Miskend verleden van de Hindostaanse immigratie
31 Jan 2021, 08:34
foto
Afbeelding op het omslag: hut van eerste Brits-Indische boeren.


Waar wij in het Surinaamse boeksegment in Nederland overspoeld worden met uitgaven over het Nederlandse slavernijverleden in Suriname, vond ik het een verademing Miskend verleden – Hindostaanse boeren in Suriname 1880-1980 van Ruben Gowricharn te mogen lezen. Deze hoogleraar, tot voor kort verbonden aan de Diaspora Leerstoel Lalla Rookh, rijkt ons nieuwe inzichten aan over de Hindostaanse immigratie, die aansloot op de afschaffing van de slavernij, nadat de kolonisator eerst 10 jaar de kat uit de boom had gekeken of de nu vrijgemaakten voor een uurloon op de plantages zouden blijven werken. En hier komt de eerste miskenning: contractarbeid was geen nieuwe vorm van slavernij, zoals sommige wetenschappers beweerden, aldus Gowricharn.

Het overheersende beeld van de Hindostaanse immigratie, in veel onderzoeken omschreven als de Girmitya ideologie, is dat de Brits-Indische arbeiders zijn geronseld en onder valse voorwendselen naar Suriname zijn verscheept om onder erbarmelijke omstandigheden op de plantages te werken. Na afloop van hun contractperiode gingen ze terug of kozen voor een nieuwe bestaan als landbouwer – de auteur spreekt liever over boeren – en met hard ploeteren zijn hun nakomelingen succesvol geworden in de Surinaamse samenleving. Daarom moeten Hindostanen trots en dankbaar zijn dat hun voorouders kozen voor Suriname, anders waren hun nakomelingen in armoede gebleven. Ook deze Girmitya ideologie wordt in Miskend verleden volledig uitgekleed.

Human capital
Ruben Gowricharn beschouwt de Brits-Indische immigranten niet als arme sloebers of domme arbeiders. Ze kwamen uit verschillende beroepsgroepen in de landbouw en hadden kennis van arbeidsinstrumenten, klimatologische omstandigheden, de vegetatie, gewassen en de dieren die een rol speelden in de landbouwproductie. Ze bezaten dus over agrarisch human capital toen ze in Suriname aankwamen om plantagearbeider te worden. Juist vanwege dit menselijke kapitaal konden de boeren na de contractperiode hun leven voortzetten als zelfstandige boer. Vooral de koloniale literatuur tref je de aanname dat de agrarische vaardigheden tijdens de contracttijd zijn ontwikkeld.
Een andere miskenning is dat de etnische gemeenschapsvorming in Suriname plaatsvond. Die begon, aldus de auteur, al in de depots in Calcutta vanwaar de zeereis naar Suriname begon. Het is ook het agrarisch human capital dat zorgde voor het ontstaan van een etnische gemeenschap. Juist omdat elke immigrant lid was van de groep, die over dezelfde kennis en vaardigheden beschikte, was het mogelijk elkaar bij te staan.

Van boer naar stedeling
Na het verval van de plantage-economie was het zelfstandig bestaan als boer op eigen of door de overheid beschikbaar gestelde grond niet makkelijk. Tussen de twee Wereldoorlogen door had het gouvernement nauwelijks aandacht voor gezondheid en armoede van deze boeren. Overigens wijst Gowricharn erop dat bijna een op de zes immigranten overleed in Suriname en het deel dat zich uiteindelijk in Suriname vestigde ongeveer een derde van het aantal aangevoerde immigranten was en niet tweedere deel zoals in de literatuur wordt gesuggereerd.

Om rond te komen moest de boer op zoek gaan naar andere inkomsten. Dit was het begin van de verstedelijking, die met een analyse van de ontwikkelingen in de landbouwsector tussen 1950 en 1980 – specifiek de gevolgen van de gemechaniseerde rijstsector, treffend in kaart wordt gebracht. Het is opvallend dat de VHP, als boerenpartij, geen merkbare bijdrage heeft gehad in de behartiging van de agrarische belangen in de districten – de partij had een sterke stedelijke oriëntatie. Wat de auteur nauwelijks benoemd is dat diezelfde stedelijke VHP er wel voor heeft gezorgd dat de nakomelingen van de boeren die naar de stad trokken een nieuwe toekomst als aannemer, politicus, academici enz. konden opbouwen.   

Polemiek
In Miskend verleden wordt herhaaldelijk verwezen naar een studie van Chan Choenni, Gowricharns voorganger als hoogleraar van de Diaspora Leerstoel Lalla Rookh, over de contractperiode 1873-1920. Choenni publiceerde echter ook over de ontwikkelingen tussen 1920 en 1960, maar deze studie heeft Gowricharn niet als bron geraadpleegd. Choenni was overigens wel een van de vele commentatoren van het manuscript van zijn collega.

Ondertussen is ‘onder de professoren’ een polemiek gevoerd die interessant is voor belangstellenden – je moet er wel even voor gaan zitten. De reactie van Choenni is gepubliceerd op Hindorama.com. Als aanvullende reactie op het boek, vergelijkt Choenni Hindostaanse contractarbeid en slavernij in Suriname. Het commentaar van Gowricharn verscheen onder de titel ‘dromen en dwalingen van Chan Choenni’ op Caraibisch Uitzicht de blogspot van de werkgroep Caraïbische letteren. Uit beide invalshoeken – sociologisch van Choenni, economisch van Gouricharn – haal ik als lezer voldoende ‘krenten uit de pap’ voor mijn eigen beeld van de geschiedenis van onze Hindostaanse immigratie.

Roy.khemradj@gmail.com

Miskend Verleden – Hindostaanse boeren in Suriname 1880-1980 (Ruben Gowricharn) (352 p) is uitgebracht door Uitgeverij Verloren in Hilversum en kost €29


Advertenties