Re-reactie op ‘grondenrechten: Regering na wan wenk’!
26 Jun, 22:26
foto


Mijn artikel is een oproep geweest aan de regering tot beleidswijziging inzake de aanpak van het  grondenrechtenvraagstuk. Dat mr. Patricia Meulenhof, hierna te noemen schrijfster, zich geroepen heeft gevoeld om te reageren en onwaarheden te verkondigen, bevreemdt mij.
Artikel 116¹ GW stelt: De President vormt met de Vice-President en de Raad van Ministers de Regering. Hieruit valt af te leiden dat schrijfster niet behoort  tot de regering, aan wie mijn artikel is gericht. In het Aucaans bestaat er een heel toepasselijk uitdrukking; bay teke. Letterlijke vertaling is overkopen en figuurlijk zichzelf met de haren erbij slepen.

Laat mij benadrukken dat schrijfster op geen enkele wijze betrokken is geweest in het proces dat geleid heeft tot de conceptwet. Zij moet het hebben gehad van waarnemingen op afstand en of van horen zeggen. De verkeerde conclusies die soms gebaseerd zijn op ware hypothesen, getuigen daarom van een hoge mate van naïviteit en onzorgvuldigheid die een academisch geschoolde verkwalijkt moet worden.

Het lijkt mij goed aan te geven dat het geenszins de bedoeling is polemiek te voeren met wie dan ook over dit belangrijk maatschappelijke vraagstuk. De essentie is dat wij als natie het grondenrechtenproblematiek succesvol moeten oplossen ten voordele van land en volk.
Hieronder zullen de onwaarheden puntsgewijs worden ontkracht;
1) De zinsnede 'nieuwe benadering' in mijn artikel geeft aan dat er eerder pogingen waren ondernomen. Op geen enkele wijze heeft ondergetekende de eerdere initiatieven of inspanningen miskend, integendeel. Echter was de historische mijlpaal van conceptwet nooit eerder bereikt.

2) In Suriname worden wetten door de president afgekondigd. De reden waarom een wet niet is afgekondigd, kan een minister niet worden toegeschreven zoals in het artikel wordt gesuggereerd. Deze basisregel zou een jurist en docent aan de universiteit moeten weten.

3) Dat het stappenplan niet is getekend door de toenmalige president, had niets met de ernst waarmee het vraagstuk werd aangepakt te maken maar meer met een wens van de presidentiële commissie, de ondertekeningsceremonie symbolisch op Inheemsedag te doen plaatsvinden. Echter was het stuk niet eerder ter bestudering aangeboden aan het staatshoofd omdat het pas af was. Dit was natuurlijk geen prettig moment. Maar dat gevraagd is naar ruimte om het stuk door te nemen, was aannemelijk. De toenmalige president heeft zijn zegen aan het stappenplan later te Redi Doti schriftelijk en in het openbaar gegeven aan de minister van RO met de instructie die uit te voeren.

4) Het wetsontwerp is niet onder leiding van het ministerie van Regionale Ontwikkeling voorbereid maar het Management Team bijgestaan door drie technische commissies (wetgeving, demarcatie en bewustwording). Het ministerie fungeerde uitsluitend faciliterend. Vandaar dat het ontwerp ook toen officieel aan minister RO werd aangeboden door het Management Team ter doorgeleiding naar de regering.

5) Waarom gekozen is de 'korte' weg naar DNA te kiezen in april 2020 is nooit onder stoelen of tafels geschoven. De nationale politieke agenda is doorslaggevend geweest. Elk andere conclusie kan naar het rijk der fabelen worden verwezen. De missive van goedkeuring door RvM met bijbehorend budget is de bevestiging dat er wel degelijk draagvlak was binnen de regering het grondenrechtenvraagstuk op te lossen. Ook de ondertekening van het initiatiefvoorstel door DNA leden van de coalitiepartijen spreekt boekdelen.

6) Dat bij een 'concept' bestaat altijd ruimte inhoudelijk te discussiëren is logisch. Vandaar het begrip 'concept' wordt gehanteerd. Met name vindt er in DNA de einddiscussie plaats, die leidt tot een uiteindelijke aangenomen conceptwet.

7) Wat betreft de rechten van derden in het concept van 2020 verwijs ik naar twee passages uit de Memorie van Toelichting. a) Er is derhalve gekozen voor een pragmatische benadering, waarbij per geval een vergelijk bereikt zal dienen te worden in gemeen overleg tussen de directe betrokkenen en b) anderzijds kan aan deze wet geen terugwerkende kracht worden ontleend binnen het Surinaamse rechtssysteem en hebben de houders van grondtitels of concessierechten wel degelijk rechtsgeldige titels in handen.

8) Dat de politieke partij BEP, waarvan ik lid ben, nu in de oppositie zit, heeft niets te maken met een gepresenteerde rekening. Integendeel heeft de partij bij de verkiezingen van mei 2020 op eigen kracht 2 gouden zetels binnengehaald en historie geschreven. Hiermee is ook bevestigd dat de partij tot de absolute top van de  Surinaamse politiek behoort. Velen hebben de BEP verraden ondanks zij door de BEP tot iets zijn gemaakt. Alleen vergeten zij, dat ze voordien niets waren in de Surinaamse politiek; NA WAN TRANGA WENK!!!

Edgar DIKAN
(weer op persoonlijke titel)

Advertenties