1946 5% en is daarna enkele malen verhoogd. Het laatst in 2001 tot 7%. Daarnaast is bij S.B. 1982 no. 20 in de Zegelwet een extra heffing geïntroduceerd bekend als de kale grondwaarde (kgw) heffing, die ook beschouwd moet worden als een vorm van zegelrecht. Deze kgw vindt haar basis in het Grondtaxatiebesluit van 1982 (S.B. 1982 no. 13), waar de waarde van de kale grond gedefinieerd wordt als: de waarde van de grond zonder beterschap.
Deze waarde wordt krachtens artikel 2 van het Grondtaxatiebesluit (GTB) vastgesteld door het Taxatie-Instituut (dat slechts op papier bestaat).

Volgens artikel 5 GTB moet bij overdracht cq executie, de waarde van de kale grond worden aangevraagd.  In de praktijk gebeurt dit niet, maar wordt de kgw berekend op basis van tarieven die door M.I. Glis zijn verstrekt, althans door dit instituut worden geaccepteerd. De Glisbewaarder is namelijk tevens de ambtenaar die belast is met de inning van zegelrechten.

De kgw bedraagt volgens het gewijzigde artikel 32 eerste lid van de Zegelwet:
1. Indien het de eerste overdracht na de inwerkingtreding betreft, 5% van de waarde van de kale grond (dit tarief is naderhand verhoogd tot 7%).
2. Indien het betreft een tweede of latere overdracht, 20% van de waardestijging van de kale grond, welke waardestijging wordt berekend t.o.v. de laatste verkrijging.

In de praktijk wordt het zegelrecht alleen geheven over de waarde van de kale grond, aangezien het niet mogelijk is gebleken de waardestijging te bepalen (althans ik heb geen informatie kunnen vinden hierover).
De kgw bedraagt in de praktijk ook 7%, maar niet van de waarde van de grond zoals in de klapper is vermeld, maar van een veel lagere waarde die voor zover ik kon nagaan in 1982 was vastgesteld en daarna op voor mij onduidelijke wijze is aangepast. Maar de bedragen zijn bijna te verwaarlozen. Het laagste bedrag is SRD 3 per m2 (Coronie) en hoogste SRD 7,50 per m2 (Zorg en Hoop). Dus voor een perceel van 1.000 m2 te Zorg en Hoop is de kgw: 1000 x SRD 7,50 x 7% = SRD 525,--. Dus een bijna te verwaarlozen bedrag. Terwijl er in de praktijk veel kleinere percelen zijn met een lagere kgw waarde. Ik ben daarom voorstander van om de kgw heffing af te schaffen.

Opmerking: In het kader van de wijziging van de grondconversiewetgeving is er ook een wetsvoorstel om het zegelrecht, waarbij indien het betreft overdracht door de eigenaar c.q.de titelgerechtigde aan een bloed- of aanverwante tot en met de tweede graad, het bedoeld zegelrecht één tweede procent (1/2 %) van de waarde bedraagt.
 
2. Vergoeding M.I. Gliskantoor
Door het M.I. Gliskantoor wordt een vergoeding gevraagd van 0,5%, van de waarde van het over te dragen perceel inclusief opstallen. De vraag is of deze heffing een wettelijke basis heeft. De M.I. Gliswet moet hiervoor nader bestudeerd worden.

3. Totaal verschuldigde overdrachtskosten

De verschuldigde kosten bedragen:
a. 7% zegelrechten over de waarde.
Deze bestaat voor de grond uit de klapperwaarde vermeerderd met de getaxeerde en door de Glisbewaarder geaccordeerde waarde van de opstallen.

NB: In de praktijk pleegt de bewaarder zich voor de grond te houden aan de klapperwaarde, maar hij is bevoegd daarvan af te wijken daar de klapper geen wettelijke status heeft.
b. 0,5% vergoeding over de bovengenoemde waarde t.b.v. het M.I. Gliskantoor.
c. 7% van de kgw. Zoals ik eerder opmerkte is dit bedrag te verwaarlozen.

d. Notarieel honorarium
Het notarieel honorarium bedraagt maximaal 3% over de bij sub a genoemde waarde.
Het notarieel honorarium is een richttarief van 3%, maar is (evenals Nederland) flexibel. Bij grote transacties kan het zelfs tot ongeveer tot 1% gereduceerd worden.

e. Overige kosten
- Verder moet nog omzetbelasting in rekening gebracht worden en zijn er bureaukosten en kosten voor afschriften.
- Eventueel kosten voor het aanvragen van deviezen-vergunning en/of documenten bij KKF.
Ik laat verder buiten beschouwing het honorarium van de taxateur en de kosten voor het maken van een thans verplichte PerceelsID, aangezien deze technisch gezien niet tot de overdrachtskosten behoren. De taxatiekosten plegen door de koper betaald te worden en kosten voor de PerceelsID door de verkoper.  
Dit betekent dat de overdrachtskosten op minimaal 10% gesteld kunnen worden, maar kunnen oplopen tot tussen de 12 en 13%. Globaal kan gezegd worden dat de overdrachtskosten rond de 12% van de waarde bedragen. Maar dit is bij benadering teneinde de koper een indicatie te geven wat hem te wachten staat.

Het voorstel van een vast tarief in samenwerking tussen de Staat en SNB (Surinaamse Notariële Beroepsorganisatie) is het overwegen waard, maar niet in een oogwenk geregeld.
De informatie heeft mij bereikt dat de overdrachtskosten in Suriname tot de hoogste ter wereld gerekend kunnen worden.
In het Caribisch gebied schijnt het gemiddeld rond de 5% (van de werkelijke waarde) te zijn. Dit betekent dat indien wij grondtransacties willen stimuleren, de kosten drastisch verminderd moeten worden.

Carlo Jadnanansing
Advertenties

Wednesday 28 September
Tuesday 27 September
Monday 26 September